Ds. Manneke: Neonazisme mensverachtend en nietsontziend

Ds. Wilfried Manneke voor ‘zijn’ Friedenskirche in het Duitse Unterlüß. beeld uitg. bene!
8

Toen ds. Wilfried Manneke op 1 september 1995 predikant werd in het idyllische Duitse dorp Unterlüß, had hij niet kunnen bedenken dat zich niet ver daarvandaan een opleidingscentrum voor neonazi’s bevond. De strijd tegen rechts-extremisme zou zijn verdere loopbaan stempelen.

„Hier”, zegt ds. Manneke (65), terwijl hij op het scherm van zijn laptop een man aanwijst. „Jürgen Rieger, advocaat en politicus van de rechts-extremistische NPD, de Nationaldemokratische Partei Deutschlands. Hij was de grote man achter Hetendorf 13, het centrum van de neonaziscene hier op de Lüneburger heide.”

De predikant klikt verder, laat dan een foto van Hetendorf 13 zien. Het complex, met 300 bedden, bevond zich in Hetendorf, een gehucht dat zo klein was dat het niet eens straatnamen had, vandaar: Hetendorf 13. „Van 1978 tot 1998 was dit het grootste opleidingscentrum voor neonazi’s in het hele Duitstalige gebied, dus inclusief Zwitserland en Oostenrijk.”

Ds. Manneke wist er niets van toen hij zich in 1995 als pastor aan de evangelisch-lutherse Friedenskirche verbond. Unterlüß, gemeente Südheide, ligt in het zuidelijk deel van de Lüneburger heide – waar menig Nederlands (dienstplichtig) militair op oefening is geweest. „Veel bos, veel heide, schaapherders. De natuur is hier nog altijd prachtig”, zegt de predikant in een vertrek van het ”Pfarrhaus” waar hij tot voor kort woonde: begin dit jaar ging hij met emeritaat. Even verderop staat de kerk, een wit bedehuis met een rood dak, opgetrokken in de vorm van een schaapskooi.

"Rechts-extremisme is vergif voor ons land". beeld ds. Manneke

Wakkergeschud

Toen ds. Manneke zich, na dertien jaar in Zuid-Afrika te hebben gestaan, in het dorp vestigde, telde het zo’n 4800 inwoners. Op dit moment zijn dat er nog krap 3500. Mensen zijn werkzaam in de bosbouw óf in de wapenindustrie: in Unterlüß bevindt zich de firma Rheinmetal, die munitie en ander defensiemateriaal produceert en test. „Daar heb ik wel even aan moeten wennen.”

Nog geen vier weken nadat hij intrede had gedaan, kwam de predikant in contact met de rooms-katholieke priester Johannes Lossau. „Van hem hoorde ik over de activiteiten van de neonazi’s op de Lüneburger heide. Twintig kilometer hiervandaan en –nota bene– op zestien kilometer afstand van voormalig concentratiekamp Bergen-Belsen.”

Hetendorf 13 bleek al sinds 1978 te bestaan. „Maar het verzet ertegen ontstond pas rond 1990. Jarenlang wisten mensen uit de regio niet eens wat er gebeurde, of dachten zij aan onschuldige padvinders, of zelfs een jongerencentrum. Toen bekend werd wat er écht plaatshad, nam het verzet snel toe. De eerste demonstraties vonden plaats en er werd een groep opgericht die zich ”Arbeitskreis gegen Hetendorf 13” noemde. Daar was ook priester Johannes Lossau bij betrokken. Ik heb me er bij aangesloten.”

Wekelijks werd er gedemonstreerd. De opkomst varieerde, aldus ds. Manneke, van enkele honderden deelnemers tot soms wel 3000. „Dat heeft ook de regering van de deelstaat Nedersaksen wakkergeschud. Die moest steeds voor politie zorgen, en de media –waaronder grote bladen zoals Der Spiegel en Stern– schreven erover. De spanningen namen ook toe, het kwam weleens tot ongeregeldheden tussen de nazi’s en de demonstranten. Soms was er één politieagent bij, die dan natuurlijk niets kon beginnen. In 1998 heeft de deelstaat het opleidingscentrum verboden, omdat het in strijd was met de Grondwet.”

"Ons kruis heeft geen haken". beeld ds. Manneke

”Nazis raus”

Korte tijd leek de rust weergekeerd. Maar neonazivoorman Jürgen Rieger gaf zich niet zomaar gewonnen. Schatrijk als hij was, kocht hij overal in de omgeving onroerend goed aan, in de hoop er een nieuw trainingscentrum te kunnen vestigen. Steeds wisten de autoriteiten dit te verhinderen.

