Met een bootje naar de supermarkt

Parkbewoners
beeld Erald van der Aa

Hun boerderij op eiland de Vischplaat, midden in natuurpark de Biesbosch, is alleen bereikbaar per boot. Voor Jan en Nancy Saarloos geen probleem. Ze genieten van de rust. „Al zijn we na een lange winter wel blij als de campinggasten weer komen.”

„Zie je hoe ondiep het hier is?” Nancy Saarloos wijst op het modderige water dat naast de boot omhoogkomt. „Je moet een bepaalde route varen, anders kom je in de problemen.” Aan de overkant van de vaargeul ligt op datzelfde moment een bootje stil te dobberen. „Dat heeft waarschijnlijk planten in zijn schroef gekregen.”

Vijf minuten varen later komt de plek van bestemming in zicht: het eiland van de familie Saarloos. Ze wonen sinds zo’n anderhalf jaar midden in Nationaal Park De Biesbosch, op eiland de Vischplaat. Daar runnen ze een melkveebedrijf met 45 koeien. „Mijn man wilde graag het bedrijf van zijn ouders overnemen”, zegt Nancy Saarloos. Ze was verpleegkundige, maar besloot haar baan op te zeggen en mee het bedrijf in te gaan. Want werk is er genoeg op de Biesboschhoeve. Jan houdt zich voornamelijk bezig met de koeien en het natuurbeheer, Nancy regelt de reserveringen voor de camping bij de boerderij en doet de boekhouding. „En ik zorg voor de kalfjes. In augustus verwachten we zo’n tien kalfjes, dus dan wordt het spits.”

Bevers

Leven op een eiland vereist aanpassingen. Zomaar een snel bezoekje aan de supermarkt in Made zit er bijvoorbeeld niet in. Het is een kwartier varen naar het vasteland, en dan nog een paar kilometer rijden door de polder. „Ik doe boodschappen voor een week en plan alles goed in”, zegt Nancy. „We moeten sowieso alles plannen. We kunnen niet met z’n tweeën tegelijk weg. Dan heeft de een de boot mee en staat de ander op de kade.”

De winters kunnen lang duren, zeker als er zo veel ijs ligt dat het bootje niet naar het vasteland kan varen. Jan: „Afgelopen winter konden we drie dagen niet weg vanwege de vorst. De bevers liepen hier over het ijs.”

De familie Saarloos vindt de eenzaamheid niet erg. Ze genieten van de vrijheid, de rust en de prachtige omgeving. Al zijn ze na een winter wel blij wanneer het voorjaar weer begint en de campinggasten arriveren. „Na zo’n winter op het eiland kan ik wel weer wat leven in de brouwerij gebruiken”, zegt Nancy.

Naast de melkveehouderij en de camping halen ze een deel van hun inkomsten uit natuurbeheer. „We hebben op zeven verschillende eilanden Schotse hooglanders lopen. Die begrazen de omgeving.” Het vee wordt heen en weer vervoerd met een grote pont. „Het verste eiland is bijna een uur varen.”

Van overlast van toeristen merken ze niet zo veel, al wordt het wel weer meer de laatste tijd. Jan: „Vroeger gold hier een kampeerverbod. Maar de gemeente heeft nu een aantal kampeerplekken aangewezen. Dat is beleid, ze wil de natuur zo toegankelijk mogelijk maken. Helaas kan niet iedereen daar goed mee omgaan.” Nancy: „Kampeerders laten afval liggen. Of ze maken grote vuren. Dan laten ze een stuk van de natuur zwartgeblakerd achter. Zeker met deze droogte kan dat echt niet. Maar ja, aan de recreant wordt geld verdiend.”

Waterpeil

Voorlopig willen Jan en Nancy Saarloos niet weg van het eiland. Al maken ze zich soms wel zorgen over de toekomst, met name over de stand van het water. „Dat kan een probleem worden”, zegt Jan. „Een stukje stroomopwaarts hebben ze alle boerderijen opgehoogd. Die staan nu 4 meter boven NAP, onze boerderij maar 2,5 meter. Als het flink stormt, heb je kans dat het hier vochtig wordt. Laatst stond het water een keer op het gras voor ons huis.”

Serie Parkbewoners

Op bezoek bij mensen die in een nationaal park wonen. Deel 4: de Biesbosch.