Christen en moslim schrijven samen boek: „Wij zijn geen traditionele theedrinkers”

Ds. Herman Koetshuis (l.) en moslim Enis Odaci zijn al tien jaar bevriend. ​„Bestrijd je elkaar, leef je langs elkaar heen of zoek je naar een bondgenootschap?” beeld RD, Anton Dommerholt
4

Ds. Herman Koetsveld en moslimjournalist Enis Odaci stuurden elkaar op reis door islamitisch en christelijk Nederland. De laatste bezocht de gereformeerde gemeente van Dordrecht. Hoewel hij er te horen kreeg dat hij een afgod volgt, kijkt hij er positief op terug. „De ouderling daar mag ik bellen als mijn keuken blank staat. Al is het 3.00 uur ’s nachts.”

Het interview met protestants predikant ds. Herman Koetsveld en Enis Odaci, zakelijk leider van het onlineplatform Nieuw Wij, vindt plaats in de Waterstaatskerk in Hengelo, vijf minuten lopen van het station. De wandeling naar de kerk waar ds. Koetsveld nog tot november predikant is –hij vertrekt naar de Amsterdamse Westerkerk– leidt langs de imposante Onze-Lieve-Vrouwekerk. Op de route liggen ook Jeruzalem, Shalom en De Pastorie. Hoewel de namen anders doen vermoeden, betreft het respectievelijk een eetcafé, grillroom en speciaalbiercafé.

Op de straat waaraan de Waterstaatskerk grenst, rijdt net een vrachtwagen weg met een lading steigerpijpen. „Eindelijk is die steiger weg”, verzucht ds. Koetsveld binnen. „Goedemorgen, Herman”, klinkt het dan. Enis Odaci arriveert, wandelstok in de hand. De mannen begroeten elkaar hartelijk. „Wij zijn al tien jaar getrouwd”, lacht Odaci, nadat hij is neergestreken op een stoel bij de kerkzaal. „Figuurlijk dan.”

De twee brachten onlangs het boek ”Spiegelreis” uit. Ds. Koetsveld stuurde Odaci naar de zusters benedictinessen in Oosterhout, de protestantse gemeente Rolde, een evangelische gemeente in de Bijlmer en de gereformeerde gemeente in Dordrecht. Op zijn beurt stuurde Odaci ds. Koetsveld naar de Ahmadiyyagemeenschap in Nunspeet, de Alawiyya Soefi Vereniging in Almere, de Sultan Ahmetmoskee in Zaandam en stichting Maruf voor queer moslims in Amsterdam. In het boek verslaan de twee hun ervaringen en bevragen ze elkaar.

Waarom dit boek?

Ds. Koetsveld: „Na Geert Wilders’ anti-islamfilm ”Fitna” in 2008 liet ik op een vergadering met collega’s agenderen hoe we hierop als predikanten moesten reageren. Erover preken, schrijven? Dat resulteerde in het Manifest van Advent, een A4’tje met een christelijk antwoord op de verharding in de samenleving. Tegenover de tijd van vervreemding en angst plaatsten we de adventsboodschap als uitzicht op vrede tussen mensen.”

ds. Herman Koetsveld. beeld RD, Anton Dommerholt

Odaci: „Sinds de aanslagen in Amerika op 11 september 2001 moest ik me verdedigen. Ineens was ik geen collega of buurman meer, maar moslimcollega en moslimbuurman. Ik kreeg vragen waarop ik als cultuurmoslim geen antwoord had. Noodgedwongen verdiepte ik mij in mijn traditie, leerde zelfs Arabisch om de Koran in de grondtekst te kunnen lezen. Ik ontdekte dat de aanslagen net zomin met de islam te maken hebben als dat kindermisbruik bij de Rooms-Katholieke Kerk hoort. Toch vond ik dat ik me daartoe moest verhouden.

Ds. Herman Koetshuis (r.) en moslim Enis Odaci zijn al tien jaar bevriend. ​„Bestrijd je elkaar, leef je langs elkaar heen of zoek je naar een bondgenootschap?” beeld RD, Anton Dommerholt

Toen was daar ineens het Manifest van Advent, qua toon en inhoud precies het document waarnaar ik smachtte. Want Wilders beriep zich op het christendom, evenals Pim Fortuyn en Ayaan Hirsi Ali. Ik mailde Herman, waarna een kennismakingsgesprek volgde. Al snel kwamen er vervolggesprekken waarbij we de diepte in gingen. Lastige vragen –de positie van Jezus, terreur door moslims– schuwden we niet. We zijn geen naïeve wegkijkers en geen traditionele theedrinkers. Wat we ontdekten, publiceerden we. Ook gaven we lezingen. We hebben er de stichting Koetsveld & Odaci voor opgericht.”

Ds. Koetsveld: „Met de reisverslagen in ”Spiegelreis” geven we een inkijkje in de islamitische en christelijke wereld. Door onze ervaringen te delen, willen we het gesprek verbreden.”

Odaci: „Veel mensen hebben vragen over islam en christendom. Niet iedereen kan of durft een dergelijke reis te maken. Ons boek biedt vele antwoorden.”

