Weerzien na bijna vijftig jaar

Onvergetelijk onderwijs
Oud-rector L. van Dijke van de Jacobus Fruytier scholengemeenschap in Apeldoorn ontmoet zijn vroegere aardrijkskundedocent drs. A. Petermeijer –die ook rector werd– bij diens woning. Van Dijke: „Ik heb in mijn eigen manier van lesgeven veel van u teruggevonden.” beeld Erald van der Aa
3

Leo van Dijke ziet na 48 jaar zijn vroegere leraar A. Petermeijer terug. „Hij was mijn held.”

De school in Bergen op Zoom staat er nog. Bij het zien ervan komen de herinneringen boven. „Op dat veldje onder de bomen voetbalden we altijd. Ik stond meestal op het doel. En daar staat het huis van de conciërge die wel twintig keer op een dag van school naar zijn huis liep”, zegt Leo van Dijke, vijftig jaar geleden leerling aan de Rijks Hogere Burgerschool.

De school bestaat nog, nu onder de naam ’t Rijks, Regionale Scholengemeenschap, kortweg ’t Rijks, maar er zijn wel veel nieuwe gebouwen gekomen. De kastanjebomen van vroeger staan er ook nog. Maar de leraren van vroeger zijn er niet meer. Naar een van hen, „de beste leraar die ik ken”, is Van Dijke op zoek, niet hier natuurlijk.

Grote overgang

Leo van Dijke bezocht als tiener de school vanuit zijn woonplaats Sint Annaland op Tholen. Het was een overgang van het conservatieve en calvinistische Thoolse dorp naar het stadse en rooms-katholieke Bergen op Zoom. Het viel de jongen niet altijd mee om zijn eigenheid te bewaren. Een van de leraren die hem daarbij geholpen hebben, is drs. A. Petermeijer. „Hij deed dat op subtiele wijze. Hij was voor mij een held”, zegt Van Dijke.

De twee gepensioneerde mannen zien elkaar bij de ingang van Petermeijers huis aan de Wagnerstraat. De tachtigjarige oud-leraar en oud-rector van ’t Rijks is gekleed in een donkerblauw pak met stropdas, terwijl leerling Leo een luchtige lichtblauwe blouse aan heeft. Verschil moet er zijn. De begroeting is allerhartelijkst. Het gesprek over de school en vroeger begint al buiten en wordt voortgezet in de studeerkamer, die vol staat met boeken. Op het bureau liggen de kleurige lerarenagenda’s en andere papieren al klaar. Petermeijers vrouw, die lerares aan dezelfde school is geweest, zorgt voor de koffie.

Van Dijke heeft een cadeau meegenomen voor zijn oud-leraar: het boek ”Groot voorregt.” Het is uitgegeven ter gelegenheid van het twaalfenhalfjarig bestaan van de Jacobus Fruytier scholengemeenschap in Apeldoorn, waarvan Van Dijke toen rector was. „De titel is ontleend aan Jacobus Fruytier, naar wie de school genoemd is. Fruytier schreef een boek met de titel: ”Groot voorregt voor christenkinderen”. Dat voorrecht is de doop, waardoor kinderen apart worden gezet”, aldus Van Dijke. Petermeijer van zijn kant biedt een boekje aan over het honderdjarig bestaan van ‘zijn’ school in 1982.

„Na het verlaten van de hbs heb ik vaak aan u teruggedacht”, zegt Van Dijke. „Uw lessen vergeet ik niet. Ik vond aardrijkskunde een prachtvak, vooral dankzij de manier waarop u het bracht. Ik heb veel van u geleerd en in mijn eigen manier van lesgeven veel van u teruggevonden, vooral wat de structuur van de lessen betreft. We leerden veel, behalve op de laatste dag van elk kwartaal, dan had u een quiz.”

„Welke aardrijkskundige naam begint met de eerste letters van het alfabet?” vraagt Petermeijer.

„Abcoude”, antwoordt Van Dijke prompt.

Goede leerling

Petermeijer haalt zijn lerarenagenda’s met de cijferlijsten tevoorschijn die hij van al die jaren bewaard heeft. „Je was een goede leerling met achten en negens voor aardrijkskunde”, stelt hij vast.

Van Dijke krijgt inzicht in de cijfers, maar niet dan nadat Petermeijer de namen van de andere leerlingen afgedekt heeft. „Leerlingen van Tholen waren over het algemeen ijverig”, zegt Petermeijer. „Ze deden hun huiswerk trouw.”

Hij kende tot aan zijn pensionering in 2002 de namen van alle leerlingen. „Aan het begin en het einde van de schooltijden zorgde ik ervoor om op een centrale plek te staan, zodat ik de leerlingen kon zien. Als er een voorbijkwam die ik niet kende, riep ik hem of haar bij me en vroeg naar de naam. In de jaren zestig waren er nog niet zo veel leerlingen, maar aan het einde van mijn carrière waren het er 1900. Ik hoefde gelukkig niet alle namen in één keer te leren, maar wel de namen van de nieuwe lichting.”

