Acht oud-studenten over wat de Driestar voor hen heeft betekend

Driestar Educatief in Gouda. beeld RD
9

De Driestar leverde het christelijk onderwijs duizenden juffen en meesters. Liet studenten nadenken over geloof en christen-zijn. Vormde politici en predikanten. Wakkerde liefde aan voor kunst, muziek en boeken. Bracht vriendschappen en huwelijken tot stand. Onderwees onderwijzers – en zij op hun beurt nieuwe generaties. Al 75 jaar lang.

Acht oud-studenten uit de afgelopen acht decennia over wat de Driestar voor hen heeft betekend.

Krijn Flikweert (85)

Woont in Papendrecht. Studeerde aan Driestar van 1952-1955.

„Mijn ouders wilden graag dat ik na de mulo naar de kweekschool in Krabbendijke ging. Die was van onze kerken, de Gereformeerde Gemeenten. Zelf had ik graag een technische opleiding gevolgd, maar dat zagen mijn ouders niet zitten. Dus ging ik met frisse tegenzin naar de Driestar. Daar woonde ik in het jongensinternaat – een oude mosselfabriek.

Het rapportboekje dat ik in 1952 met Kerst kreeg, heeft mijn vader nog getekend. Wat waren mijn ouders er blij mee! Ze betaalden niet voor niets die 60 gulden per maand. En ik had het goed naar mijn zin gekregen.

Krijn Flikweert. beeld RD, Henk Visscher

Het weekend van de Watersnoodramp in 1953 was ik in Krabbendijke. Anders was ik verdronken. Net als mijn vader, moeder, broertje en zusje.

De vrijdag voor de rampnacht ben ik nog onverwachts thuis in Nieuwerkerk geweest. Ds. Bel uit Krabbendijke had daar een begrafenis en vroeg of ik wilde meerijden. Hij regelde met directeur Kuijt dat ik vrij kreeg. Mijn moeder stelde nog voor dat ik het hele weekend thuis zou blijven. Maar ik had Kuijt beloofd vrijdagavond weer terug te zijn, zodat ik de lessen van zaterdagmorgen kon volgen. Het zou de allerlaatste keer zijn dat ik mijn ouders zag. Later besefte ik dat ik door een wonder gespaard ben.

Zaterdagavond zetten we zandzakken tegen de vloedplanken bij het internaat, dat aan de Oosterschelde lag. Zondagochtend stapte ik uit bed in het water. We vluchtten naar de school in het dorp. Toen wist ik nog niet wat er met mijn gezinsleden was gebeurd. Later bleek dat behalve ikzelf alleen mijn broer Piet de ramp had overleefd. Hij zat in militaire dienst en verbleef dat weekend in Oirschot.

Vanuit Krabbendijke moesten we evacueren naar Utrecht. Ik stond alleen op de wereld, wist niet hoe het verder moest. De opleiding kon ik niet betalen, dus moest ik maar stoppen, dacht ik. De Driestar heeft in die tijd alles voor me betekend. De 25 gulden die ik nog had zijn als de meel in de kruik en de olie in de fles geweest. Ik heb nooit één cent aan school hoeven betalen.

Net voor Pasen keerden we terug naar Krabbendijke. Daar, en later ook in Gouda, werd altijd voor me gezorgd.

Mijn hele leven is anders gelopen dan ik had gedacht. Ik had er niet voor gekozen om naar de Driestar te gaan en heb het onderwijs niet gezocht. Het is mijn roeping geweest. En waar ik toe geroepen ben, heb ik met plezier mogen doen.”

Corry Bok-Timmerman (79)

Woont in Nijkerk. Studeerde aan Driestar van 1955-1959.

„Een uitzondering was het, dat ik als arbeiderskind naar de Driestar mocht. Zulke meisjes gingen naar de huishoudschool. Maar al die lapjes naaien, daar had ik geen zin in. Ik wilde schooljuffrouw worden. Mijn vader had gehoord dat de kweekschool naar Gouda kwam. Met m’n rapport en diploma gingen we naar Kuijt, de directeur. „Met deze cijfers krijgt ze wel een beurs”, vertelde hij m’n vader.

We hadden een berg huiswerk en lange dagen school – ook op zaterdagmorgen. Je kunt het je niet meer voorstellen, maar van het woord seksualiteit hadden we nog nooit gehoord. Op een keer kregen we tijdens de dagsluiting op het internaat een preek van Kuijt. Er was iets ergs gebeurd en het was een schande voor de Driestar. We moesten zingen: „Gedenk niet meer aan ’t kwaad dat wij bedreven.” Waarom wisten we niet. Later op het internaat hoorden we dat er een meisje moest trouwen. „Wat is dat?” vroeg iemand. Niet te geloven, maar het is echt gebeurd.

