Het Fort biedt kind dat in armoede opgroeit steun in de rug

Kinderen die in armoede opgroeien, komen twee keer per week naar Het Fort in Amsterdam, waar ze een pedagogisch programma volgen.  beeld RD, Anton Dommerholt
4

Kinderen die spelen in een kamer zonder vloerbedekking en voor wie zelden een warme maaltijd op tafel staat. In Amsterdam-Noord zijn ze geen uitzondering. De proeftuin kinderarmoede wil dergelijke jeugdigen een „kansrijke toekomst” bieden.

Dinsdagmiddag, drie uur. Twee meisjes spelen geconcentreerd een spelletje vier-op-een-rij, enkele jongens rennen achter een bal aan en een paar anderen zitten te tekenen. Twee keer per week komen 24 kinderen uit een achterstandswijk in Amsterdam-Noord naar Het Fort, ondergebracht in een voormalig schoolgebouw.

Het is een locatie van de christelijke organisatie Tot Heil des Volks (THDV). Professionele kindercoaches en vrijwilligers bieden hier een pedagogisch programma, ontwikkeld in de ”proeftuin kinderarmoede” die in 2015 van start ging. Het is gericht op het ontwikkelen van de sociaal-emotionele vaardigheden en persoonlijke talenten van de kinderen. Dit moet hun kansen vergroten om aan een succesvolle toekomst te werken en zo aan de spiraal van armoede te ontsnappen.

Projectmanager Mieke Honing is vanaf de start van de proeftuin kinderarmoede bij het initiatief betrokken. Ze vertelt dat de wijk de Banne, waar Het Fort sinds twee jaar is gevestigd, tal van nationaliteiten telt. Veel bewoners komen van oorsprong uit landen als Marokko, Turkije, Suriname en Pakistan. Een relatief grote groep is laagopgeleid, sommigen zijn analfabeet.

Er zijn gezinnen met forse schulden die per week slechts 25 euro hebben om boodschappen te doen. Als een kind een uitnodiging krijgt voor een verjaardagsfeestje, ontbreken de financiën om een cadeautje te kopen. En gaat er een fiets kapot, dan is er geen geld om die te laten repareren. Honing: „Door dit soort zaken kunnen kinderen niet goed meekomen in onze maatschappij. Dat kan leiden tot eenzaamheid en pesterijen.”

Amsterdam heeft diverse voorzieningen voor inwoners die op of onder de armoedegrens leven. Honing noemt de stadspas, die minima korting biedt op de entree voor musea en zwembaden maar ook op een bezoek met hun huisdier aan de dierenarts. Ze schat dat 90 procent van de bewoners van de Banne voor deze pas in aanmerking komt. Ook kunnen mensen terecht bij een voedsel- en een kledingbank.

Te midden van diverse instanties rondom gezinnen in armoede koos THDV twee jaar geleden met de proeftuin kinderarmoede een eigen insteek. Doel van het programma is kinderen gedurende drie jaar een steuntje in de rug te bieden in hun ontwikkeling en hen zo op weg te helpen naar „een kansrijke toekomst.”

Mieke Honing in Het Fort in Amsterdam-Noord. beeld RD, Anton Dommerholt

Honing wijst erop dat financiële problemen doorgaans niet op zichzelf staan. Zo zijn er in de Banne zorgen om jongeren van veertien, vijftien jaar die het criminele pad op gaan. Ook drugsgerelateerde problemen –om de hoek van Het Fort bevindt zich een coffeeshop– komen geregeld voor. „Kinderen zien dat drugshandelaren in tegenstelling tot hun ouders wél een dure auto voor de deur hebben staan. Mensen die drugs verkopen zijn hun voorbeeld.”

Pingpongballen

Via onder meer basisscholen, wijkteams en het maatschappelijk werk komt THDV in contact met gezinnen die armoede kennen. De kinderen die aan het programma van de organisatie deelnemen, in de leeftijd van 8 tot 11 jaar, komen twee keer per week na schooltijd naar Het Fort. Spelenderwijs werken de kindercoaches aan sociaal-emotionele vaardigheden, zoals doorzettingsvermogen. „Voor de kinderen staan plezier en spel voorop. We houden hen ver bij het stigma armoede vandaan.”

Elke twee maanden staat er een thema centraal, zoals ”gezonde voeding”. „De kinderen zijn een aantal weken bezig geweest met koken. Vorige week sloten we dat af met een Franse chef-kok. Onder zijn leiding bereidden de kinderen een maaltijd. Ook hun ouders, broertjes en zusjes kwamen eten. We zaten met zo’n vijftig man in de hal.”

Rond het nieuwe thema ”verzorging” maken de kinderen onder meer badzout. „Intussen hebben de coaches een gesprek met hen. Hoe vaak douche je? Vanaf welke leeftijd gebruik je deodorant? Binnenkort krijgt iedereen een tandenborstel mee.”

