Leven Johan Smith staat op zijn kop na ernstig motorongeluk

Johan Smith raakte in 2011 ernstig gewond bij een aanrijding. „Toen het ongeluk gebeurde, was mijn vrouw Ellen acht maanden zwanger. Tijdens de bevalling lag ik in een bed naast haar in het ziekenhuis.”

Het is een mooie avond in maart 2011. Johan Smith stapt op zijn motor om een eind te gaan toeren. Later die avond ligt hij ernstig gewond en gedeeltelijk verlamd in het ziekenhuis. Een ongeluk, veroorzaakt door een jonge drugsgebruiker, zet zijn leven op z’n kop.

Motorrijden deed hij vanaf zijn negentiende, vertelt de 40-jarige Smith, getrouwd en vader van zes kinderen. Hij zit in de kamer van zijn vrijstaande woning aan de rand van het Overijsselse dorp Mariënberg. Voor de servicemonteur, lid van de gereformeerde kerk hersteld in zijn woonplaats, was motorrijden een vorm van ontspanning. „Zo kon ik na een drukke dag m’n gedachten verzetten.”

Op 25 maart 2011 stapt Smith voor een ritje op zijn Honda Shadow 500cc. Kort daarna wordt hij in een flauwe bocht aangereden door een tegemoetkomende auto. „Ik kan me niets van het ongeluk herinneren, maar zo is het mij verteld. In de auto zaten drie jonge mannen. De bestuurder was onder invloed van de drug ghb.”

Smith belandt „helemaal in de kreukels” in het Sophia Ziekenhuis in Zwolle, waar hij een dag in coma wordt gehouden. „M’n linkerarm was verlamd en m’n verbrijzelde linkeronderbeen is later geamputeerd. Ook had ik een klaplong, gebroken ribben en een gebroken rug. En ik heb hersenletsel opgelopen, waardoor ik weinig prikkels kan verdragen.”

Kind geboren

De ernst van de situatie dringt niet meteen tot Smith door nadat hij wakker is geworden uit coma. „Ik was de eerste tijd behoorlijk afwezig, stond stijf van de medicijnen. Na twee weken werd ik met een ambulance naar revalidatiecentrum de Vogellanden in Zwolle gebracht.”

Bij aankomst in het centrum denkt Smith: Ik ben hier verkeerd. „Ik zag mensen die een arm of been misten. Het drong niet goed tot me door dat ik zelf ook gehandicapt was.” Confronterend was de tekening die een van zijn kinderen in die tijd maakte. „Zij tekende een poppetje met één been. Dat was ik.”

Een halfjaar verblijft Smith in het revalidatiecentrum. Tussendoor mag hij even naar het ziekenhuis, als zijn vrouw gaat bevallen van hun zesde kind. „Toen het ongeluk gebeurde, was ze acht maanden zwanger. Tijdens de bevalling lag ik in een bed naast haar in het ziekenhuis. De kraamtijd –normaal gesproken nam ik dan een week vrij– is wonderlijk goed verlopen, mede door veel hulp die we kregen. Mijn vrouw heeft alles goed doorstaan. God heeft ons gedragen.”

Beenprothese

Het revalidatieproces, waarbij Smith ook psychologische begeleiding krijgt, kost veel tijd. Na een verblijf van een halfjaar in de Vogellanden bezoekt hij het centrum nog een jaar lang drie keer per week. Gaandeweg leert hij omgaan met zijn beenprothese. „Het is een computergestuurd been, waarmee je op een natuurlijker manier kunt lopen dan met een gewone prothese. Als ik naar bed ga, doe ik hem aan de oplader.”

Smith kan de prothese ook in een fietsstand zetten. „Ik heb weer leren fietsen, op een ligfiets met drie wielen. Ook kan ik in een aangepaste auto rijden, een automaat die ik met één arm bestuur. Daarvoor heb ik speciale rijlessen gehad en moest ik een test afleggen om een aangepast rijbewijs te krijgen.”

Rechtszaak

Tijdens het revalidatieproces speelt de rechtszaak tegen de veroorzaker van het ongeluk. „Na de eerste uitspraak ging hij in hoger beroep en daarna in cassatie. Dan ben je anderhalf, twee jaar verder. Uiteindelijk kreeg hij zeven maanden gevangenisstraf en drie jaar ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd, de oorspronkelijke eis. Bij de zittingen was ik aanwezig. Dat kostte ontzettend veel energie naast de revalidatie. Ik heb het allemaal wat over me heen laten komen.”

Persoonlijk contact met de automobilist heeft hij nauwelijks gehad. „Twee weken na het ongeluk stuurde zijn moeder een kaartje. Daar stond zoiets op als: We vinden het erg en we denken aan je. Zelf heeft hij nooit excuses aangeboden. Na een van de rechtszaken gaf hij me een hand en zei, in aanwezigheid van zijn raadsman: „Ik wil morgen bij je komen.” Dat kwam op mij niet geloofwaardig over, nadat hij in hoger beroep was gegaan tegen de uitspraak. Ik ben er niet op ingegaan en zei alleen: „Probeer iets van je leven te maken.” God heeft me in staat gesteld om hem te vergeven.”

