Het zware bestaan van de nachtwerker

Rechter-commissaris Marijke Jansen en griffier Nynke Andringa. Zij moeten ’s nachts piketdiensten draaien. beeld Marianne Velsink
3

Waar doet hij het van? Werkt die man eigenlijk wel? Die vrouw ligt altijd maar in bed. Waarom valt zij zomaar in slaap tijdens het eten? Nachtwerkers krijgen te maken met veel misverstanden. Onterecht, want ze zijn met steeds meer. Inmiddels werkt 15 procent van de werkende Nederlands soms of regelmatig in de nacht. Wie zijn die nachtbrakers? Waar lopen zij tegen aan? En waarom zijn zij juist ’s nachts actief? Een kijkje in nachtelijk werkend Leeuwarden.

Een fietstocht van zo’n drie kwartier vanuit Oudebildtzijl heeft hij erop zitten. Het is 23.00 uur en Bertus Dijkstra’s werkdag is begonnen. Dijkstra werkt al bijna veertig jaar op de drukkerij van de NCD Mediagroep, waar veruit de meeste regionale kranten van Noord-Nederland, waaronder het Friesch Dagblad, worden gedrukt. Dat is bijna altijd nachtwerk. De krant wordt overdag gevuld en ’s nachts gedrukt en vervoerd om ’s ochtends bij de abonnee bezorgd te worden. „We draaien drie nachtdiensten achter elkaar, dan hebben we een paar dagen vrij en die diensten wisselen we af met middag-/avonddiensten.” Dijkstra weet niet beter dan dat nachtwerk er gewoon bij hoort. Hij heeft geen moeite met het werken tijdens de nacht. Wel lukt het slapen overdag niet altijd. „Je weet gewoon dat je te weinig slaap pakt als je nachtdiensten draait. Ik word vaak al rond 10.30 uur wakker en heb er dan nog maar drie of vier uren op zitten. Ondanks de geblindeerde ramen in de slaapkamer en de oordoppen word ik dan toch vaak vroeg weer wakker en dan lukt het slapen niet meer.”

Terwijl de nieuwe edities van de ochtendkranten door de sorteermachine schieten, staat vrachtwagenchauffeur Egbert Koning buiten te wachten op een vracht Dagbladen van het Noorden om naar depots in Stadskanaal, Wildervank en Veendam te brengen. Hij draait een week lang nachtdiensten, rijdt dan weer twee weken overdag, om vervolgens weer een week nachtdiensten te draaien. Pittig, en ook hij weet dat er een grens zit aan wat een mens aankan. ,,Ik heb in het verleden weleens zeven, acht weken achter elkaar nachtritten gereden. Ja, dan ga je echt kapot. Net als een batterij van een telefoon. Je voelt dan dat je leegloopt.”

Gezondheidsrisico’s

Helemaal zonder risico’s is dat nachtwerk niet. Dat concludeerde de Gezondheidsraad in 2017. Geen overbodig onderzoek, omdat bijna 1,3 miljoen werkende Nederlanders soms of regelmatig nachtwerk verrichten. De Gezondheidsraad zette op een rij welke gezondheidseffecten van nachtwerk bewezen zijn in wetenschappelijk onderzoek. Zij vonden verhoogde risico’s voor diabetes mellitus (type 2), hart- en vaatziekten en slaapproblemen. Hoe langer mensen nachtwerk doen, hoe hoger het risico. Naar schatting 21 op de 100 gevallen van diabetes onder mensen die veertig jaar (zo’n beetje hun hele werkzame leven) nachtwerk hadden gedaan, werd veroorzaak door dat nachtwerk. Voor hart- en vaatziekten loopt het op tot 23 van de 100 gevallen. Verder werd er een sterk verband gevonden tussen nachtwerk en slaapproblemen. Slaapproblemen komen naar schatting anderhalf tot ruim tweemaal vaker voor bij nachtwerkers dan bij dagwerkers.

