Gouden handjes in de klusklas van Nieuw-Beijerland

Een poppenhuis voor de kleuters in elkaar zetten is een kolfje naar de hand van de klusklas.  beeld RD
4

„Mam, eindelijk ben ik ergens goed in.” Dat zei een leerling van de klusklas van de School met de Bijbel in Nieuw-Beijerland tegen zijn moeder. „De doeners zijn niet meer de sufferds maar de helden van de school.”

Het begon allemaal een jaar of acht geleden. „We hadden een groep met veel jongens die behoorlijk aanwezig waren. Soms positief, maar vaak ook negatief.” Adjunct-directeur en initiatiefneemster Jacolien van Pelt (44) weet het nog goed. „We zeiden tegen elkaar: Die gasten moeten gewoon wat gaan doen. De handjes laten wapperen.”

Zo gezegd, zo gedaan. Twee middagen per week werden de doeners uit de desbetreffende groep aan het werk gezet. Klusjes binnen en buiten de school, creatief bezig zijn met onder andere hout. „Het effect was direct merkbaar”, blikt Van Pelt terug. „In de klas was het een stuk rustiger en de jongens waren ook gelukkiger.”

Klusklas

Drie jaar geleden is het idee nieuw leven ingeblazen en heeft de School met de Bijbel een heuse klusklas opgericht. Leerlingen van groep 6 tot en met groep 8 die liever met hun handen dan met hun hoofd bezig zijn, mogen twee middagen per week de handjes laten wapperen. Alles is vastgelegd in een beleidsdocument, de inspectie is geïnformeerd en akkoord en het project draait naar volle tevredenheid van directie, leerkrachten, leerlingen en hun ouders.

Bouwpakket

Deze donderdag is er juist een groot pakket binnengekomen met daarin een bouwpakket voor een poppenhuis. Bestemd voor de kleuters. Normaal gesproken zou misschien de conciërge gevraagd zijn het bouwpakket in elkaar te zetten. In Nieuw-Beijerland is het vanzelfsprekend dat de leerlingen van de klusklas dat met hulp van een onderwijsassistente gaan doen.

In het handvaardigheidslokaal, dat destijds uit eigen middelen werd betaald, zijn vier jonge klussers al volop bezig. „Kijk eens wat een mooie verlichting je hebt”, wijst Johan van Oort (11). De leerling van groep 7 is samen met klasgenoot Charlotte Visser (10) op zoek naar de juiste inbussleutel voor weer een nieuw onderdeel van het poppenhuis.

Als de leerlingen de vraag krijgen of ze niet in de klas moeten zijn, komt er een grote grijns op de gezichten. Charlotte: „We zijn handiger met onze handen. In plaats van denken in de klas gaan we hier met onze handen werken. Dat is veel leuker.”

Gestopt met trekken

De lessen die de vier klusleerlingen missen zijn bijvoorbeeld studievaardigheden en Engels, vakken die deze kinderen erg lastig vinden en later waarschijnlijk minder hard nodig zullen hebben. Van Pelt: „We zijn als het ware gestopt met trekken aan deze kinderen. Ze zijn op een bepaald niveau en hoeveel lessen en extra hulp je hun ook nog gaat geven, het niveau van bepaalde vakken zal niet veel hoger meer worden. We steken die tijd en energie liever in een vak waarin ze nog wel veel kunnen leren: klussen.”

Directeur Johan Matze (47) vult aan: „Regelmatig hoorden we van ouders dat hun kinderen opknapten zodra ze van de basisschool naar bijvoorbeeld het vmbo-basis gingen. „Hè hè, eindelijk zit-ie op zijn plekje”, hoorden we dan. Een soort opluchting dat zulke leerlingen niet meer al die theorie erin hoefden te stampen, maar dat ze ook met hun handen aan de slag mochten.”

Eigenlijk maakt de School voor de Bijbel die ‘afslag’ al in groep 6 mogelijk. Van Pelt: „Soms zien we al in groep 4: Hé, die leerling zou er weleens een kunnen zijn voor de klusklas. Echt een doener.” Eind groep 5 kunnen we dan met de groepsbespreking beslissen om zo’n leerling in groep 6 in de klusklas te plaatsen. Dan vermoeien we hen vanaf die tijd niet met moeilijke vakken zoals Engels, maar maken we hen blij met twee middagen klusklas per week.”

