Hayarpi dankt voor vrede

beeld Hollandse Hoogte/AP, Peter Dejong
3

Het is 2018, en in Den Haag, Nederland, schuilt een gezin in een kerk. Iedereen vindt daar wat van, en intussen schrijft een van de dochters gedichten en gebeden die het land doorgaan.

Hayarpi Tamrazyan (21) is de oudste dochter van het Armeense gezin. Samen met haar ouders, haar zus van 19 en haar broer van 15 verblijft ze in buurt- en kerkhuis Bethel in Den Haag, waar een ononderbroken kerkdienst wordt gehouden. De dienst begon op 26 oktober, 13.30 uur. Zolang de dienst loopt, zal de IND het gezin niet uitzetten naar Armenië, is het idee (zie onderin ”Waar draait het om bij het kerkasiel?”).

Wie is die vrouw die in deze situatie gedichten schrijft, met „geloof als enige houvast”? Opeens staat ze voor de camera’s en voert ze het woord in de media; ze is het gezicht van het gezin Tamrazyan geworden, en van vragen rond het kinderpardon. Tegelijk beschermt persvoorlichter Florine Kuethe haar tegen hypes – vanuit binnen- en buitenland willen media haar massaal spreken. De persoonlijke vragen over haar schrijfwerk beantwoordt Hayarpi daarom per mail, zodat ze tijd heeft om de antwoorden rustig te formuleren.

Hoelang schrijf je al gedichten en gebeden, en waarom ben je hier ooit mee begonnen? En voor wie schrijf je?

„Toen ik 2 jaar was, kende ik al kindergedichten uit mijn hoofd. Zodra ik het alfabet had geleerd, kon ik ze ook zelf schrijven. Ik schreef vooral persoonlijke gedichten voor verjaardagen en doopfeesten van familie en vrienden, en verder maakte ik teksten over speciale thema’s. Deze gedichten werden vaak op school en daarbuiten gebruikt bij evenementen.

Ik vond het altijd fijn om te schrijven, omdat ik zo mijn gevoelens op papier kon zetten en ik de gelegenheid kreeg creatief met woorden om te gaan. Rijmen vond ik heel mooi, en door voor iemand een gedicht te schrijven kon ik mensen iets persoonlijks geven. Dat doe ik nog steeds vaak.

Sinds we in 2010 in Nederland aankwamen, heb ik ook heel wat geschreven. Het is voor mij een uitlaatklep om te verwerken wat ik heb meegemaakt. Ik ging hier naar school en begon de taal te leren. Dat vond ik leuk en interessant. Thuis, in mijn vrije tijd, werkte ik hard door om mij de taal eigen te maken. Ik mocht al heel snel doorstromen naar het reguliere onderwijs. Al jaren schrijf ik nu gedichten in het Nederlands, ook veel christelijke gedichten.

In 2017 deed ik mijn vwo-examen en werd ik toegelaten tot de studie econometrie aan de universiteit in Tilburg. Maar ik moest mij elke werkdag in de middag melden op het asielzoekerscentrum in Katwijk. Daardoor werd studeren in Tilburg onmogelijk, want mijn reistijd was vijf uur – iedere dag. Het COA, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, was bevoegd om een uitzondering te maken, maar deed dat niet. Ontmoedigingsbeleid noemen ze dat. Ik bad veel. „Waarom, God? Waarom? Waarom ik?” schreeuwde ik uit.

Mijn advocaat spande toen een rechtszaak aan. Van de rechter kreeg ik een voorlopige voorziening. Ik hoefde mij niet meer ’s middags te melden, maar mocht dat ’s avonds doen. Hiermee werd het mogelijk heen en weer te reizen naar Tilburg.

Toen ik me focuste op Bijbelse uitspraken als „Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de Heere. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven” en „God laat het werk van Zijn handen niet los” begon ik meer rust en vrede te ervaren. Het was alsof liefde door mijn aderen stroomde. Ik ontving vreugde in plaats van verdriet. Mijn hart juichte en wilde God loven en prijzen. Ik ervoer Gods liefdevolle armen om mij heen. In deze periode heb ik veel geschreven. Het waren vooral persoonlijke gedichten waarin ik God aansprak.