Tot 2009. Middenin de zomervakantie slaagden Rieger en de zijnen erin het leegstaande Landhotel Gerhus in Faßberg –acht kilometer bij Unterlüß vandaan– te bezetten. Ds. Manneke: „Vrijwel meteen daarna begonnen twee buurtbewoners, Anna Jander en Klaus Jordan, met demonstraties voor het hotel. De eerste dag kwamen er 12 mensen, de zevende dag waren het er al 350. Met spandoeken waarop leuzen stonden als ”Bunt statt braun” en ”Nazis raus”. Dat had natuurlijk alles met Hetendorf 13 te maken. Mensen wilden gewoon niet dat er weer zo’n nazicentrum zou komen. Zelf was ik er vanaf dag twee bij.”

Op de tiende dag sprak de rechtbank in Lüneburg uit dat de neonazi’s Landhotel Gerhus dienden te verlaten. „Ze kregen een halfuur. Wij zijn gebleven totdat de laatste nazi verdwenen was. Vervolgens hebben we dat op het weiland tegenover het hotel gevierd, en dat is ’s avonds op tv uitgezonden. Dat heeft de nazi’s zo woedend gemaakt dat ze de volgende dag de grootste bedreigingen op internet zetten. We zouden neergeschoten worden, noem maar op.” (Overigens: nog in hetzelfde jaar 2009 overleed de 63-jarige Rieger, plotseling, aan een beroerte.)

Brandaanslag

Vanaf dat moment werd het echt menens. „Wie de nazi’s in de weg gaat staan, moet rekenen op vijandigheden”, verzucht de predikant. Op de deur van ‘zijn’ Friedenskirche en woning werden hakenkruizen gekalkt, en op het trottoir viel op zeker moment ”Het land is van ons” te lezen. „Tot twee keer toe hadden we ’s nachts ook neonazi’s voor de deur, die dan leuzen schreeuwden als ”Juden raus” en ”Am Kreuz soll kein Juden hängen, sondern ein Arier”. En dan waren er nog de dreigementen en haatboodschappen op sociale media (zie ”De Jood leeft nog!”).

Dieptepunt vormde echter de brandaanslag op de predikantswoning, 15 december 2011, middernacht. Onbekenden gooiden een molotovcocktail –een met brandbare stof gevulde glazen fles– naar de ingang. „Daar is hij geëxplodeerd, de vlammen zijn wel twee meter hoog gekomen. Onze jongste zoon Benedikt, die toen zes was, ontdekte ’s morgens om half acht dat buiten alles zwart was. Was de molotovcocktail door het keukenraam gegaan, dan was ons huis vermoedelijk uitgebrand, en was het zeer de vraag geweest of we nog heelhuids van boven naar beneden zouden zijn gekomen.”

De gebeurtenissen overtuigden ds. Manneke er nog eens te meer van dat een mensenleven voor neonazi’s niet telt. „Hun ideologie is mensverachtend en nietsontziend.” Reden waarom hij alarm wil slaan. Samen met journalist Christoph Fasel publiceerde de predikant dit jaar het boek ”Guter Hirte – Braune Wölfe” (Goede Herder – bruine wolven; uitg. bene!). Het wil een „brandend appel” zijn om „niet langer passief toe te kijken, maar zich tegen de haat te keren, op de Zuidheide, in Saksen en waar het er ook maar op aankomt.”

Lesje

Een van de hoofdstukken beschrijft de laffe moord op de 44-jarige Peter Deutschmann uit Eschede, in 1999. Deutschmann, die vanwege zijn alternatieve uiterlijk bekendstond als „de hippie”, had geen vaste woon- of verblijfplaats. De autoriteiten hadden hem daarom een eenvoudige woning aan de rand van het dorp toegewezen. Twee neonazi’s, de 18-jarige werkloze Marco S. (18) en de een jaar jongere Johannes Kneifel, brachten hem hier in de avond van 9 augustus 1999 op buitengewoon brute wijze om het leven. Deutschmann was die dag opnieuw de discussie met hen aangegaan over hun politieke gezindheid, en de twee waren het nu goed zat. „We zullen hem een lesje leren.” Op 10 augustus 1999 overleed Peter Deutschmann in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.

