Beelddenker: leren door zien

Lenne Vergunst geeft instructie aan Rachel onder toeziend oog van moeder Henriëtte Weststrate. beeld Anton Dommerholt
3

Een deel van de kinderen denkt vooral in beelden. Op zich geen probleem, maar het vraagt om een andere manier van aanbieden van de lesstof. Lenne Vergunst traint ouders daarin. „De meeste leerkrachten hebben een zeer ontwikkelde linkerhersenhelft en kunnen zich daardoor niet goed in beelddenkers verplaatsen.”

Rachel is een slim meisje met een brede interesse. Maar wat erin zit, komt er niet echt uit, vonden haar leerkrachten. „Eerder kwam het technisch lezen niet op gang”, vertelt moeder Henriëtte Weststrate. „Terwijl ze in begrijpend lezen bijna de beste van de klas was. Met rekenen kostte het automatiseren van de tafels haar heel veel moeite.”

Vader Martijn had op de lagere school dezelfde problemen. De reden kwam nooit boven tafel. Totdat Henriëtte in oktober van het afgelopen jaar informatie over beelddenkers onder ogen kreeg, via Facebook gedeeld door Lenne Vergunst. In de herfstvakantie bracht ze met haar dochter een bezoek aan de gewezen onderwijzeres. Die stelde vast dat Rachel inderdaad een uitgesproken beelddenker is.

Kort daarop volgde de moeder uit Apeldoorn, zelf parttime logopediste, een training van vier keer een uur bij Vergunst, samen met Rachel. Om te leren hoe ze de opgelopen achterstand bij haar dochter kan wegwerken.

Beelddenker

Lenne Vergunst hoorde gedurende haar dertigjarige onderwijsloopbaan zijdelings over beelddenkers, maar besteedde er geen aandacht aan. „Je denkt aan kinderen die bij de uitleg extra plaatjes nodig hebben.” Na haar gedwongen vertrek, vanwege een burn-out, besloot ze zich te gaan richten op het begeleiden van pubers met leerproblemen. Dankzij haar nieuwe passie verdiepte ze zich ook in beelddenken.

Tot haar verrassing herkende ze veel bij zichzelf. „Als ik ergens een verhaal houd, moet ik het niet op papier zetten. Dan raak ik in de war. Met een paar kernwoorden gaat het veel beter. Loop ik met mijn man door het bos, dan onderga ik de sfeer van het geheel. Piet kijkt naar de toppen van de bomen en zegt: „Die zure regen, daar hoor je weinig meer van de laatste tijd.” Daar heb je zo’n verschil tussen een beelddenker en een woorddenker. De eerste beleeft, de tweede beredeneert.”

Op school had ze weinig last van haar denken in beelden, dankzij compenserende strategieën. Wel liep ze soms vast bij tentamens. „Beelddenkers hebben een visuele planning nodig waarmee ze in één keer het hele tentamen, de hele dag of een complete week kunnen overzien. Anders wordt het een brij in hun hoofd. Daar staat tegenover dat ze vaak snel verbanden kunnen leggen. Daarmee scoorde ik mijn punten.”

Ik leer anders. beeld RD

Hersenhelften

Dankzij de neurowetenschap valt het verschil tussen tekst- en beelddenkers vandaag keurig uit te leggen. De mens wordt geboren met een zeer actieve rechterhersenhelft, die een prominente rol speelt bij emotie, verbeelding, kleur en ruimtelijke inschatting. De linkerhersenhelft is vooral verantwoordelijk voor de taalfuncties. Bij het ouder worden neemt de invloed van de linkerhersenhelft toe, maar bij beelddenkers blijft de rechterhelft dominant, waardoor ze informatie pas goed onthouden als die in beelden wordt aangeboden.