Soms was ik aan het schrijven en wist ik zelf niet eens zo goed wat ik schreef. Toen ik een van mijn gedichten een keer tijdens een gebedsochtend voorlas, kwamen er veel mensen naar me toe om te vragen of ze het gedicht ook konden krijgen via de mail – soms voor hun kerkblad. Ik hoorde ook dat de teksten mensen bemoedigden. Vanaf toen heb ik mijn gedichten voorgelezen tijdens kerkdiensten en bijeenkomsten. Ook schreef ik gedichten voor speciale diensten als die rond Kerst en Pasen, en gedichten die passen bij een bepaald thema of een preek.

beeld ANP, Niels Wenstedt

Ondertussen ben ik ook gaan schrijven over wat asielzoekerskinderen elke dag meemaken. Ik kies dan vooral voor de vorm van een dialoog tussen een moeder en een kind. Het kind dat aangeeft bang te zijn voor politiebusjes en uitzetting. Het kind dat onder het bed kruipt of bij mama in bed wil slapen. Maar het is zo lastig voor mama om het kind gerust te stellen. Want ook mama is machteloos.

Ik weet nog dat ik trilde van angst toen ik een keer politiebusjes zag, ook al kwamen ze niet voor ons. Mijn broertje was nog banger en geschrokken. Het was verschrikkelijk om mee te maken. Oók daar schrijf ik dus over. Ik schrijf over het kinderpardon, waarbij de meeste aanvragen worden afgewezen. Dit is zo’n gedicht:

Schat, waarom huil je nou?

Veeg je tranen weg

Er is toch niks gebeurd?

Heeft iemand jou pijn gedaan?

Schat, slaap nou lekker deze nacht

Maar mama, ik ben bang

Wat als... wat als...

Wat als ik morgen weg ben

Naar een plek die ik niet ken

Naar een plek

Waar ik nog nooit ben geweest...

Waar ik mijn vrienden zal missen

Waar ik niet naar school zal gaan...

Waar ik alles kwijtraak

Behalve jou, mama

Nu ik hier in de Bethelkapel zit, schrijf ik ook. Ik schrijf over wat het kerkasiel voor mij betekent en hoe ik het ervaar. Het is voor mij ook een manier waarop ik mijn dankbaarheid kan uiten richting iedereen die op verschillende manieren bijdraagt aan dit kerkasiel.”

In een van de gedichten schrijf je: „Maar dat dit alles / dé levensweg zou zijn / had ik nooit gedacht / en echt nooit gedacht.” Hoe zag jouw dagelijkse leven eruit voordat dit kerkasiel begon?

„Ik studeerde econometrie en was –en ben– lid van de christelijke studentenvereniging Via Fidei in Tilburg. In het weekend gaf ik bijles in vooral wiskunde, maar ook economie, natuurkunde, Engels en Nederlands. Ook was ik samen met een partijgenoot bezig een nieuwe lokale afdeling van PerspectieF op te zetten, van de ChristenUnie-jongeren. Daarnaast zette ik me in voor twee initiatieven in Katwijk: ”Bijles voor kinderen uit minimagezinnen” en ”Katwijk voor Katwijk”, een project tegen eenzaamheid.”

Je schrijft over vrede, maar ook over boosheid en verdriet. „Dank U wel / voor Uw vrede op mijn schouders / Die mij draagt / Door dalen van boosheid en verdriet.” Welk gevoel overheerst? En hoe vind je vrede in deze hectische tijd?

„Ik vind het belangrijk om me te focussen op de dingen die ik wel heb in plaats van de dingen die ik niet heb. In 1 Thessalonicenzen 5:16-18 vind ik woorden die mij inspireren en moed geven. „Verblijd u altijd, bid zonder ophouden, dank God in alles. Want dit is de wil van God in Christus Jezus voor u.” We hebben een hecht gezin en hebben dan ook veel aan elkaar. De kerk doet zo veel voor ons, en dat geldt voor heel veel kerken eigenlijk. Natuurlijk ben ik soms ook boos, teleurgesteld en verdrietig, maar ik probeer me vast te houden aan het feit dat God het beste met ons voorheeft. Vrede vind ik vooral door rust te nemen, maar ook door te zingen, te bidden en erover te schrijven. Zingen vind ik heel ontspannend. Ook in deze omstandigheden ervaar ik vreugde als ik liederen zing als ”Heer, het licht van Uw liefde schittert” of ”Nu daagt het in het oosten”.”

Je schrijft „Daarom Heer / Uw wegen zijn ondoorgrondelijk.” Als je hieraan denkt: hoe kijk je dan naar de toekomst?

„We weten nooit wat de toekomst zal brengen. We kunnen wel hoop houden en dat doe ik. Ik hoop dat ik verder aan mijn toekomst kan werken door te studeren, te werken en actief te zijn in de samenleving. Als ik hier zou mogen blijven, dan zou ik blijven dichten. Ik zou schrijven over dankbaarheid, opluchting en zekerheid. Ik kan me een toekomst buiten mijn thuis, Nederland, niet voorstellen. Geduldig blijven terwijl het al deze jaren zo onzeker is, is moeilijk. Onrecht en oneerlijkheid ervaren is heel zwaar. Ook mijn geloof wordt weleens op de proef gesteld. Ik verlang des te meer naar het koninkrijk van God waar geen tranen en verdriet zullen zijn.”

