Zij-instromer: Van de smartphone naar de schoolbel

Marcel van den Bos. beeld RD, Anton Dommerholt
2

De hectiek van het bedrijfsleven verruilde hij ruim twee jaar geleden voor het rumoer van de vmbo-klas. Zijinstromer Marcel van den Bos (40) uit Oosterland heeft geen moment spijt van zijn keus om als docent elektrotechniek aan de slag te gaan. „Ik krijg van de leerlingen veel terug. Dat ik hen mag wijzen op Christus geeft me een diepere arbeidsvreugde.”

De bel weerklinkt in de koffiekamer van de reformatorische vmbo-school. De Swaef ligt op enkele honderden meters van het drukke bus- en metrostation Zuidplein, pal naast een van de belangrijkste winkelcentra van Rotterdam. Een voor een beëindigen de docenten de korte pauze. Marcel van den Bos heeft nog een uurtje vrij. De schoolbel was een van de weinige zaken waaraan hij moest wennen. „Die regeert je. Als docent heb je geen keus. Je moet er staan.”

Daartegenover staat dat het geluid van zijn telefoon niet meer de gehele dag gaat. „Dat is eigenlijk veel meer waard. In mijn vorige baan werd ik de hele dag door gebeld. Door klanten, collega’s en tal van anderen. Hier gaat-ie eigenlijk nooit meer over. Dat heb ik als een grote rust ervaren.”

De geboren en getogen Zeeuw volgt na de lagere school de lts en aansluitend de mts. „Ik was havo/vwo getest, maar zag dat mijn oudere broer veel huiswerk meekreeg. Dat vond ik maar niets.”

Tijdens een stage in zijn mts-tijd belandt hij bij Wesotronic in Barendrecht, een elektro-installatiebedrijf dat zich vooral toelegt op beveiliging. Hij vindt er na school direct een baan. „Het plaatsen van camera’s bij onder meer supermarkten was een belangrijk onderdeel van het werk.” Gaandeweg ontwikkelt hij zich als geluidspecialist. „Ik reisde het hele land door voor het aanleggen van geluidsinstallaties bij kerken. Daardoor heb ik veel reformatorische kerken vanbinnen gezien. Daarnaast hadden we onder meer uitvaartcentra en scholen als klant.”

Hij omschrijft zijn jarenlange arbeid bij het elektrotechnisch bedrijf als „mooi werk. Het was specialistisch, zeker met het kerkenwerk was ik dienend bezig en ik had ook veel vrijheid. Op het laatst was ik projectleider, zodat ik ook wel dagen op kantoor was. Ik had het er uitstekend naar m’n zin.”

De vader van een opgroeiend gezin met vier kinderen had daarom niet durven dromen nog eens voor een klas met jeugd van 12 tot 16 jaar te staan. „Het was niet in me opgekomen. Ik leefde in de veronderstelling dat ik met deze groep niet goed kon omgaan. Ik kan best wel geduldig zijn, maar ook wel driftig uitvallen.”

Zijn opstelling verandert als vanuit zijn kerk, de hersteld hervormde gemeente in Sirjansland, het verzoek komt om jeugdwerkleider te worden. „Ik liep een paar avonden mee en was er bij toen ze rond Hemelvaartsdag een paar dagen op kamp gingen. Ik zag hoe die gasten zich ontwikkelen en besefte hoe belangrijk het kan zijn om hen daarbij te helpen.”

Targets

Een oproep om een informatieavond over zijinstromers te bezoeken, trekt de aandacht van Van den Bos. „Die avond was in Rotterdam en werd belegd door de verschillende Wartburglocaties. Een paar mensen deden hun zegje en ik kreeg het idee dat het misschien iets voor mij zou zijn.” Als hij contact opneemt met De Swaef, openen alle deuren zich. „Ze hadden juist een docent elektrotechniek nodig en ik liep een middagje mee. Ik kon na mijn komst een klein halfjaar meedraaien met een collega die in verband met pensionering daarna afzwaaide. Ik heb in de wijze waarop ik bij het jeugdwerk en vervolgens op school terechtkwam echt Gods leiding gezien. Het was voor mij bedoeld.”

Van den Bos zegt zijn baan op en gaat na de zomervakantie in 2017 in Rotterdam aan de slag. „Het was wel een draai van 180 graden. Van een organisatie die gericht is op targets en het verdienen van geld naar een omgeving die niet door winsten wordt gedreven. Een school is een veel socialere organisatie.” De overstap verloopt soepel. „Ik heb geen salaris ingeleverd en mijn studie is geheel betaald.”

Voorwaarde is wel dat hij zijn bevoegdheden op pedagogisch en didactisch terrein behaalt. Hij hoeft daarvoor de eerste jaren minder uren les te geven en gaat naar de Amsterdam Hogeschool, die hem een lesprogramma op maat aanbiedt. Twee jaar lang reist hij iedere woensdag naar de hoofdstad. „Dat is best zwaar in combinatie met lesgeven.” De studie verloopt evenwel voorspoedig. Voor de Kerst hoopt hij zijn laatste opdrachten af te ronden.