Door een tweedaagse cursus bij Agnes Oosterveen (zie ”Ik leer anders”) leerde Vergunst woorden, begrippen en getallen voor haar pupillen te visualiseren. „Van de abstracte inhoud uit de linkerhersenhelft, zoals letters, cijfers en tijd, maken we een plaatje, zodat de informatie binnen het visuele leersysteem komt. De meeste leerkrachten hebben een zeer ontwikkelde linkerhersenhelft, en kunnen zich daardoor niet goed verplaatsen in beelddenkers. Denk aan de juffen met een keurig handschrift, de boekjes op orde, alles op een vaste plaats. In mijn praktijk zitten hoogbegaafde kinderen die geen tafel goed kunnen opzeggen, omdat het visueel opslaan daarvan met de normale rekenmethode bijna onmogelijk is.”

Logo

Onder de taalles zitten beelddenkers met het euvel dat ze een woord als geheel zien, niet als samenstelling van letters. Ze koppelen er bovendien direct een plaatje aan, waardoor ze soms kasteel lezen als er burcht, of stoep als er trottoir staat.

Een probleem apart vormen de zogeheten lege woorden, zoals lidwoorden en voegwoorden, waarbij geen beeld valt te bedenken. Die slaan ze over, tenzij ze bewust worden gevisualiseerd en als logo opgeslagen.

Bovendien denken beelddenkers driedimensionaal, geeft Vergunst aan. „Dat is handig bij het maken van dingen, maar lastig met taal. De b, d, p en q zijn voor deze kinderen identiek. Ze zien pas het verschil als ze van elke letter als het ware een foto maken en die hebben opgeslagen.”

Voor Henriëtte werd nu duidelijk waarom Rachel bij simpele woorden fouten maakte en ingewikkelde woorden zoals buschauffeur foutloos opschreef. En waarom ze 25 steevast als 52 op papier zette.

In de rekenmethode van ”Ik leer anders” is logica en overzicht in de getallen en tafels aangebracht. Overzicht dat beelddenkers op alle gebieden nodig hebben. Op een kastdeur in huize Weststrate hangt voor Rachel een weekoverzicht met pictogrammen van de verschillende activiteiten en daaronder de bijbehorende tekst. Ook het abc en de tafel van de week hangen gevisualiseerd aan de kast.

2019-03-14-OPN1-Hoogbegaafdheid-6-FC-V_webNeem hoogbegaafd kind serieus

Kamers

De leerkrachten van Rachel stellen zich constructief op, vindt haar moeder. „Bij een dictee zetten de andere kinderen een fout geschreven letter tussen punten, Rachel gebruikt een inktwisser of Tipp-Ex. Anders blijft ze een verkeerd woordbeeld opslaan. Tijdens het lezen wijst ze met haar leespijl elk woord aan, zodat ze geen woorden meer kan overslaan.”

De leerlinge kreeg ook haar eigen online-oefenprogramma voor spelling, ontwikkeld door ”Ik leer anders”. Na het fout intikken van een letter verschijnt er geen rood kruis, maar verdwijnt het woord met een plof in het niet. Totdat de spelling correct is, waarna het woord via visualisatie wordt opgeslagen in het geheugen.

Voor een ordelijke opslag leren de beelddenkers kamertjes in hun brein te maken. In eerste instantie een kamer voor letters, één voor cijfers, een kamer voor leuke dingen en één voor nare dingen. „Met rekenen gaan ze via de gang naar de kamer voor de cijfers”, concretiseert Vergunst. „Ik krijg hier kinderen die vervolgens eerst de muur witten, waarbij ze zelfs de bewegingen maken. Ze weten ook precies met welke kleur ze op de muur schrijven.

Kunnen ze zich niet concentreren omdat ze die dag iets vervelends hebben meegemaakt, dan zeg ik: „We stoppen gewoon even, je brengt dat eerst naar de kamer voor de vervelende dingen.” Woorddenkers kunnen zich daar niets bij voorstellen, bij beelddenkers werkt het zo. Ze kunnen ook heel makkelijk een woord van achter naar voor spellen, omdat ze het voor zich zien.”