Aandacht voor de onderlinge omgang is eveneens onderdeel van het programma. „Kinderen schelden elkaar op straat gemakkelijk uit. Dat roept negatieve reacties op”, zegt Honing. De coaches maken dit zichtbaar met pingpongbollen die de kinderen naar elkaar gooien. Elk balletje staat voor een scheldwoord. Wie zo’n bal naar zich toe krijgt, heeft de neiging die terug te gooien. Vervolgens gaan de kinderen onder een paraplu staan met de tekst ”Ik ben waardevol”. De pingpongballen met scheldwoorden ketsen daarop af.

„We leren de kinderen op een andere manier naar zichzelf te kijken en anders met negatieve reacties om te gaan. We laten hun ervaren dat ze door vriendelijk te zijn meer vrienden krijgen dan door te schelden. Zo proberen we op allerlei manieren een sterker fundament onder hun leven te leggen.”

De naam Het Fort vormt een indirecte verwijzing naar de christelijke identiteit van THDV. Honing: „Jezus zegt: „Ik ben jullie Burcht, bij Mij ben je veilig.” We werken vanuit de richtlijnen die God ons geeft. Dat is de basis van onze aanpak, zonder dat we dit expliciet tegen de kinderen zeggen. Wel vieren we Kerst en Pasen met elkaar. Dan komt het Evangelie duidelijk naar voren.”

Medewerkers en vrijwilligers beginnen elke dag met gebed. „We bidden voor de kinderen en over wat zij moeten doormaken, voor het programma van die middag en voor de leiding. Ik heb de overtuiging dat God hier is en dat Hij Zijn werk doet. Veel kinderen komen uit islamitische gezinnen. Juist moslimouders vinden het fijn dat wij uitgaan van duidelijke waarden en normen. Soms vragen ze waarom we dit werk doen. Dan vertellen we over onze drijfveer.”

Gepest

Terwijl Honing haar verhaal doet, dringen er enthousiaste kinderstemmen door in haar werkkamer. De kids hebben bij binnenkomst in Het Fort ranja gekregen en mogen eerst een poosje vrij spelen. Intussen knopen medewerkers en vrijwilligers hier en daar een praatje met hen aan. Na drie kwartier vrij spelen vormen de deelnemers twee groepen voor een programma met de kindercoach.

Kinderen die in armoede opgroeien, komen twee keer per week naar Het Fort in Amsterdam, waar ze een pedagogisch programma volgen.  beeld RD, Anton Dommerholt

Raynique (27) is een van de vrijwilligers. Hij groeide op in een gezin met zes kinderen in de Amsterdamse wijk de Bijlmer en later in stadsdeel West. Uit zijn jeugd weet hij wat armoede is. „We hadden thuis niet veel geld. Ik werd vaak gepest vanwege de goedkope kleren die ik droeg. Ik kon goed voetballen, maar mocht niet naar een club. Dat konden m’n ouders gewoon niet betalen. Op vakantie gingen we bijna nooit.”

Zijn ouders keerden terug naar Curaçao, waar ze vandaan kwamen. Zelf heeft Raynique moeilijke jaren achter de rug, waarin hij financieel in de problemen kwam. „Goed omgaan met geld heb ik van huis uit niet meegekregen.” Recent loste hij zijn schulden af. Nu is hij bezig een bedrijf te starten dat apps gaat ontwikkelen om mensen met dezelfde interesses met elkaar in contact te brengen.

Op dinsdagmiddag doet Raynique vrijwilligerswerk in Het Fort. Met zichtbaar plezier trekt hij met de kinderen op. „Het leuke is dat je hen ziet veranderen. In het begin waren ze verlegen. Nu vertellen ze me alles. Ik merk dat ze plezier hebben en dankbaar zijn voor wat ze hier krijgen. Na een middag in Het Fort ga ik altijd met een lekker gevoel naar huis.”

Door zijn persoonlijke ervaring met armoede is Raynique extra gemotiveerd voor het vrijwilligerswerk. „Als Het Fort er in mijn jeugd was geweest, was ik misschien niet in de problemen gekomen. Ik wil kinderen de aandacht en steun geven die ik zelf heb gemist.”

Sinds de start van Het Fort zag ook projectmanager Honing kinderen veranderen. Ze vertelt over een jongen die anderhalf jaar geleden met een hangend hoofd binnenkwam. „Als we vroegen wat hij wilde doen, haalde hij zijn schouders op. Gingen we tekenen, dan kon hij niet zeggen welke kleur hij mooi vond. Maar pas stond hij ineens voor me, keek me recht aan en zei: „Gaan we vanmiddag mijn verjaardag vieren?” Hij durft nu zelfs af en toe iets ondeugends te doen. Door de aandacht en liefde die hij hier krijgt, is zijn zelfvertrouwen gegroeid.”