Communiceren zoals je als foetus bent gevormd

Hans Bakker geeft aan leerlingen van groep 8 op de basisschool De Appelgaard in Nijkerk les in het Proces Communicatie Model. beeld Joris Groendijk
2

„Wil het groepje rond Esther nu echt stoppen met praten? Ik ben nu heel directief: ik waarschuw niet meer; ik heb er last van, kan me niet concentreren.”

Esther is een echte promotor, verklaart docent dr. Hans Bakker van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) naderhand. Een promotor is een van de types uit het Proces Communicatie Model dat hij zojuist had uitgelegd. PCM helpt de toekomstige leerkrachten hun leerlingen beter te begrijpen.

Het model verdeelt mensen in zes groepen op grond van de manier waarop ze met elkaar communiceren: harmoniser, gestructureerde denker, doorzetter, dromer, promotor en rebel. De docent pedagogiek en onderwijskunde gebruikt dat model ook in zijn eigen communicatie tijdens het college. „Promotoren dagen anderen uit. Je moet hen dan directief, richtinggevend aanpakken.”

De gedreven Bakker legt deze donderdagmorgen nog een keer uit dat elk mens als het ware een persoonlijkheidshuis is met zes woonlagen (persoonlijkheidstypes). Daarvan is er één dominant. „De onderste laag is je basis. Die is al in de moederschoot gevormd, zoals Psalm 139 beschrijft, en geeft je 100 procent energie. De lagen erboven zijn in de eerste vijf jaar van je leven bovenop gekomen.” De zes persoonlijkheidstypes zijn:

- de gestructureerde denker voelt zich verantwoordelijk, denkt logisch en is georganiseerd

- de doorzetter is toegewijd, gewetensvol en observeert veel

- de harmoniser is warm, gevoelig en betrokken op mensen

- de dromer kan goed reflecteren, is kalm en heeft verbeeldingskracht

- de rebel is speels, creatief en spontaan

- de promotor is vindingrijk en charmant en geniet van het nemen van risico’s.

Het PCM is een communicatiemodel dat de Amerikaanse psycholoog Taibi Kahler ontwikkelde. Bakker: „Hij kreeg van de NASA de opdracht na te gaan welke combinaties van mensen in een afgeschoten ruimtestation goed een halfjaar met elkaar konden samenwerken. Welke matchten goed?”

Driekwart harmoniser

Bakker geeft college aan pabo-2-studenten en past het model toe op de onderwijspraktijk. „Driekwart van de leerkrachten is in hun basis harmoniser of gestructureerd denker. Om te communiceren met leerlingen van een ander persoonlijkheidstype moeten zij in hun eigen persoonlijkheidshuis als het ware de lift nemen naar de lagen die bij hen minder aanwezig zijn.”

Neem de omgang met de risicoleerling: de promotor en de rebel. „Zet die in hun kracht. Ga op ooghoogte zitten, probeer speels contact te maken, bijvoorbeeld door een high five te geven. Dit zijn de latere zzp’ers die geen gezag boven zich dulden. Ze gaan in onderhandeling om drie in plaats van zes rijtjes sommen te maken. Als je dat toestaat, leg dan wel uit aan de klas waarom andere leerlingen bepaalde dingen mogen overslaan of juist doen. Dan ontstaat er een open sfeer.”

Laag zelfbeeld

De harmoniser en dromer hebben vaak te kampen met een laag zelfbeeld, constateert de pedagoog. „De dromer wordt in de regel minder intelligent ingeschat, omdat hij meer tijd nodig heeft. De leerkracht denkt: Hij weet het niet, of hij heeft meer tijd nodig.”

Bakker adviseert een dromer aan een apart tafeltje te zetten. „Dan is hij tien minuten eerder klaar dan in een groepje. Vaak zijn dromers goed in taal. Zet hen in hun kracht door bijvoorbeeld iets te laten voorlezen of een limerick te laten maken. Die mag hij dan voorlezen en geef hem een applaus. Dat versterkt zijn zelfbeeld.”

Differentiëren

Hoe krijgt een groepsleerkracht de communicatie met zes verschillende types leerlingen georganiseerd, vraagt Bakker zijn publiek, dat mompelend reageert. „Elke pabodocent kan op drie niveaus differentiëren: op de bolleboos, de middenmoot en de onderkant.”

Op dezelfde manier kan een onderwijzer differentiëren bij de samenwerking van leerlingen. „Zet de gestructureerde denker en de doorzetter bij elkaar, de harmoniser bij de dromer en de promotor bij de rebel. De gestructureerde denker en de doorzetter gaan snel aan de slag. De harmoniser zet de dromer aan het werk. Maar je merkt al gauw dat de promotor en de rebel vaak tot niets komen. Ga twee minuten daarbij zitten.”

Vier uur energie

Als een leerkracht zijn leerlingen op hun sterke punten aanspreekt, hebben die voor vier uur energie. „Je hoeft een kind dus maar twee keer per dag te bedienen.”

In het huidige onderwijs met zijn leerlingvolgsystemen is een enorme hang naar prestaties, constateert de CHE-docent. „Er is een grote werkdruk. Ik merk dat onderwijskrachten door het PCM minder werkdruk ervaren en zelf energie krijgen doordat ze de leerlingen goed bereiken. Tijdens een observatie zag ik dat een leerkracht, in haar basis een harmoniser, alleen maar gaf en haar batterij niet oplaadde. Ze ging het leerlingvolgsysteem invullen. Ik heb haar op mijn devies gewezen: Eerst relatie, dan prestatie.”