Henk Procee heeft ook diabetes. Hij draait daarom zijn allerlaatste nachtdienst in de bewaakte fietsenstalling op het Zaailand in Leeuwarden. Hij vergezelt zijn collega Sayed Otai, die alle nachtdiensten van donderdag tot en met zaterdag draait. „Maar van de dokter moet ik ermee stoppen. Als je ’s nachts werkt, ga je op vreemde tijden eten. Dat is niet gezond”, vertelt Procee. Otai kiest heel bewust voor het werken in de nacht. „Ik vind dit fijn, want ik kan overdag bij mijn gezin zijn en ben zondag tot en met donderdag overdag vrij.” Last van het nachtwerk heeft hij niet. Wel van de vaak dronken en soms agressieve klanten. Het is zo erg dat er op zaterdagnacht standaard een bewaker bij moet staan. Deze nacht is het redelijk rustig. De mannen slijten de tijd door samen naar een film op de computer te kijken. Af en toe druppelt er een groepje studenten binnen om hun fiets te stallen.

Rond het Zaailand, de Doelensteeg en het Ruiterskwartier is het intussen een drukte van belang. Daar komt het nachtleven op gang. Van taxichauffeur Abdul Gafour mag het wel wat later worden. Hij staat in een lange rij op het Zaailand te wachten op klanten en weet dat ze vanaf een uur of drie, vier wel willen. „Ik ben het gewend om veel ’s nachts te rijden. Maar dat moet ook wel. Met alleen de ritten van overdag red ik het niet.” Gafour is eigen baas en kan dus zelf bepalen wat hij doet. „Als het druk is, rijd ik natuurlijk liever nog even door. Maar je moet wel streng zijn voor jezelf. Vorige week voelde ik me niet zo fit, toen ben ik naar huis teruggegaan. Dan maar wat minder inkomsten. Maar meestal ben ik pas rond 5.30 uur weer thuis.”

Gasten met een jetlag

Niet alleen in het stadscentrum brandt er op dit tijdstip nog licht. Er is ook nog leven in de lobby van het Westcord WTC Hotel Leeuwarden (144 kamers). Daar zit Bert Witteveen, die drie, soms vier nachten achter elkaar nachtportier is. Hij zit er nu samen met een collega en verveelt zich geen seconde. „Er zijn het afgelopen jaar meer internationale gasten bij gekomen in het hotel. Zij hebben soms een jetlag en hebben in de nacht wel behoefte aan een praatje. Of er zijn gasten die allergisch blijken voor dons en een andere deken willen of een harder of juist zachter kussen. Er ligt hier ook vaak nog werk op ons te wachten. Nee, we hoeven ons niet te vervelen.”

Als Witteveen ’s ochtends om 7.30 uur thuiskomt, schuift hij aan bij het ontbijt. Zijn vrouw gaat werken, zijn kinderen gaan naar school en hij slaapt tot een uur of drie. De ene keer wat beter dan de andere keer. De nieuwe straaljagers van de vliegbasis houden hem weleens uit zijn slaap. Laatst vroeg zijn zoontje: „Papa, werk jij eigenlijk wel?” Daar moest hij erg om lachen. „Er zijn ook wel buren die dachten: wat doet die man de hele dag? Mensen hebben vaak geen besef hoeveel er ’s nachts wordt gewerkt. Hoewel we met veel zijn, is de maatschappij nog altijd ingericht op 9-5.”

Ook op bedrijventerrein De Zwette wordt gewerkt. Tjeerd van Dijk werkt in ploegendienst bij het bedrijf Grain Plastics. Dat doet hij al 23 jaar. Al die wisselende diensten zijn best pittig, maar het moet wel want de zaken gaan goed. „We verwarmen hier plastic en maken daar plastic buizen van die we in heel Europa afleveren. Het werk gaat gewoon door.” Nu werkt hij tot 6.00 uur ’s ochtends, maar hij draait ook regelmatig dagdiensten van 6.00 tot 14.30 uur. Tjeerd zet zijn verstand op nul en gaat ervoor. „Ja, ik vind het best lastig om te werken als de meeste mensen slapen. Soms heb je het gevoel dat je een constante jetlag hebt.”

