Geen plek voor dader in maakbare samenleving

Ambulancemedewerkers herdenken het schietincident op het 24 Oktoberplein in Utrecht. beeld ANP
3

De belangstelling voor de trambeschieting in Utrecht ebt ruim een week later langzaam weg. Waarom rouwt de samenleving met de slachtoffers van de aanslag. En: waarom sluit ze de dader buiten?

Collectieve rouw is van alle tijden, volgens prof. dr. Jos de Keijser, bijzonder hoogleraar complexe rouw aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Al in de zestiende eeuw trok de rouwstoet door het dorp en luidden de kerkklokken. Leed droeg men gezamenlijk.” Theoloog prof. dr. Erik Borgman, verbonden aan Universiteit Tilburg, pleit ervoor de dader niet buiten te sluiten: „Dat onze samenleving Gökmen veroordeelt, is te eenzijdig.”

De behoefte aan nationale rouw wordt volgens De Keijser onder andere zichtbaar door massale steunbetuigingen voor de nabestaanden. „Door elkaar te steunen wordt onze sociale aard zichtbaar. Verder zien we bij het gezamenlijk rouwen dat mensen beschutting bij elkaar zoeken. Dit zie je terug in het fysiek omhelzen en het zorgen voor elkaar. Dan is de overlevingskans immers groter.” De collectieve beleving bij een aanslag geeft daarnaast betekenis aan zowel de slachtoffers als de gemeenschap, zegt De Keijser.

Rigoureus

Dat de misdaad tijdens het rouwen rigoureus en collectief wordt afgewezen, vindt Borgman een gebrek. „Naast rouwverwerking en eerbetoon aan de getroffenen, wil zo’n stille tocht ook zoiets zeggen als: „Wij staan aan de goede kant.” Alsof het kwaad van buiten onze eigen samenleving komt.”

Onheil wordt collectief beleefd wanneer het in de openbare ruimte plaatsheeft, stelt De Keijser. „Een ramp die elk mens had kunnen overkomen, zorgt ervoor dat iedereen zich kan inleven in het lot van nabestaanden. Verder intensiveert geweld de beleving van een gebeurtenis. En wanneer de schuldige gemakkelijk is aan te wijzen, kan de complete samenleving haar afkeur naar de dader uiten.”

Toch is het te simpel om de misdaad en de dader te verwerpen, vindt Borgman. „Als maatschappij kampen we met een groter probleem. We moeten verder kijken en onszelf afvragen: „Waar komt dit kwaad vandaan, leeft er een drang naar geweld in ons, gaan we verkeerd met elkaar om?” Omdat de samenleving zichzelf denkt te kunnen vormgeven, kan zij het kwaad geen plek geven, meent Borgman.

Het wordt dan een raadsel dat er in de 21e eeuw nog aanslagen voorkomen. „De maatschappij accepteert zo’n misdaad niet en probeert door middel van straffen, dwingen en verbieden het kwaad uit te bannen of te beheersen. Dit gebeurt keer op keer, een vicieuze cirkel dus. Op deze manier worden wetten en handhaving almaar strenger.”

Duwtje

Voor nabestaanden heeft het buitensluiten van het kwaad wel degelijk een functie. De Keijser: „Voor Afrikaanse bootvluchtelingen is er geen plaats voor rouw om hun overleden geliefden. Omdat er voor hen weinig aandacht en steun was, hadden zij geen kans gehad hun rouwverwerkingsproces te starten. De collectieve beleving van ‘Utrecht’ geeft de slachtoffers en nabestaanden een duwtje in de rug bij de rouwverwerking.”

Nu religie vrijwel geen rol meer speelt in onze samenleving, houden mensen zich aan elkaar vast, stelt De Keijser. „Wanneer de aandacht van de samenleving wegebt, blijft voor veel slachtoffers slechts de lotgenotenvereniging over.”

Voor christenen liggen er in de huidige maatschappij volgens Borgman juist kansen om een boodschap uit te dragen. Terwijl de samenleving door actie het kwaad denkt op te lossen, vraagt het geloof om overgave. „Dat garandeert geen oplossing, maar biedt de gemeenschap wel de nodige rust. We kunnen als christenen de Bijbelse boodschap slechts doorgeven: we dienen mensen niet af te schrijven, maar ze op te vangen en te helpen.”