Onvergetelijk

Eén gebeurtenis is Van Dijke als de dag van gisteren bijgebleven: het overlijden van zijn neef Aart van Winkelen uit Sint Annaland, op 1 oktober 1965. De jongen werd tijdens een les op school niet goed, waarna bleek dat hij een hersentumor had. Drie weken later overleed hij.

Aart maakte schilderijen. Van Dijke laat een door hem gemaakt kunstwerk zien van een oude Zeeuwse boer die een pijpje rookt. „Bij de begrafenis hebt u nog een woord gesproken”, zegt hij.

Petermeijer weet het nog goed. „Dat was bij het graf. Ik was bang dat mijn toespraak uit de toon zou vallen, omdat er door anderen alleen maar over geestelijke dingen gesproken werd.”

Van Dijke: „U sloeg door uw toespraak een brug tussen school en thuis. Zo worden school en gezin verbonden.”

Chirurgen

Petermeijer vertelt dat dertien leerlingen zijn overleden in de 42 jaar dat hij aan de school verbonden is geweest. Mede dankzij zijn inspanning hangt er in de school een lijst met hun namen. Aart van Winkelen is de bovenste. Beiden kennen ook Leuntje van Winkelen, een zus van Aart, die later met een predikant is getrouwd.

Dan komen er andere namen naar boven. Rien Heijboer kon goed voetballen, maar hij brak zijn been, waardoor dat verleden tijd was. Hij werd chirurg en heeft veel voetballers geopereerd.

Bert Trenning werd ook chirurg en houdt een website bij over de Rijks-hbs. „Hij is me een keer komen opzoeken”, zegt Petermeijer. „Zo opeens stond hij voor de deur. Het gebeurt regelmatig dat ik oud-leerlingen tegenkom. Tijdens een atelierroute in Tholen heb ik meer met oud-leerlingen gepraat dan dat ik schilderijen gezien heb.”

Ook leraren van toen komen langs: Boehmer, Van der Lip, Van Meekeren, Zoomermeijer, Van der Maas, Van Bavel. Van Dijke herinnert zich dat hij eens door de leraar Frans voor straf de klas uitgestuurd werd. Hij had een 9 voor een proefwerk en feliciteerde een medeleerling die hetzelfde cijfer had. Ze werden voor twee dagen van school gestuurd met als taak 25 bladzijden Frans te vertalen. „Mijn vader zei alleen maar: Maak het maar”, zegt Van Dijke, nog een beetje mopperig.

Boeiend lesgeven

„Hebt u de leerlingen zien veranderen?” vraagt de oud-leerling.

„Ik ben les blijven geven, ook toen ik al rector was”, antwoordt Petermeijer. „Daardoor bleef ik met de jeugd in contact en merkte ik dat die minder veranderde dan je op het eerste gezicht zou denken. Ik vind het een goede ontwikkeling dat de jeugd van tegenwoordig meer dan vroeger zegt wat hem bezighoudt. De manier van lesgeven is wel veranderd. Vroeger hielden de leerlingen hun mond, omdat er gezag was. Tegenwoordig moet je boeien door goed les te geven.”

Van Dijke: „Dat deed u. U had wat te bieden en dat hebt u nog. Ik heb er jaren naar uitgezien om u te ontmoeten. Het was geweldig!”

Dit is het derde deel in een zomerserie over leerlingen die na jaren hun onvergetelijke docent of leerkracht weer ontmoeten.

Drs. A. Petermeijer

Ad Petermeijer werd op 29 mei 1937 geboren in Groede (Zeeland). Hij werd in 1960 leraar aan de Rijks Hogere Burgerschool te Bergen op Zoom. In 1971 werd hij rector van de school. In 2002 ging hij met pensioen. Hij was ouderling-kerkvoogd en nu is hij, samen met zijn vrouw, voorzitter van het college van kerkrentmeesters van de protestantse gemeente Bergen op Zoom.

L. van Dijke

Leo van Dijke werd op 24 oktober 1951 te Sint Annaland op Tholen geboren. Hij bezocht de Rijks Hogere Burgerschool in Bergen op Zoom van 1963 tot 1969. Daarna ging hij naar de Driestar. In 1972 werd hij onderwijzer op de Eben-Haëzerschool te Elspeet en in 1979 leraar Duits aan de Van Lodensteinscholengemeenschap in Amersfoort. Van Dijke stond in 1984 aan de basis van de Jacobus Fruytier scholengemeenschap in Apeldoorn. Hij was adjunct-directeur, daarna plaatsvervangend rector en van 1991 tot 1998 rector. Hij bleef directielid tot zijn pensionering in 2015.