Corry Bok-Timmerman. beeld RD, Henk Visscher

Op mijn negentiende begon ik als onderwijzeres. Toen ik trouwde, moest ik van school. Zo ging dat toen. Omdat mijn man jarenlang ziek was, ben ik weer gaan werken. Met veel plezier heb ik alsnog 34 jaar voor de klas gestaan.

Ik dank God nog zo vaak dat ik naar de Driestar mocht. Het is mijn geestelijke redding geweest. In de hervormde gemeente waar ik opgroeide, hoorde ik vooral hel- en verdoemenispreken. Ik dacht dat ik nooit behouden zou kunnen worden als arbeiderskind. Op de Driestar hoorde ik dat het de liefde Gods is die je tot bekering brengt. Dat heb ik ook altijd willen doorgeven aan de kinderen: als je iets verkeerds hebt gedaan, mag je altijd om vergeving vragen. En wie bidt, die ontvangt. Bij de Heere mag je schuilen.

Ik vroeg me weleens af: zou dat overkomen? Op een dag moesten de kinderen een vers uit Psalm 119 leren. Samen zochten we de moeilijke woorden op: gebeên, geboôn, beneên. Allemaal woorden met een dakje erop. Ik vroeg of iemand wist wat ze betekenden. Een jochie duwde de vingertoppen van z’n beide handen tegen elkaar, alsof hij een dakje maakte. „Het betekent dat je bij de Heere mag schuilen”, zei hij. Ik deed een gebed naar boven: „Heere, dank U wel.”

De Driestar is tot zegen geweest, zeker ook voor mij. Mijn hele leven zal ik Hem daarvoor loven en prijzen.”

Ds. C. G. Vreugdenhil (73) en Joke Vreugdenhil-Fieret (72)

Wonen in Houten.

Studeerden aan Driestar van 1963-1968.

Zij: „Het was mijn moeder die me naar de Driestar stuurde. Ik wilde juf worden en zij gunde me een goede opleiding. Prachtige, levensvormende en Bijbels gefundeerde lessen kregen we in Gouda. Nooit zal ik vergeten wat ik op een dag las in een boekje van Kuijt over de ”Institutie” van Calvijn: „Als je bewust gaat leven, moet je God leren kennen.” Ik zette een dikke streep onder die zin. Ken ik dat wel, vroeg ik me af. God heeft dat eenvoudige zinnetje gebruikt tot mijn bekering.”

Hij: „Ik wilde al predikant worden toen ik naar de kweekschool ging. Maar dat durfde ik niet hardop te zeggen, bang voor de reacties als ik was. Daarom zei ik dat ik als onderwijzer de kinderen wilde vertellen over Gods Woord en de Heere Jezus. De kweekschool zag ik als een opstapje. Daarna ga ik wel theologie studeren, dacht ik.”

Ds. C. G. Vreugdenhil en Joke Vreugdenhil-Fieret. beeld RD, Henk Visscher

Zij: „Na vier jaar koos ik ervoor om door te gaan voor de hoofdakte. De meeste meisjes deden dat niet. In dat vijfde jaar kwamen mijn man en ik in dezelfde klas te zitten. We spijbelden weleens tijdens de les om samen een wandelingetje te maken. In dat laatste Driestarjaar kregen we verkering. Afgelopen maand mochten we ons 50-jarig huwelijk vieren.”

Hij: „Toen ik mijn diploma had gehaald, ben ik eerst les gaan geven op de mavo –Nederlands en biologie– en het vak godsdienst op een huishoudschool. Met de inkomsten kon ik mijn theologiestudie bekostigen. Ook voor een predikant is de gave van het onderwijzen belangrijk. Catechisatie geven vind ik nog steeds fantastisch. Als jongelui merken dat het om hun leven gaat, hangen ze aan je lippen.

Door de lessen op de Driestar hadden we ook inzicht gekregen in verschillende culturen. Later op het zendingsveld kwam dat goed van pas. We moesten ons kunnen verplaatsen in een andere cultuur en goed weten wat tot de kern van het geloof behoort. We hadden er toen echt iets aan hoe we op de Driestar zijn gevormd.”

Zij: „Op Irian Jaya gaf ik onze kinderen zelf onderwijs en ook lessen aan mensen van de plaatselijke bevolking.”