„Ik had destijds vakantiedienst in Eschede”, zegt ds. Manneke. „Toen ik in de krant over de moord op Deutschmann las, heb ik meteen geprobeerd met de ouders van de verdachten in contact te komen en gevraagd of ik, als predikant, langs mocht komen. De ouders van Johannes Kneifel vonden dat goed. De andere dader woonde bij zijn oma, zij wilde niet dat ik kwam. Met Johannes zelf heb ik ook contact gehad. Opmerkelijk: in de gevangenis is hij christen geworden, en heeft daar ook een boek over geschreven: ”Vom Saulus zum Paulus”. Vervolgens is hij theologie gaan studeren aan een baptistenopleiding en heeft hij korte tijd een gemeente in Saksen gehad. Momenteel woont Johannes Kneifel in Frankfurt en studeert hij rooms-katholieke theologie.” Nog jaarlijks wordt er in Eschede een herdenking gehouden bij de gedenksteen die voor Deutschmann is opgericht.

Ook onder ds. Mannekes eigen ”Konfirmanden” –zeg: jonge belijdeniscatechisanten– waren er wel die in de rechts-extremistische scene terechtkwamen. Waarin zit ’m de aantrekkingskracht van groepen als deze? „Vaak is er sprake van uitzichtloosheid. Bij jonge mannen, maar ook bij jonge vrouwen: je hebt bijvoorbeeld een groep die zich de ”Düütsche Deerns” noemt. Sommige jongens zijn 14, 15, 16 jaar als je ze ineens met een kaal hoofd, een bomberjack en zware laarzen ziet lopen. Ik ken ook wel jongeren van wie de opa zeer betrokken was op het Derde Rijk. Die dan vertelde hoe goed alles was: het nationaalsocialisme, de oorlog...”

In de nabijgelegen stad Celle deelden neonazi’s kosteloos muziekcd’s uit op scholen, ontdekte de predikant op zeker moment. „Cd’s van groepen met namen zoals Gestapo, Stahlgewitter, Nordfront en, nog erger, Zyklon B. Gruwelijk. Een rechtse rockband met de naam Kommando Freisler kwam bijvoorbeeld met het lied ”Belsen”, waarin de concentratiekampen worden verheerlijkt: „In Belsen, in Belsen, da hängen sie an den Hälsen/ In Buchenwald, in Buchenwald, da machen wir die Juden kalt.” Toen we daarvan vernamen, hebben evangelische muziekgroepen cd’s opgenomen met eigen liederen, tégen het rechts-extremistisch gedachtegoed. En op scholen zijn leerkrachten eerder begonnen met onderwijs over het nationaalsocialisme. Want vaak weten kinderen en jongeren amper wat dit inhoudt.” Het leverde de basisschool in Unterlüß het keurmerk ”School zonder racisme” op.

Gebouwd in de vorm van een schaapskooi. beeld RD

Zonnewendefeesten

De centra Hetendorf 13 en Landhotel Gerhus mogen dan gesloten zijn, elders in de omgeving blijven neonazi’s gewoon samenkomen. Rond een boerderij in de nabijheid van Eschede bijvoorbeeld, eigendom van NPD-activist Joachim Nahtz. De boerderij is alleen via een zandweg te bereiken. Honderden neonazi’s vieren hier ten minste driemaal per jaar hun –door Hitler zo geliefde– gedenkdagen: in juni, september en december. „En elke keer demonstreren wij weer”, zegt ds. Manneke. „Al mogen we van de politie niet te dicht bij de boerderij komen.”

Ook deze zaterdag –22 juni– is er op Nahtz’ boerderij weer een „zonnewendefeest.” In de e-mail waarmee ds. Manneke de afgelopen dagen zijn contacten opriep om te komen demonstreren, schreef hij: „De NPD, haar jeugdorganisatie JN en de neonazi-vrouwenorganisatie Düütsche Deerns typeren hun feest als een folklorefestival. Maar hun echte doel met deze bijeenkomsten is contacten te leggen, afspraken te maken en nieuwe acties voor te bereiden. Deze zonnewendefeesten zijn dus allesbehalve onschuldig. En het jongste nieuws rond de moord op Walter Lübcke, voorzitter van de regionale raad van Kassel, geeft aan onze demonstratie tegen rechts-extremisme een nog groter gewicht.”

Anne Frank

Ds. Manneke stond mede aan de wieg van twee initiatieven tegen rechts-extremisme: het ”Netzwerk Südheide gegen Rechts-extremismus” (2009) en ”Kirche für Demokratie – Gegen Rechtsextremismus” (2010). „Alleen samen staan we sterk.” Motto van het Netwerk Zuidheide is een citaat van de bekende Duitse verzetsgroep Weiße Rose (Witte Roos): „Als iedereen wacht totdat de ander begint, begint er niemand.” Het netwerk Kerk voor democratie heeft als slogan ”Ons kruis heeft geen haken”.