Wat zou je tegen christenen –waar ook ter wereld en van welke kerk ook– willen zeggen, vandaag?

„Iets wat ik zelf geleerd heb: focus niet op de wereld en op de omstandigheden, maar focus op God. Focussen op de omstandigheden doet je zinken in een diepe zee van onrust en verdriet. Ontvang Zijn vrede, vreugde en liefde, ook in heel moeilijke tijden. Het gaat er niet om wat je meemaakt, maar juist om hoe je ermee omgaat.”

beeld ANP, Koen van Weel

Waar draait het om bij het kerkasiel?

Het gezin Tamrazyan –vader, moeder en drie kinderen– vluchtte 9 jaar geleden uit Armenië, waar het om politieke redenen onveilig voor hen zou zijn. In Nederland vroegen ze om een verblijfsvergunning.

Aanvankelijk mochten ze blijven van de rechter, maar de staat ging twee keer in beroep tegen die uitspraak, waarna de familie alsnog zou moeten vertrekken. Die uitspraak kwam na jaren, toen de kinderen van het gezin allang waren geworteld in Nederland. Daarom beriepen de Tamrazyans zich op het kinderpardon: een regeling voor kinderen van vluchtelingen die langer dan vijf jaar in Nederland wachten op een verblijfsvergunning. Dit verzoek werd afgewezen. Een van de criteria voor dit pardon is namelijk dat een familie er actief aan heeft meegewerkt om terug te keren naar het thuisland. Aan die eis voldoet haast niemand, zo blijkt inmiddels, waardoor het kinderpardon volgens critici het doel mist.

Na de definitieve uitspraak in september dit jaar vluchtte de familie naar de kerk in Katwijk waar ze inmiddels twee jaar lid waren. Omdat de politie hen daar mogelijk uit de kerk zou komen halen, vertrokken ze naar Den Haag, waar nu een doorlopende kerkdienst wordt gehouden. Een kerkdienst mag volgens de wet namelijk niet onderbroken worden door overheidsdienaars. De familie Tamrazyan hoopt er nu op dat staatssecretaris Harbers zijn discretionaire bevoegdheid gebruikt, zoals hij eerder dit jaar deed bij de kinderen Lili en Howick, en dat de uitzondering ook wordt gemaakt voor de pakweg 400 kinderen die in eenzelfde situatie zitten. Harbers gaf vlak voor de kerstdagen nog aan dat de familie moet vertrekken. De protestantse gemeente van Den Haag „kan de afwijzing niet rijmen met aangedragen nieuwe feiten en gaat door met het kerkasiel.” Een dialoog met de staatssecretaris en Kamerleden blijft het doel.

Voor of tegen

Moet de kerk zich bemoeien met politieke zaken, en een eredienst gebruiken om besluiten te beïnvloeden? Die vraag komt langs sinds het kerkasiel begon. Twee theologen gingen daar deze maand uitgebreid op in.

Ja, dat mag, vindt Koert van Bekkum, universitair hoofddocent Oude Testament aan de Theologische Universiteit Kampen: „Dit kerkasiel [is] uitgegroeid tot een breder signaal dat er iets niet klopt rond de omgang met in Nederlands gewortelde, uitgeprocedeerde kinderen. Hier gaat niet alleen juridisch en politiek, maar op een heel diep niveau ook moreel iets echt verkeerd. (...) Op het diepe niveau van het ethos van de Schrift staat het [kerkasiel] heel dicht bij de voorschriften voor de omgang met alles wat je hebt en met de vreemdeling in Leviticus 25. En ook bij diegene die in wanhoop bij het altaar een toevlucht zoekt en tijd koopt, zodat nog eens goed gekeken kan worden of in de normale rechtsgang het wel werkelijk het recht is dat zegeviert.”

Nee, vindt Arnold Huijgen, hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn: „De eredienst wordt oneigenlijk en politiek ingezet, als pressiemiddel om de overheid tot andere besluiten te bewegen. Dat past naar mijn gedachte niet bij de heiligheid van de eredienst, niet bij de aard van het gebed. Hoe kun je de lofzang geloofwaardig gaande houden voor een politieke doelstelling? Stel je voor dat de overheid dergelijke slimmigheden zou gebruiken om kerken te dwarsbomen.”