Levertijden

De Gezondheidsraad bracht in het eerdergenoemde onderzoek een kritisch advies uit: vermijd of beperk nachtwerk zo veel mogelijk. Verder raadde de raad werkgevers aan om nachtwerkers goed voor te lichten over de gezondheidsrisico’s van nachtwerk. In de Arbeidstijdenwet (ATW) staat nu alleen nog hoelang een nachtdienst mag duren. Wat de Gezondheidsraad betreft worden hier meer regels aan toegevoegd, zoals een maximumaantal jaren nachtwerk voor oudere werknemers. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil echter nog niet zo ver gaan. Uitzendbureaus, vakbonden, arbeidseconomen en werknemers in distributiecentra zien dat de behoefte aan nachtwerkers alleen maar toeneemt. De consument wil onlinebestellingen de volgende dag geleverd zien. De uiterlijke besteltijd loopt steeds verder op, soms zelfs tot na middernacht. Bij vacaturesite Indeed zagen ze het aantal vacatures in de nacht in twee jaar tijd met ruim 80 procent stijgen. Bij Tempo Team zien ze een groei van zeker 30 procent. Ton Wilthagen, arbeidseconoom, vindt dat werknemers ook aan zet zijn. Op nos.nl zei hij dat nachtwerkers beter betaald moeten worden, dat er ruimere pauzes ingelast moeten worden en dat werkgevers gezonde voeding moeten aanbieden.

Al die gezondheidsargumenten zijn voor Monique Kronemeijer precies de reden dat ze maximaal één nachtdienst per maand draait. Meer nachten zou ze fysiek maar ook geestelijk niet trekken. Ze werkt als triagist bij Dokterswacht Friesland. Ze is het eerste aanspreekpunt voor mensen die de huisartsenpost bellen of die er langskomen. „Mijn ervaring is dat er ’s nachts vaker spoedgevallen zijn dan overdag. Daardoor is het vaker spoed. Ik kan dat niet helemaal verklaren. Van hartproblemen is bekend dat die zich juist vaak ’s nachts manifesteren. Dat soort telefoontjes is bijna altijd spoed.” In de nacht zit Monique met nog twee collega’s bij de huisartsenpost in het MCL Ziekenhuis. De sfeer is ’s nachts anders, vindt zij. Het team is kleiner dan overdag, als ze vanuit Heerenveen werkt.

„Ik begin de nachtdienst altijd even met een oppepper: een kop koffie. Voor de rest doe ik gewoon mijn werk. De nacht vult zich meestal wel. Rond een uur of 4 krijg ik het even wat moeilijker. Ik loop dan even een stukje, neem een soepje en kan er weer tegenaan. Maar meer dan bij een dagdienst ben ik als ik thuiskom echt helemaal op.”

Noodtelefoon

Nachtwerkers zijn natuurlijk lang niet altijd mensen die de hele nacht in de weer zijn. Verloskundige Marij van Leeuwen (met een praktijk in het Bonnehûs in Leeuwarden) weet nooit exact van tevoren hoe haar nacht gaat lopen. Elke week heeft ze een nachtdienst en ze draait afwisselend weekenddiensten, waar natuurlijk ook nachtdiensten in vallen. Ze valt dan met de noodtelefoon naast zich in slaap. „Ik vind het echt geen probleem om ’s nachts oproepbaar te zijn. Dat hoort bij mijn vak. Ik weet niet beter. Natuurlijk is het pittig als je in een weekenddienst twee nachten achter elkaar moet werken. Je moet er dan alert op zijn dat je overdag scherp blijft. We kunnen gewoonweg niet verzaken. Als vrouwen of jonge ouders ons nodig hebben, móéten we er staan.”