Basisstof

Bepaalde basisstof blijft verplicht, benadrukt Matze. „’s Mor- gens volgen de klusklasleerlingen gewoon de reken-, taal- en spellingslessen. Daar komen ze niet onderuit. Elke leerling die de basisschool verlaat in Nederland, moet op het niveau van eind groep 6 zitten. Dat is voor instroom in het vmbo voldoende.”

Na drie jaar officiële klusklas zijn Matze en Van Pelt erg tevreden over de resultaten. „Het welbevinden van deze leerlingen is duidelijk toegenomen”, zegt Matze. „En omdat ze beter in hun vel zitten, presteren ze bij de andere vakken ook beter”, constateert Van Pelt.

Inspectie

De inspectie kwam in april 2017 op bezoek en die was tevreden. In de eindconclusie van het inspectierapport wordt de klusklas expliciet benoemd: „Verder is er goede zorg en begeleiding voor leerlingen die op- of uitvallen. Voor de betere leerlingen is er bijvoorbeeld een plusklas, voor de cognitief minder sterke leerlingen is er een klusklas, waar onder meer verbreding en verdieping in techniek plaatsvindt.”

Matze: „Er is een soort evenwicht binnen de school ontstaan. Voor de (hoog)begaafde leerlingen deden we al jaren van alles, zoals een plusklas, een taallijn voor de taaltoppers en een rekenlijn voor de rekentijgers. Gevaar is dat die leerlingen wat neerkijken op de leerlingen uit de klusklas. Sinds we de klusklas hebben, hoor je de plusklassers zeggen: Die doen iets wat ik niet kan. Ze hebben zelf vaak twee linkerhanden, terwijl de klusklassers gouden handjes hebben. De klusklassers zijn in de ogen van de plusklassers veranderd van de sufferds in de helden van de school.”

Dat held zijn heeft vooral te maken met wat de klusklasleerlingen produceren. Matze: „Onder begeleiding van onze onderwijsassistente hebben ze houten tuinstoelen gemaakt. ’t Zag er perfect uit. Zo glad geschuurd dat je er met een panty op kon zitten zonder dat die kapotging. Als de leerlingen dan met zo’n product de school binnenlopen, glimmen ze natuurlijk van oor tot oor.”

Trots

De ouders merken dat volgens de directie thuis ook. Van Pelt: „Kinderen komen weer positief thuis en zijn trots op wat ze kunnen en op wat ze maken.”

De school dong dit jaar met de klusklas naar de Nationale Onderwijsprijs. „Jammer genoeg hebben we die niet gewonnen”, vertelt Arnoud van Wetten (11) in het handvaardigheidslokaal. De school won wel de Onderwijsprijs Zuid-Holland 2017-2019. „Dat betekent dat je iets unieks op school hebt”, legt Arnoud uit. „Bij ons is dat de klusklas.”

Arnoud uit groep 8 en Johan uit groep 7 weten nog wel met welke slogan de School met de Bijbel naar de wedstrijd in Leiden is gegaan. Glimmend: „De klusklas is top, met dit idee slaat onze school de spijker op z’n kop.”

>>rd.nl/klusklas voor een video.

„Prachtige vorm van passend onderwijs”

Jan de Waard, regiomanager van Berséba, het samenwerkingsverband voor regulier en speciaal onderwijs, over de klusklas: „Veel scholen zeggen dat ze onderwijs willen geven voor hoofd, hart en handen. Het hart in het midden. Daar vindt verwondering plaats over wat een kind leert en ontdekt. Tijdens een bijeenkomst met intern begeleiders van basisscholen kwamen we tot de conclusie dat in de praktijk een sterke nadruk ligt op het leren met het hoofd en veel minder of bijna niet met de handen.

Verschillende scholen zijn hierover gaan nadenken. In Nieuw-Beijerland is het team gestart om bij kinderen die veel meer doener dan denker zijn het leren met de handen vorm te geven. Dit heeft geleid tot de zogenaamd klusklas. Het is mooi om te zien en te horen, ook van kinderen zelf, dat ze nu waardering ervaren. Hun zelfvertrouwen en welbevinden neemt toe. De klusklas is een prachtige werkwijze om passend onderwijs inhoud te geven. Andere scholen zijn hiermee inmiddels ook bezig. Ik nodig elke school graag uit om ook met een klusklas te starten. Mouwen opstropen en aan de slag!”