Zorgboerderij

Vanwege zijn handicaps is Smith volledig afgekeurd. Twee dagen per week werkt hij nu op zorgboerderij de Meulenhorst, tussen Ommen en Den Ham. „Ik houd van het platteland. Op de zorgboerderij voel ik me serieus genomen en het werk geeft me structuur. Ik ben assistent van de begeleiding, voer de dieren en doe klusjes. ’s Middags na het rusten werk ik op de computer. Na de theepauze vertrek ik. Als ik langer blijf, ben ik gesloopt op het moment dat ik thuis kom.”

Smith is actief in het gehandicaptenplatform Hardenberg en geeft regelmatig voorlichting. Hij bezoekt hiervoor scholen in de regio. „Mijn boodschap voor scholieren is dat mensen met een beperking niet zielig zijn en nog veel kunnen.” Ook vertelde hij zijn verhaal op een bijeenkomst van de christelijke stichting Voorkom, die zich inzet voor verslavingspreventie. Komend jaar hoopt hij zijn werk als voorlichter over het leven met een handicap verder te kunnen uitbouwen. Samen met een roc-student ict ontwikkelt hij hiervoor een eigen website.

Terugkijkend zegt Smith dat het geloof hem bij alle moeiten „troost en kracht” gaf. „Niemand wordt boven zijn vermogen beproefd. Ik ben dankbaar voor de hulp die we kregen van familie, vrienden, mensen uit de buurt en van de kerk, en ook van professionals. We voelen ons ook gezegend met dit huis, dat bijvoorbeeld in de slaap- en badkamer is aangepast vanwege mijn situatie. Door alles wat ik heb meegemaakt, heeft mijn geloof meer diepgang gekregen.”

----

„Ik voelde me soms vader en moeder tegelijk”

Als er op een avond in maart 2011 om halftwaalf twee mannen voor de deur staan, wil de hoogzwangere Ellen Smith (41) niet opendoen. „Het was al laat. Ik was boven en mijn man, Johan, was nog niet thuis.” Het tweetal weet haar echter duidelijk te maken dat hun bezoek serieus is. „Het bleken agenten in burger te zijn. Ze zeiden dat Johan een ongeluk had gehad op zijn motor en met een gecompliceerde breuk in het ziekenhuis lag. Het was een paar uur eerder gebeurd, maar ze waren vergeten mij direct in te lichten.”

In het Sophia Ziekenhuis in Zwolle blijkt de situatie van haar man, die in coma wordt gehouden, heel wat ernstiger te zijn dan alleen een gecompliceerde breuk (Zie ”Leven op de kop na ernstig motorongeluk”). Het ongeluk heeft een enorme impact op het hele gezin, onder meer in de tijd rond de geboorte van het zesde kind, als Johan in een revalidatiecentrum verblijft. „We kregen veel hulp, en dat was fijn. Maar als er steeds allerlei mensen over de vloer komen, verlang je er ook naar om gewoon als gezin samen te zijn. Ik moest bovendien duidelijke grenzen stellen. Zo zei ik tegen mensen: Je kunt ’s avonds tussen acht en negen uur bellen. Anders neem ik de telefoon niet op. Dan ben ik er voor de kinderen.”

Als haar man na een halfjaar thuiskomt, moet hij leven met een gedeeltelijke verlamming en blijvend hersenletsel. Het gezin verhuist van Bergentheim naar een aangepaste woning in Mariënberg. Ellen draait als moeder van zes kinderen, nu in de leeftijd van vijf tot en met zestien jaar, overuren. „De situatie vergde veel van me en op den duur liep ik op m’n laatste reserves. Toen heb ik hulp gezocht, om te voorkomen dat ik burn-out zou raken. In m’n hoofd reed ik bij wijze van spreken de hele dag 120 op een weg waar je 80 mag. Ik voelde me soms vader en moeder tegelijk.”

Nog steeds wordt ze dagelijks met de beperkingen van haar man geconfronteerd. „Hij is snel moe en kan weinig prikkels verdragen. Als we met z’n allen aan tafel zitten is het druk. Vaak gaat hij voor het toetje naar bed en rust dan twee uur. Een uitje met de kinderen –naar de dierentuin of het zwembad– doe ik alleen. Voor de vakantie zoeken we een adres dat leuk is voor de kinderen en waar Johan genoeg rust kan krijgen.”

Smith maakt lange dagen. „De wekker gaat elke ochtend om zes uur en ik ben vaak tot elf uur ’s avonds bezig met het huishouden, de groentetuin, de kinderen helpen bij hun huiswerk enzovoorts.” Ontspanning vindt ze in de muziek. Ze speelt panfluit. Ook dirigeert ze samen met Erika Moree een kinderkoor van de kerk en van de basisschool waar haar jongste kinderen op zitten, de reformatorische Eben-Haëzerschool in Hollandscheveld. „We oefenen elke donderdagmiddag op school. Komend jaar gaan we een cd opnemen.” Smith geniet van deze activiteiten buitenshuis. „Om als moeder goed te functioneren in het gezin is het belangrijk dat je in balans bent. Dit helpt me daarbij.”