De les van Samuël en Josia voor de leerlingen van de Gomarus

De Gomarus in Gorinchem. beeld RD, Anton Dommerholt

„Jongeren, versta je verantwoordelijkheid. In de Bijbel komt dat ook voor. Denk aan Samuël in de tabernakel. Daar gebeurden gruwelijke dingen, maar Samuël hoorde de stem van God. Dat kan ook bij jou.”

Dat zei ds. P. Mulder maandagavond tijdens de opening van het schooljaar van de Gomarus Scholengemeenschap. De predikant van de gereformeerde gemeenten te Tricht-Geldermalsen stond stil bij het leven van koning Josia. „Hij was acht jaar toen hij koning werd. Wat een verantwoordelijkheid. We lezen van hem dat hij deed wat recht was in de ogen des Heeren. Hij vaardigde wetten uit naar Gods wil. Hij had het niet van z’n vader, maar hij had eerbied voor de God van de Bijbel. Merken de mensen dat ook aan ons?”

Toen Josia ouder werd, begon hij God te zoeken. „Hij deed al wat recht was in de ogen des Heeren, deed zijn werk, om zo te zeggen, naar Schrift en belijdenis. Maar een persoonlijke bekering is wat anders. Josia regeerde acht jaar voorbeeldig, maar hij kende de Heere niet persoonlijk. Dat kan ook voor ons gelden. We doen ons werk goed, maar we zijn God kwijt. Van Josia lezen we dat hij op zijn zestiende de God van David begon te zoeken. Wat een gelukkige jongen.”

De predikant vroeg zich af of dat ook voor zijn gehoor gold. „We kunnen de afgoden van deze wereld –geld, sport, ons eigen ik– belangrijk vinden. Josia diende ze niet in het openbaar, maar hij moest er ook in zijn hart van af. Ouders, merken onze kinderen dat ook aan ons?”

Ds. Mulder stelde vast dat Josia vier jaar later begon met de reiniging van Juda en Jeruzalem en afgoden, beelden en altaren vernielde. „Hij was een zegen voor de samenleving. Jongelui, we bidden voor jullie dat je later een christelijk gezin gaat vormen, misschien wel in gemeenteraad of kerkenraad terecht komt en een bidder wordt voor je gezin, kerk, school en samenleving. In eigen kracht lukt dat niet, maar in ’s Heeren kracht zal het gaan. Ouders en leerkrachten, wat is het een Goddelijke roeping om onze jeugd dat voor te leven.”

C. van Rijswijk, directeur onderwijs, hield een toespraak over ”Kan ik je even spreken?”. „Als een docent dat aan je vraagt, denk je al gauw: ”Wat heb ik verkeerd gedaan?” Maar ik ga je de les niet lezen, ik wil alleen even van hart tot hart met je spreken.” Van Rijswijk wilde antwoord op de vraag: ”Wie ben je eigenlijk?” „Kunnen medeleerlingen zien waar je voor staat of waai je met alle winden mee? En bovenal: Sta je als christen in het leven? Je bent nog jong. Ik begrijp dat je er niet elke dag aan denkt dat je kunt sterven. Dat lijkt ver weg, maar we weten van gebeurtenissen op onze school dat het ook anders kan gaan.” Van Rijswijk vroeg de jeugd zeer terughoudend om te gaan met media als Facebook, apps en Netflix. „Hoeveel genadetijd verkwisten we elke dag? Laten we onze tijd goed besteden.”

Ouders, leerkrachten en ambtsdragers wees Van Rijswijk op Job die offers bracht voor de mogelijke zonden van zijn kinderen. „Hij had hun zielenheil en Gods heiligheid op het oog”, aldus de directeur die de ouders vroeg ook voor de docenten te bidden.

„De drieslag gezin-kerk-school is belangrijker dan ooit. Laten we elkaar vasthouden. We hebben uw gebed nodig om onze taak uit te voeren. We kunnen het niet in eigen kracht.”

De Gomarus hield soortgelijke bijeenkomsten in Hardinxveld-Giessendam en Werkendam. De school telt aan het begin van dit schooljaar 1793 leerlingen.