Komt die relatie onder druk, dan kunnen zowel leerkracht als leerlingen gestrest raken. Bakker gebruikt weer het beeld van het huis. „Negatieve stress is de kelder van het persoonlijkheidshuis. Hoe verder we afdalen in de kelder, hoe meer distress er komt. Dat kan eindigen in een burn-out.”

Potlood kwijt

Leerkrachten reageren vaak vanuit de eerste laag van hun stress, vertelt de docent. „De rebel en de promotor lokken dat uit. Leerkrachten zeggen dan: „Wát hadden we nu afgesproken?”, of: „Ik hád het toch gezegd?” „Ben je nu alwéér je potlood kwijt?” De leerlingen zelf kunnen door dit soort reacties ook gestrest raken, maar elk type reageert weer verschillend.

Hoe komen mensen erachter welk persoonlijkheidstype ze zijn? Bakker meldt in het college dat de studenten voor 35 euro zich vrijwillig kunnen opgeven voor een test, die gewoonlijk 250 euro kost. „Er hebben zich nu al 27 studenten voor die test aangemeld”, meldt Bakker. Hij leert ook studenten de basislaag bij leerlingen te ontdekken door hen te observeren aan de hand van taalgebruik, intonatie, gezichtsuitdrukking en gedrag. Geïnteresseerden kunnen vanuit kennis van zichzelf vaak al aanvoelen welke type communicatie zij in de basis hebben (zie overzicht).

Terug van het college vertelt Bakker dat het Proces Communicatie Model ook bij volwassenen kan worden toegepast. „Daarom geef ik ook colleges over het PCM aan de studenten theologie, verpleegkunde en management en organisatie.”

Hij vindt het mooi dat juist het protestants-christelijk en het reformatorisch onderwijs open staan voor het PCM. „Ik heb dit model mogen uitleggen aan Colon, de koepel van de dertien reformatorische scholen in Zeeland, maar ook aan de hervormde scholen in Nijkerk.”

Drijfveren

Bakker, tevens lector ”Talenten en opbrengsten” aan de CHE, legt uit wat zijn drijfveren zijn voor het Proces Communicatie Model. „Ik zie het als mijn diepe drijfveer –zelfs als mijn missie die ik van God heb ontvangen– dat kinderen evenwichtig en in hun kracht opgroeien en dat God zo tot Zijn eer komt. PCM helpt daarbij. Een mens gaat zich aanpassen aan lage verwachtingen, maar gedijt onder hoge verwachtingen.

Het is mijn christenplicht leerkrachten ertoe op te leiden dat zij de talenten zien die alle leerlingen van God hebben gekregen. Dat is in de lijn van de pedagogen Ter Horst, Waterink en Bavinck.

Vroeger wilde het onderwijs de wil van het kind breken. Daarmee ben ik het totaal oneens. Een leerkracht moet de wil van het kind reguleren en het tot zelfinzicht laten komen. Zonde komt dan in het perspectief van genade te staan: een mens mag opnieuw beginnen. Dat is een andere dimensie van autonomie: hoe komt een kind tot zijn recht zoals God het heeft bedoeld?”

„Eindelijk weet ik hoe ik met mijn kind moet communiceren”

Razend enthousiast zijn ze, de tien tweedejaars pabo-studenten van de Christelijke Hogeschool Ede die docent Hans Bakker in een lokaaltje heeft verzameld. In hun stages pasten ze het Proces Communicatie Model (PCM) toe waarover ze recent drie maanden intensief college volgden.

Debora Stam kon tijdens haar stage een jongetje niet goed bereiken. „Hij bleef spelen, is in zijn basis een rebel. Toen heb ik met hem afgesproken: Als je je vraag af hebt, krijg je een high five. Binnen één minuut had hij z’n vraag af.”

Noortje van de Pol was de pabo begonnen met het ideaal om elk kind te zien en te bereiken. „Na een jaar stage met 32 kinderen was ik moedeloos. Maar dit model bood mij in het tweede jaar handvatten om mijn ideaal op een simpele manier te bereiken. Het was wel veel oefenen, maar het gaf mij nieuwe moed.”

De studenten vinden het een voordeel dat zij met de leerlingen kunnen communiceren zonder hen eerst een „heftige sticker” als autisme of ADHD op te plakken. Eefje van den Hoeven: „Leerkrachten zijn snel met een label, maar het PCM vergt een andere aanpak.”

Debora: „Als leerkrachten een kind niet kunnen bereiken, zeggen ze: Laat die maar onderzoeken. Ze kijken niet goed naar het kind en hebben gelijk een sticker klaar. Als je het door het PCM beter weet, is het wangedrag in één keer over.” Nanna Borsboom: „Je moet niet stickeren voordat je kunt communiceren, maar je moet eerst communiceren en daardoor het kind beter leren kennen.”

Judith Verhoeks legde het model ook aan de ouders van een kind uit. „Die reageerden: Eindelijk weet ik hoe ik met mijn kind moet communiceren.” Debora: „Als ik een kind zie stralen, krijg ik zelf ook weer energie: dít is kicken!”

De studenten passen het model ook toe in hun familierelaties. Marije van Riet introduceerde het model thuis. „Mijn vader is in de basis een doorzetter, net als ik. Mijn moeder is een harmoniser en mijn zus een denker. Mijn vader heeft een uitgesproken mening en botst nogal eens met mijn gestructureerde zus. Het is mooi om te weten waar dit vandaan komt.”

Ook in de relatievorming helpt het de studenten. Judith: „Mijn vriend is een gestructureerd denker. Hij wil tien minuten voor tijd aankomen, ik, een harmoniser, komt meestal twee minuten te laat.” Nanna: „Bij mijn vriend en mij is het ook zo: hij checkt altijd een nieuws-app, terwijl ik me op de familie richt. Het is goed om dit te weten, om de relatie goed te laten verlopen.”