Voor zijn inspanningen ontving ds. Manneke in juni vorig jaar de Paul Spiegelprijs van de Centrale Raad van de Joden in Duitsland. Van de 5000 euro die daaraan verbonden was, schonk hij twee derde aan de twee genoemde netwerken én een derde aan de Werkgemeenschap Bergen-Belsen. De emeritus predikant wijst op de Nederlandse Jodin Anne Frank en haar zus Margot die in kamp Bergen-Belsen het leven lieten. „Onbegrijpelijk dat er nog steeds lieden zijn die hetzelfde nazi-gedachtegoed voorstaan.”

Als het daarover gaat, zegt hij: „Natuurlijk zijn er ook mensen die zich afvragen waarom ik mij zo bezighoud met rechts-extremisme. De kerk moet zich toch verre van politiek houden? Maar ik ben van mening dat het hier niet om partijpolitiek gaat, maar om principiële vragen. In mijn boek schrijf ik: Wat zou Jezus ervan zeggen? Hoe zou hij handelen als Hij onder ons zou leven? In Zuid-Afrika heb ik gezien wat apartheid, wat racisme teweegbrengt. Ik zou zeggen: het christelijk geloof en rechts-extremisme zijn onverenigbaar. Rechts-extremisme is geen mening, maar een misdrijf.”

„De Jood leeft nog!”

Wie de confrontatie aangaat met neonazi’s, doet dat niet goedkoop. Pesterijen, dreigbrieven, demonstraties voor je woning: ze behoren tot het gangbare repertoire van tegenmaatregelen van de ”nieuwe bruinen”. En dan is er natuurlijk de virtuele wereld: ook ds. Wilfried Manneke kwam erachter dat de sociale media niet zelden allesbehalve sociaal zijn. Onbekenden stuurden bijvoorbeeld onder zijn naam tweets met een rechts-extremistische boodschap de wereld in en op het –in 2016 verboden– internetplatform Altermedia werd hij neergezet als een „Verräterdeutscher” die „verwijderd” moest worden. Op deze website viel overigens meer te lezen, over Joden en christenen onder andere:

„De christen, deze ultima ratio van de leugen, is de Jood nog eenmaal – driemaal zelfs. Als voer voor de leeuwen moet je christenen echt niet gebruiken. De arme leeuwen zouden van dit verrotte, walgelijke vlees/christenen zeker maagkanker krijgen.”

„In een nieuwe tijd zullen deze vodden niet meer lachen... Hier schieten me de woorden van H. G. (Hermann Göring; red.) te binnen – citaat: „Wij hoeven geen gerechtigheid uit te oefenen, wij hoeven slechts te vernietigen!” Einde citaat. En de dag komt...”

„Wat gaat er mis, als in 2012 in Berlijn een Jood in elkaar geslagen wordt? Wat er misging? Hallo???? De Jood leeft nog! Dat is misgegaan!”

„Zij –de predikanten en leden van de kerk; red.– maken de mensen psychisch ziek – om hun vervolgens hun hulp aan te kunnen bieden” (Jürgen Rieger).

Bron: ”Guter Hirte – Braune Wölfe”. De citaten dateren uit de periode 2003 tot 2016, het jaar dat de website Altermedia gesloten werd.

Ds. Wilfried Manneke voor ‘zijn’ Friedenskirche in het Duitse Unterlüß. beeld uitg. bene!

Walter Lübcke was mogelijk het 196e dodelijke slachtoffer

De 45-jarige man die wordt verdacht van de moord, op 2 juni, op CDU-politicus Walter Lübcke uit het Duitse Kassel, heeft een rechts-extremistische achtergrond, liet het openbaar ministerie in Duitsland deze week weten.

Jaarlijks worden in Duitsland vele honderden rechts-extremistisch gemotiveerde misdrijven en gewelddaden gepleegd. In 2017 was er sprake van 19.467 misdrijven (in 2016 waren dit er nog 22.471) en 1054 gewelddaden (2016: 1600), zo blijkt uit de meest recente cijfers van het Bundesamt für Verfassungsschutz (Binnenlandse Veiligheidsdienst). „Daarmee bevindt het huidige aantal rechts-extremistische misdrijven en gewelddaden zich duidelijk onder dat in het jaar 2015”, schrijft het Bundesamt op zijn website. Ondanks deze terugloop is „de bereidheid tot geweld in de rechts-extremistische scene onverminderd groot”, waarschuwt de veiligheidsdienst. „Dalende cijfers op dit punt mogen de aanhoudend hoge dreiging niet verdoezelen.”