Hij: „Zij waren analfabeet en moesten voordat ze van mij les aan de Bijbelschool kregen eerst leren lezen en schrijven. Daar zijn uiteindelijk zo’n tien predikanten uit voortgekomen.”

Jaap Sinke (63)

Woont in Krabbendijke.

Studeerde aan Driestar van 1973-1976.

„Gouden jaren waren het op de Driestar. De docenten gaven ons niet alleen veel mee voor de dagelijkse praktijk van het lesgeven, maar leerden ons ook lezen en nadenken. Tot op de dag van vandaag draag ik hun levenslessen met me mee. Ook nu ik niet meer in het onderwijs werk, maar wethouder ben voor de SGP.

De Driestar was de eerste reformatorische school die ik bezocht. Ik kwam uit de Noordoostpolder en had alleen op algemeen christelijke scholen gezeten, waar het godsdienstonderwijs er een beetje bij hing. In Gouda werden we echt gevormd, aan het denken gezet. Lazen we boeken die we nog nooit gelezen hadden, over cultuur en filosofie. Verdiepten we ons in werken van de theologen Bavinck en Waterink – waar je als eenvoudige polderjongen nog nooit van had gehoord. Ik had ook nog nooit een schilderij van dichtbij bekeken. Tijdens de tekenlessen wist de docent me daar enthousiast voor te maken. Nu loop ik nog steeds graag een museum binnen.

Jaap Sinke. beeld RD, Henk Visscher

Op het internaat ontstonden vriendschappen die tot op de dag van vandaag voortduren. We werkten keihard, streden erom wie het dikste werkstuk zou inleveren. Al begrepen we lang niet altijd wat we opschreven, we hadden vooral veel plezier met elkaar.

Heel bijzonder was dat ik op de Driestar met klasgenoten uit alle mogelijke kerkverbanden in aanraking kwam. Voor mij, opgegroeid in de Gereformeerde Gemeenten, ging er een wereld open. We leerden over kerkmuren heen kijken, zonder dat dit afbreuk deed aan de liefde voor je eigen kerkverband. Op de een of andere manier gaven die verschillen geen verwijdering. We leerden van elkaar. Een verrijking voor mijn leven.

Door stages op algemeen christelijke scholen leerden we omgaan met andersdenkenden. Daar heb ik ook in de politiek gemak van. Ik kan er bijvoorbeeld slecht tegen als mensen geen respect opbrengen voor een andere mening.

Didactiek, pedagogiek, kunst en cultuur: het hele onderwijs op de Driestar was doordrongen van de identiteit. De docent pedagogiek bond ons op het hart: Denk erom, jongens, je gaat om met kinderzielen die op weg zijn naar de eeuwigheid. Hij gaf niet op een overdreven manier, maar wel heel indringend mee dat er een wonder in ons leven moet gebeuren. Soms gingen de boeken dicht en dan hadden we het over de essentie van het leven. Je kon een speld horen vallen.”

Arianne van der Sterre-van der Slik (52)

Woont in Waddinxveen.

Studeerde aan Driestar van 1983-1987.

„Ik behoorde tot de laatste lichting die de opleiding volgde tot kleuterleidster en hoofdleidster. Ná ons jaar gingen de Kleuter Leidster Opleiding School (KLOS) en de Pedagogische Academie op in de pabo. Veel leraren vonden het jammer dat er één grote opleiding voor de basisschool kwam. Een specialisme ging verloren.

In onze opleiding stond de ontwikkeling van het jonge kind centraal. Creativiteit was heel belangrijk. Ik weet nog dat we een boek moesten uithollen en daarvan dan iets moois zien te maken. Sommige meiden knutselden een muizenhol in het boek, anderen bouwden er een vogelnest in. Altijd weer waren we onder de indruk dat er zo veel creativiteit naar boven kwam borrelen.

Tijdens de godsdienstlessen voerden we hele discussies over de doop. In mijn klas zaten meiden van oud gereformeerd tot evangelisch. Iedereen kreeg de ruimte om te vertellen hoe hij erover dacht. De leraren rekenden daar niet mee af, maar gaven wel hun visie vanuit de Bijbel. Mooi vond ik hoe ze dat oppakten.