Hoe vond de selectie van gemeenschappen plaats? Zo ontbreekt een bezoek aan een parochie, terwijl de Rooms-Katholieke Kerk Nederlands grootste kerkverband is. En lhbt-moslims zijn maar een smaldeel.

Ds. Koetsveld: „We streefden naar maximale diversiteit. We planden elk zes reizen, om uit te komen op het mooie getal van twaalf. Maar de praktijk van deze reizen organiseren was weerbarstig. Niet iedereen wilde ons ontvangen en soms duurden zaken ook te lang.”

Odaci: „De deuren gingen inderdaad niet overal open. Salafistische organisaties wilden Herman niet ontvangen. Veel evangelische en orthodox-protestantse gemeenschappen zagen mijn komst niet zo zitten. En lhbt-moslims zijn misschien qua omvang klein, maar wel een maatschappelijk relevante groep.”

„Een moslim in mijn kerk? Daar heb ik niet zo’n trek in”, zei een voorganger. Hoe voelt zo’n „nee”?

Odaci: „Vaak wordt moslims verweten dat ze niet willen meedoen in de samenleving. Nu is er een moslim die het gesprek wil aangaan en dan blijft de deur dicht. Dat maakt me echt boos. Ik ontdekte dat er achter die afwijzing een theologie zit, de opvatting dat er maar één ware godsdienst is.”

Uiteindelijk bleek u welkom in de gereformeerde gemeente te Dordrecht.

Ds. Koetsveld: „Ik heb een handvol gereformeerde gemeenten benaderd. Op Dordrecht na wezen kerkenraden het verzoek af met onduidelijke redenen. Soms moesten we maanden wachten.”

Odaci: „Ik maakte de dienst mee, sprak na afloop met ds. Van der Net en ging lunchen bij ouderling Nico van Steensel thuis. Ik kreeg te horen dat ik een afgod volg, verloren ga omdat ik Jezus niet als Zoon van God zie. Toch vond ik het een van de betere ontmoetingen. De eerlijkheid die ik aantrof, waardeer ik.”

Ds. Herman Koetshuis (r.) en moslim Enis Odaci zijn al tien jaar bevriend. ​„Bestrijd je elkaar, leef je langs elkaar heen of zoek je naar een bondgenootschap?” beeld RD, Anton Dommerholt

U schreef dat het gesprek met ds. Van der Net te kort was, want u had nog veel vragen. Welke prangende vraag heeft u voor hem?

Odaci: „Hij wilde van mij weten wat ik geloof van Jezus, waarop ik hem de islamitische theologie uitlegde. Vervolgens zei de predikant dat de Bijbel en de geloofsbelijdenis van Athanasius heel duidelijk leren dat wie niet in de Drie-eenheid gelooft niet zalig wordt. Hij moest het daarbij laten, want hij herstelde van een hartoperatie. Ik had hem graag de islamitische visie op de Drie-eenheid voorgehouden: Allah als vaderfiguur, Jezus als profeet en Gabriël als heilige geest. Vervolgens had ik hem willen vragen waarom volgens hem Athanasius het bij het rechte eind had.”

Tijdens lezingen maakte u mee dat een christelijke man zei dat het fijn is om samen op te trekken, maar dat moslims wel verloren gaan. Andersom betogen genoeg moslims het omgekeerde. Hoe kijkt u hier tegenaan?

Ds. Koetsveld: „Hier raak je het nooit over eens. Dat is ook niet gek, want dat lukt kerken onderling al niet. Maar voor het maatschappelijk leven is het van grote waarde als christenen en moslims elkaar ontmoeten. Ze wonen samen in één land en moeten het met elkaar zien te rooien. Geloven moet blijken uit je daden, zeg ik met Mattheüs 25.”

Odaci: „Volgens de gereformeerden die ik ontmoette, ga ik verloren. Maar het hinderde ouderling Van Steensel niet om met mij onder het genot van een kop soep een geanimeerd gesprek te voeren. Als mijn keuken blank staat, mag ik hem bellen. Al is het 3.00 uur ’s nachts. Dat is niet niks in deze gepolariseerde tijd.

Cruciaal is de vraag hoe je je opstelt tegenover mensen met een ander geloof. Bestrijd je elkaar, leef je langs elkaar heen of zoek je naar een bondgenootschap? Ik ben voorstander van dat laatste. In ontmoetingen hoef je de waarheidsvraag niet te parkeren. Maar meer dan in een geloofsgesprek geloof ik in het ethische gesprek. Tot welke ethiek leidt jouw theologie? Wat hebben we aan elkaar? Bijvoorbeeld: hoe maken we samen ons onderwijs nóg beter? Of: hoe houden we onze buurt veilig voor de kinderen? De Dordtse Leerregels en de sharia kunnen we dan wel even opbergen, die blinken niet uit in praktische toepasbaarheid.”

Ds. Koetsveld: „De Franse filosoof Frédéric Lenoir zegt dat het grote verschil in de samenleving niet ligt tussen gelovigen en niet-gelovigen en ook niet tussen christenen en moslims. De scheidslijn ligt tussen mensen die oordelen en mensen die proberen hun oordeel op te schorten.”