Het rechts-extremisme vormt in Duitsland niet één ideologisch geheel, aldus het Bundesamt. Wat de aanhangers doorgaans echter verbindt, zijn hun chauvinisme, racisme en antisemitisme. „Veelal gaat dit gepaard met verheerlijking van het historisch nationaalsocialisme of vertegenwoordigers daarvan.”

Volgens het Bundesamt omvatte het „rechts-extremistisch potentieel” onder de bijna 83 miljoen inwoners van het land eind 2017 zo’n 24.000 personen, een toename van 900 ten opzichte van 2016. De dienst onderscheidt „subculturele” rechts-extremisten (9200), neonazi’s (6000), leden van de partijen Nationaldemokratische Partei Deutschlands (4500), Die Rechte (650), Bürgerbewegung pro NRW (400) en Der III. Weg (500) en aanhangers van andere rechts-extremistische organisaties (4000). Van deze 24.000 zijn er zo’n 12.700 „geweldgeoriënteerd.”

Cijfers over het aantal dodelijke slachtoffers van rechts-extremistisch geweld in Duitsland lopen nogal uiteen. Een organisatie die zich bezighoudt met de exacte registratie hiervan is de Amadeu Antonio Stiftung in Berlijn. Volgens deze in 1998 opgerichte stichting, die zich keert tegen rechts-extremisme, racisme en antisemitisme, zijn er in het land sinds 1990 195 dodelijke slachtoffers van rechts-extremistisch geweld gevallen; daarnaast zijn er nog 12 „verdachte gevallen.” Dat zijn er aanzienlijk meer dan de 85 in de statistieken die de Duitse regering hanteert.

Vanwaar dit verschil?

„De autoriteiten hanteren een erg grove classificatiemethode”, laat Robert Lüdecke, woordvoerder van de Amadeu Antonio Stiftung, weten. „Zij beschouwen alleen die gewelddaden als „politiek gemotiveerd crimineel-rechts” waarbij de rechtse motivatie zonder meer te bewijzen is. Gewelddaden waarbij een sociaaldarwinistisch of racistisch motief minstens een rol heeft gespeeld, worden in de officiële statistieken tot op heden niet meegenomen, en van staatszijde dus volledig gedepolitiseerd.”

Wie behoren er zoal tot de slachtoffers?

„Een groot deel werd vanwege zijn migratieachtergrond vermoord, een andere zeer grote groep zijn de daklozen. Daarnaast vielen er dodelijke slachtoffers onder ”politieke tegenstanders”, oftewel mensen die zich inzetten tegen rechts, of die als links werden geïdentificeerd en om die reden omgebracht. Eigenlijk kun je zeggen dat alle maatschappelijke minderheden potentieel doelwit zijn van rechts geweld – slachtoffers kunnen dus overal vallen.”

Zijn er als het gaat om rechts geweld verschillen zichtbaar tussen de diverse Duitse deelstaten?

„Rechts-extremisme en rechts geweld vormt in de hele Bondsrepubliek een probleem. Er is geen deelstaat zonder rechts-extremistische scene, al zijn de uitingsvormen wel verschillend.

Sinds 2015 beleven we een duidelijke toename van racistisch geweld. Je ziet hier een samenhang tussen de stemmingmakerij en haatcampagnes van rechts-populisten en rechts-extremisten. Het klimaat van haat geeft plegers van rechts geweld het gevoel dat zij in hun recht staan en de „wil van het volk” uitvoeren. Dit klimaat heeft de drempel tot geweld dus verlaagd.”

Politicus Walter Lübcke lijkt daarvan het 196e slachtoffer te zijn.

In Berlijn werd deze week gedemonstreerd tegen het "rechtse geweld", naar aanleiding van de moord op CDU-politicus Walter Lübcke

Nederland

In Nederland is rechts-extremistisch geweld tot dusver relatief zeldzaam, schrijft de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in zijn in 2018 verschenen rapport ”Rechts-extremisme in Nederland – Een fenomeen in beweging”. „Dit is zeker het geval als men de situatie vergelijkt met die in Duitsland, waar in 2016 maar liefst 1600 geweldsincidenten met een rechts-extremistische signatuur hebben plaatsgevonden. Dergelijke incidenten beperken zich in Nederland naar schatting tot maximaal enkele tientallen per jaar.” Overigens constateert de AIVD dat geweld in Nederland dan „zeldzaam” mag zijn, „het aanmoedigen en verheerlijken van geweld is dat niet. Onder rechts-extremisten wordt het (online) taalgebruik steeds agressiever en opruiender. Bovendien heerst in deze kringen een grote fascinatie voor vuurwapens.”

Klik hier voor de website van ds. Wilfried Manneke.