Wat veel mensen waarschijnlijk niet weten, is dat er ook bij de rechtbank altijd iemand piketdienst heeft in de nacht. Dit zijn de rechter-commissaris en de griffier. Zij moeten altijd oproepbaar zijn als de politie toestemming nodig heeft voor bijvoorbeeld een huiszoeking of een telefoontap. Bij een huiszoeking moet zowel de rechter-commissaris als de griffier fysiek aanwezig zijn. Toevallig moest Marijke Jansen, rechter-commissaris bij de Rechtbank Leeuwarden er om die reden onlangs twee keer in één week tijd uit . Terwijl dat eigenlijk incidenteel voorkomt. „Meestal zijn huiszoekingen vroeg in de ochtend gepland. Maar soms is het nodig om bijvoorbeeld in het geval van een heterdaadsituatie, op verzoek van de officier van justitie, meteen op pad te gaan. Of als er in het geval van een moordzaak een woning doorzocht moet worden omdat vermoed wordt dat daar het moordwapen ligt.” Als rechter-commissaris voert Jansen de leiding over zo’n ingreep. De griffier, in dit geval Nynke Andringa, moet ook aanwezig zijn. Zij maakt later een proces-verbaal van de woningdoorzoeking op.

Pittig is dat het team in Leeuwarden bestaat uit maar vier mensen: twee rechter-commissarissen en twee griffiers. Marijke Jansen en Nynke Andringa hebben dan ook de helft van hun tijd piketdienst. Omdat het sporadisch voorkomt dat ze er ’s nachts uit moeten, gaan ze er niet direct van uit dat ze gebeld worden. Marijke: „Je houdt er wel rekening mee dát je wordt gebeld, maar niet te veel, anders kun je gek worden. We gaan dus wel naar het theater of naar de sportschool, maar drinken als we piket hebben geen alcohol én, heel belangrijk: we blijven in de buurt.” Er wordt, om minder vaak beslag te leggen op de weekenden van het kleine team, nu geëxperimenteerd met een gecombineerde weekenddienst met collega’s in Groningen en Assen.

Heftige zaken

Vaak zijn de nachtklussen zo intensief dat slapen daarna niet meer lukt. ,,Bij spoeddoorzoekingen ’s nachts gaat het vaak om heftiger dingen”, vertelt Marijke. „Dat je in een woning komt waar een lichaam ligt of waar je andere heftige zaken aantreft. Dat heeft natuurlijk impact op ons. Wat wij doen is het de volgende dag hier vaak intern even bespreken. Met een goede kop koffie erbij natuurlijk om alert te blijven.”

Tegen het einde van de nacht, als de meeste nachtwerkers ruim over de helft zijn, is de werknacht van bakker Bas Wolbers net begonnen. Terwijl het in winkelpark De Centrale en de omliggende buurten donker is, lichten drie raampjes achter Bakkerij Tromp aan de Franklinstraat op. Eigenaar Bas is begonnen aan de eerste van de vijf nachtdiensten. Het is voor hem week op, week af. „Hoe laat we beginnen hangt af van de dag. Tegen het weekend beginnen we eerder, rond 1.00 uur al. Andere dagen beginnen we later. Ik slaap overdag altijd in twee shifts van drieënhalf uur. Tussendoor eet ik warm met mijn gezin. Voor de werknacht begint, heb ik dan wat uurtjes geslapen. Ik ben er na 25 jaar aardig aan gewend geraakt en heb geen moeite met de wisselende werktijden.” Wel is hij blij dat het nu winter is. Want overdag slapen in de zomer is een stuk lastiger dan wanneer het donkerder, kouder en stiller op straat is.

De cijfers

7 - Werknemers mogen maximaal zeven nachtdiensten achter elkaar hebben. Het maximum is 140 nachtdiensten per jaar. In sommige cao’s of bedrijfsregelingen kan staan dat er acht diensten achter elkaar gewerkt mag worden, maar dit mag alleen als de aard van het werk of de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maakt.

1,3 - In Nederland werken bijna 1,3 miljoen mensen –zo’n 15 procent van de beroepsbevolking– soms of regelmatig ’s nachts. Het aantal mensen dat vooral ’s nachts werkt is de afgelopen jaren snel gestegen tot 732.000, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

14 - Als een dienst na 2.00 uur stopt, heeft een werknemer recht op minimaal veertien uur rust. Als een werknemer drie of meer nachtdiensten achter elkaar heeft gedraaid, heeft hij/zij recht op minimaal 46 uur rust.