Kalkoen

Het lukt hem vanaf de eerste dag aardig om het vertrouwen van de pubers te winnen. Breed grijnzend: „In de onderwijswereld worden nieuwelingen vaak vergeleken met een kalkoen. Haal je de Kerst of niet?”

Als belangrijke voordelen van de zijinstromer noemt hij zijn leeftijd en werkervaring. „Daarnaast moet je niet doen alsof jij het wel weet. Belangrijk is dat je interesse in de leerlingen hebt en de wat stillere jongens en meisjes niet vergeet. Ik informeer naar hun vakantie- of zaterdagbaantje en andere dingen. Zodra er een zekere band ontstaat, kun je beginnen met kennisoverdracht.”

Van zijn studie heeft hij veel profijt gehad, geeft hij aan. „Ik kreeg veel meer kennis van groepen en leidinggeven. Waar je op moet letten, zoals verbale en non-verbale communicatie. Ik ben wat dat betreft echt gegroeid. Ook heb ik er geleerd meer op mijn strepen te gaan staan. Regel is regel, je moet heel consequent zijn.”

Van den Bos geeft les in alle groepen. In de eerste klassen, die vaak nog uit jongens en meisjes bestaan, en de drie daaropvolgende leerjaren waarin de elektroklas meestal vrijwel uitsluitend jongens herbergt.

Van een lastige leeftijd wil hij niet spreken. „Er verandert bij hen in die jaren van alles. Ze bevinden zich op een kantelpunt. Ik vind het mooi om deel uit te maken van dat proces. Nog mooier is dat ik hen bij de dagopeningen erop mag wijzen hoe belangrijk het is om te geloven in de Heere Jezus. Dat is toch de meerwaarde van deze school.”

In sommige delen van het voedingsgebied wordt argwanend gekeken naar het drukke Zuidplein, weet hij. Criminaliteit en druggebruik tieren er welig. Toch heeft Van den Bos De Swaef als een veilige locatie leren kennen. „Dat wil niet zeggen dat we niet midden in de samenleving staan. Vorig jaar is op onze locatie door de afdeling zorg en welzijn een restaurant geopend, waar bewoners uit de buurt één keer in de maand kunnen aanschuiven. De leerlingen trekken ook voor andere projecten de wijken in.” Natuurlijk zijn er scholieren met problemen. „Maar meestal zit daar een verhaal achter. Dan probeer ik voor hen wat te betekenen.”

Robotisering

De docent is bezig de lesstof binnen zijn profiel, Produceren, Installeren en Energie (PIE), voor de komende jaren verder uit te breiden. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar robotisering en programmeren. Bedrijven staan volgens hem echt in de rij om geschikte vmbo’ers in dienst te nemen. „Vaak worden ze al tijdens hun stage in het derde leerjaar gevraagd. Ze gaan dan als bbl’er aan de slag. Er is een groot tekort aan werknemers in tal van technische beroepen.”

Hij vindt het jammer als talentvolle knapen niet doorstromen naar wat meer theoretische opleidingen. „Maar zo gaat dat nu eenmaal. Na de mts adviseerde men mij ook de hts te gaan doen. Ik zie bij mijn zoon, die naar de TU in Delft gaat, wat ik heb gemist. Of dat erg is? Geld is ook niet alles. Dat ik de leerlingen hier mag vertellen over het Leven met een hoofdletter geeft me een veel diepere vreugde.”

Geen docententekort

Beroepencollege De Swaef in Rotterdam-Carnisse telt circa 625 leerlingen. Na een jarenlange daling is het leerlingental de laatste jaren behoorlijk stabiel en is er zelfs sprake van een lichte stijging. De inspanningen om jonge mensen te verleiden tot het kiezen voor technische be- roepen lijken vruchten af te werpen.

Voor het geven van de technische beroepen wordt er vaak gebruikgemaakt van zogenaamde zijinstromers, mensen die in de praktijk de nodige kennis en ervaring hebben opgedaan. De Swaef kent vijf verschillende profielen: bouwen, wonen en interieur; produceren, installeren en energie; mobiliteit en transport; zorg en welzijn; economie en ondernemen. Hoewel ook in het voorgezet onderwijs het tekort aan docenten zijn tol eist, wordt het reformatorische beroepencollege hierdoor nog niet hard getroffen. Er is momenteel slechts één vacature.

De Swaef is onderdeel van het Wartburg college. Dat is verspreid over vier locaties: drie in Rotterdam en een in Dordrecht. Grootste is de Guido de Brès, dan volgt Revius. De Swaef is de derde Rotterdamse vestiging. In Dordrecht maakt de Marnix deel uit de van de grote reformatorische scholengemeenschap.