Boer in zwaar weer: Nog harder werken dan maar

Boeren
beeld RD, Anton Dommerholt

Nee, boer Kees Verweij (57) noemt geen aantallen – hij vertelt niet hoe groot zijn bedrijf is en hoeveel melkkoeien hij heeft. „Ik word óveral al afgerekend op aantallen”, zegt hij. Hij is 40 jaar boer en vindt regels voor voedselveiligheid belangrijk, maar is tegen zinloze, tegenstrijdige, wisselvallige regels, en ook tegen voorschriften die praktisch onuitvoerbaar zijn of elkaar „driedubbel overlappen.”

In 1984 had hij te maken met het melkquotum, in 2018 met het fosfaatrechtenstelsel, nu speelt de discussie rond stikstof. Door die fosfaatrechten brak er iets bij hem. En bij veel boeren, stelt hij. „Er zit geen perspectief meer in. We zijn door een bodem heen gezakt. Ze morrelen aan ons bestaan.” Daarom wil hij niet met zijn echte naam in de krant, en ook dat heeft een reden: hij wil het verhaal van „de melkveehouder” vertellen, en dan vooral van het familiebedrijf, waarbij het hele gezin vaak betrokken is. Verweij doet het werk op de boerderij samen met zijn vrouw Mieke (56) en hun vier kinderen: twintigers, ieder met een vaste baan ernaast.

„Soms betekent het: alle hens aan dek. Op zomeravonden drinken we met elkaar wat, daarginds op de picknickbank, en kijken we tevreden om ons heen. Elke dag geniet ik van het bezig zijn in de stallen en van het buiten zijn. Ik zou me geen raad weten als ik moest leven zonder mijn dieren, en zonder dat ik me hoefde af te vragen: hoe staat het gras erbij, en hoe doet de mais het?”

Zijn opa hield vanaf 1926 al koeien, op deze plek in de Vijfheerenlanden, een regio waar vanwege de afwisselende grondsoorten zowel veeteelt als fruitteelt en kleinschalige akkerbouw te vinden is.

In het grote huis op het bedrijfsterrein wonen twee gezinnen; ramen en kozijnen glanzen. In de keuken ruikt het naar appeltaart. De stallen op het erf zijn deels nieuw. Roodbonte koeien steken er hun neus in vers voer. In de zomer kunnen de dieren zo de weilanden in wandelen. Wat een droom, zo’n boerderij, zou je denken.

De werkelijkheid is dat gezinsbedrijven zoals die van Verweij het hoofd amper boven water kunnen houden. „We komen elke maand tekort”, zegt Mieke kalm. Kees: „Ken jij bedrijven die nooit een factuur hoeven te sturen, omdat de afnemer de prijs van het product bepaalt? Bij melkveehouders gaat dat zo; de prijzen zijn lager geworden, terwijl de kosten sinds 2000 verdubbelden.”

In 2015 bouwden ze een nieuwe stal, die voldeed aan de eisen voor dierenwelzijn, weidegang en milieu. Toen de stal af was, werd de fosfaatwet met terugwerkende kracht ingevoerd, waardoor de familie Verweij voortaan nog minder dieren mocht houden dan vóór de verbouwing. „Ze hebben tussentijds de spelregels veranderd.”

In het gezin namen de spanningen toe. „Een van ons wilde een deel van de koeien laten ruimen, de ander wilde procederen tegen het besluit rond het fosfaatrecht”, zegt Mieke. „Procederen was een risico; verliezen zou ons veel geld kosten. Maar we hadden die koeien nodig.” Verweij stapte naar de rechter, net als andere gedupeerde boeren – en verloor. „We kregen een boete van tienduizenden euro’s omdat er tijdelijk te veel dieren waren geweest, en de koeien moesten alsnog weg.” Fosfaatrechten bijkopen was te duur. „De keus was: een nieuwe stal halfvol dieren hebben, of ons nog dieper in de schulden te steken, waar we vervolgens aan onderdoor zouden gaan.” Hoe houdt zo’n boerengezin alles dan toch draaiend? „Door nóg harder onze best te doen. Door het figuurlijk kapotslaan van misschien nog een spaarvarkentje. Of door een particuliere belegger te zoeken. Er zijn boeren die hun bezit alvast verkopen om toch te kunnen blijven boeren. Maar als je je bezit verkoopt, heb je niks meer om op terug te vallen.”

Kees Verweij is teleurgesteld – in de zuivel- fabriek, de voerindustrie, de bank. „We hebben niets meer te verliezen. Ik heb jaren niet durven ageren, in de hoop dat het zou meevallen, en omdat ik bang was voor boetes. Maar ons bestaan wordt bedreigd door onze afnemers. Daarom protesteren boeren. Sommigen hebben alle moed verloren. Ik ken een jongen van 22 die zijn vader aan een touw in de stal vond. We zullen veel meer moeten gaan samenwerken, om te laten zien dat dit zo niet langer gaat.”

De namen van Kees en Mieke Verweij zijn om privacyredenen gefingeerd.