Ademt het boek niet ál te veel van relativisme, ieder het zijne?

Ds. Koetsveld: „Wat is het alternatief? Dat we níét ieder het zijne gunnen? We weten tot welke verschrikkelijke ideeën dat kan leiden. Dan wordt de ene religie superieur aan de andere, en dus de ene mens superieur aan de andere. Nee, ik gun eenieder zijn waarheid, wil ervan weten, maar sta stevig in mijn eigen traditie met mijn eigen waarheid.”

Zijn jullie tijdens jullie reizen ook geschrokken?

Odaci: „Ik heb me alleen verwonderd.”

Ds. Koetsveld: „Ik zal nooit de pijn van islamitische lhbt’ers vergeten die ik aantrof bij stichting Maruf. De moslimgemeenschap heeft ze vanwege hun geaardheid verstoten en het gros van de maatschappij zit ook niet op hen te wachten omdat ze moslim zijn. Sommigen denken dat het beter was geweest als ze nooit waren geboren. Daar schrik ik echt van.”

2019-02-15-BIN1-moslim-8-FC-V_webHoe christenen met moslims in gesprek kunnen gaan

Waarom zou iemand jullie boek moeten kopen?

Ds. Koetsveld: „Je wordt er wijzer van.”

Odaci: „Ons boek schetst dat de werkelijkheid op straat anders is dan de media en de politiek ons doen geloven. Dat biedt hoop voor de toekomst.”

Kerkdienst door de ogen van een moslim

„Ik word vriendelijk opgevangen door een gemeentelid; want ik val natuurlijk gelijk op”, schrijft Odaci in het boek. „Circa 1000 mensen zitten verspreid over twee etages. (...) Jong en oud, vrouw en man, zitten naast elkaar. De meisjes en de vrouwen hebben hun hoofd bedekt. Geen hoofddoeken zoals in de moskee, maar hoeden en mutsen en andere modieuze varianten. (...)

De predikant van de dienst is ds. Jan van der Net. In Dordrecht heeft de gereformeerde gemeente geen vaste predikant en dat heeft een reden. Predikanten worden beroepen, er is geen dwang, het is God die het hart van een predikant moet inspireren om vaste voorganger te worden. Tot op heden heeft die predikant zich nog niet in Dordrecht gemeld, omdat God er nog geen gekozen heeft. Zo is men dus aangewezen op gastpredikanten.

De eredienst is niet veel anders dan een ‘reguliere’ protestantse kerkdienst, maar er worden meer psalmen gezongen. Ook wordt er twee keer gecollecteerd. Iedereen koopt vooraf plastic muntjes die men in de rondgaande collectezak stopt. Wanneer de collecte onder luide orgelmuziek wordt opgehaald, klinkt door de hele zaal het geluid van die klinkende muntjes, een voor mij bijzondere geluidservaring.

De toon van de preek en van de gebeden is wel anders. Dominee Van der Net bidt dat mensen zich mogen bekeren tot de weg van Jezus; zij die dwalen en ook de heidenen. Het past bij de geloofsbelijdenis van de kerk. De preek gaat over de beginpassage van Handelingen 21, waarin de apostel Paulus zich opmaakt voor een reis naar Jeruzalem, maar bezoek krijgt van een profeet uit Judea, genaamd Agabus. De profeet waarschuwt Paulus dat hem in Jeruzalem hetzelfde lot staat te wachten als Jezus: hij neemt de gesp van Paulus en bindt zijn eigen handen en voeten ermee vast: „Dit staat je te wachten in Jeruzalem!” Een stevige waarschuwing. De discipelen zijn verdrietig en wensen dat Paulus bij hen blijft, maar Paulus antwoordt dat hij niet alleen maar gebonden wenst te worden voor de naam van de Heere Jezus, maar ook zou willen sterven. De toelichting vanaf de kansel is: de liefde van de discipelen is voor Paulus een verzoeking. Zélfs in de liefde voor je medemens schuilt gevaar. Het geven van je leven, zoals Paulus stelt, is een ultieme daad van overgave, een die leidt tot het heil.”

In de gereformeerde gemeente zegt Odaci te hebben ontdekt waar de „nationalistische ideeën” van enkele christelijke partijen vandaan komen. „Ze zijn wel degelijk gegrond in de theologie. Daar waar de SGP doet alsof men de maatschappelijke problemen rondom islam agendeert, voeren ze feitelijk hun theologische agenda uit waarbij de overheid de afgodendienaren dient te bestrijden. Dat idee komt in diverse gradaties voor in de rechterflank van de kerk, zoals ik bij de gereformeerde gemeente in Dordrecht heb gezien.”

Dat Odaci in de preek te horen kreeg dat hij verloren gaat en dat in de liefde voor de medemens gevaar kan schuilen, houdt hem bezig. „Is mijn oproep om mij als gelijkwaardig te zien een verzoeking? Is de mooie gastvrijheid die ik ervaren heb in de kerk en aan deze keukentafel een vorm van evangelisatie? Het zijn voor mij relevante vragen.”