Gefrustreerd

Nu ze intensief met beelddenkers te maken heeft, haalt Vergunst ze er snel uit. „Vraag iemand wat voor kleding hij gisteren aan had. Een sterke beelddenker kijkt omhoog voordat hij antwoord geeft. Om het plaatje op te halen.”

Henriëtte Weststrate, zelf een uitgesproken woorddenker, kan de gedragingen van Rachel veel beter plaatsen sinds ze weet dat die beelddenker is. „Geef haar een stapel stiften en ze legt die op de volgorde van de kleuren van de regenboog. Omdat ze die voor zich ziet. Pas moest haar klas in het kader van een les over de Tweede Wereldoorlog een tank maken. Die van Rachel heeft een kenteken, koplampen, een geschutskoepel met kogel… Al die details ziet ze voor zich.”

Pakweg vier keer per week is de logopediste een halfuur met haar dochter bezig om de achterstand in taal en rekenen weg te werken. „Elk woord dat ze vanaf groep 3 aangeboden heeft gekregen, zetten we op de muur in de letterkamer. De tafels schrijft ze op in haar cijferkamer. Voor woorden gebruikt ze de blauwe kamer, voor getallen de groene. Ik kan me er niets bij voorstellen, maar het werkt.”

Een duidelijke verbetering van de cijfers valt pas te verwachten als de achterstand is ingehaald, maar het geeft Rachel al rust dat ze nu weet waardoor ze in sommige opzichten anders is dan de meeste andere kinderen. „Gedeprimeerd is ze nooit geweest, wel vaak gefrustreerd. Sinds ze bij Lenne is geweest, zit ze veel beter in haar vel.”

Voor een ordelijke opslag leren de beelddenkers kamertjes in hun brein te maken. beeld Anton Dommerholt

10 kenmerken van een beelddenker

Denkt primair in beelden.

Kijkt omhoog (of vooruit) bij het beantwoorden van open vragen.

Heeft een totaalbeeld nodig om details te kunnen snappen.

Begrijpt moeilijke lesstof en haakt af bij eenvoudig stampwerk of herhaling.

Legt (makkelijk) verbanden.

Bedenkt bijzondere oplossingen voor problemen en slaat soms stappen over.

Heeft problemen met het hanteren van een pen.

Moet instructies vaak horen eer taken kunnen worden uitgevoerd.

Haalt afwisselend goede en slechte cijfers.

Is een laatbloeier.

Ik leer anders

Een op de twintig kinderen denkt niet in taal maar in beelden. Meestal is er sprake van erfelijkheid. Beelddenken is op zichzelf geen stoornis, maar een andere, visuele manier van informatie opnemen en verwerken. Het probleem ligt in de sterk auditieve gerichtheid van het reguliere onderwijs, waarvan beelddenkers de dupe zijn. Vaak wordt er gedacht aan dyslexie.

Agnes Oosterveen-Hess, zelf beelddenker en moeder van een beelddenkende zoon, ontwikkelde de methode ”Ik leer anders”, met daaraan verbonden een computerprogramma om woordbeelden te visualiseren. Kenmerk van de methode is de concrete vertaalslag naar het onderwijs. Ouders en leerkrachten kunnen er na een korte training zelf mee aan de slag. De training wordt verzorgd door coaches die door Oosterveen zijn opgeleid. Ze leren de lesstof te vertalen naar beelden.

Binnen de groep van beelddenkers zijn rechtlijnige, creatieve en dromerige mensen te onderscheiden. Rechtlijnig beelddenken gaat vaak gepaard met autisme, creatief beelddenken met ADHD, dromerig beelddenken met ADD. Ook hoogbegaafde leerlingen hebben vaak een voorkeur voor visueel leren. Met behulp van een observatielijst kunnen beelddenkers sneller worden herkend. In de ideale situatie worden visueel ingestelde leerlingen in groep 3/4 geselecteerd en krijgen ze een aangepaste instructie. Dat voorkomt onnodige achterstand in taal en rekenen en het ontstaan van faalangst of andere problematiek.