Arianne van der Sterre-van der Slik. beeld RD, Henk Visscher

Wat me ook altijd zal bijblijven is de mooie lentedag waarop we buiten les kregen. De natuur kwam weer tot leven en de docent vroeg ons al wandelend naar de naam van de planten die hij zag bloeien. Tot zijn verbazing wist ik het antwoord. „Hoe weet je dat zo precies?” vroeg hij. Ik antwoordde dat ik dat van mijn moeder geleerd had. „Wat heb jij een goede moeder”, zei hij. En: „Kijk, dát is nu onderwijs: de dingen om je heen aan kinderen laten zien en benoemen.” Deze wijze les over aanschouwelijk onderwijs ben ik nooit vergeten. Ik ben mijn moeder dankbaar dat zij mij leerde wat ze zag en dat deze leraar wees op het belang daarvan.

Zelf probeer ik de kinderen ook op die manier dingen te leren. Zeker in het speciaal onderwijs, waar ik tegenwoordig werk, is het heel belangrijk om een thema zo concreet mogelijk te maken. Als je over de supermarkt lesgeeft, ga je daadwerkelijk een bezoekje brengen aan de supermarkt. En als het gaat over de slakken, dan is het vanzelfsprekend dat je die dieren ook de klas in haalt. Zodat de kinderen kunnen zien hoe ze zich voortbewegen, wat ze eten en hoe ze reageren.”

Anton de Jong (37)

Woont in Veenendaal.

Studeerde aan Driestar van 1999-2003.

„Twintig jaar geleden liep ik op de Driestar rond als student, nu als onderwijsadviseur. Ik kijk hoe scholen de onderwijskwaliteit kunnen verbeteren. Hoe halen ze betere rekenresultaten? Of: hoe kan het team beter samenwerken?

Bijzonder vond ik het om in mijn studietijd jongeren uit het hele land met allerlei kerkelijke achtergronden te ontmoeten. Dat zette me aan het denken. Ik ontdekte dat de manier waarop er in Middelharnis –waar ik vandaan kom– werd omgegaan met kerkelijke verschillen zo gek nog niet was. In andere regio’s zijn mensen soms erg goed in het benadrukken van de verschillen. Door de gesprekken op de Driestar ben ik alleen maar sterker in mijn eigen kerkelijke traditie komen te staan.

Anton de Jong. beeld RD, Henk Visscher

Behalve met medestudenten gingen we met moslims in gesprek over het geloof. Ook discussies over bijvoorbeeld de vraag of een Biblebeltplaats ruimte moet bieden aan een moskee, vond ik waardevol. Eén groep moest voor zijn, één groep tegen. Dan kom je al snel op de vraag waar godsdienstvrijheid begint en eindigt.

Ik geloof dat elk kind dat opgroeit in reformatorische kring iets heeft aan een leraar die zijn vragen in breder perspectief durft neer te zetten. Een leerling vroeg me ooit: „Is hervormd ook christelijk?” Ik dacht terug aan de gesprekken op de pabo en wist: hier is nog werk te doen.

Als meester besteedde ik altijd veel aandacht aan muziek in de klas. Ik liet de leerlingen kennismaken met grote componisten als Beethoven (foto, AV) en klassieke werken als de Matthäus Passion. Ik wilde die gasten in groep 8 het mooie van klassieke muziek laten inzien, zodat ze zich minder snel lieten verleiden door popmuziek.

Als je op de Driestar werkt, word je eigenlijk Driestar: je hoort bij de club en daar identificeer je je mee. Onze oprichter Piet Kuijt zei altijd tegen de jongeren: Jullie moeten studeren om vooruit te komen. Die missie van toen zit er nog steeds in. We zijn elke dag bezig met de vraag: wat is de volgende stap? Dan denk ik maar: Kuijt zou het goed gevonden hebben.

Grappig is dat we nu een app aan het maken zijn die de naam ”Piet” draagt. Daarmee moeten studenten en docenten hun eigen ontwikkeling in kaart kunnen brengen. Geheel in de geest van Kuijt dus, in een modern jasje. Als je de app aanklikt, zie je een silhouet van Kuijts gezicht – met pijp in de mond. Dat is toch geweldig!”

Marina Moree (27)

Woont in Chilliwack, Canada.

Studeerde aan Driestar van 2008-2012.

„Op de Driestar volgde ik in het laatste jaar de minor Christian Education, waarbij een stage van drie maanden in het buitenland hoorde. Eigenlijk wilde ik naar Hongarije, maar dat lukte niet. Ik kwam terecht in Canada, op de Mount Cheam Christian School in Chilliwack. Daar kreeg ik een baan aangeboden en dus emigreerde ik in 2012. Best een stap, maar ik vertrok niet met het idee om nooit meer terug te gaan. Ik doe het voor twee jaar, dacht ik. Daarna kijk ik wel weer.

Nu woon ik al zeven jaar in Canada. Het land trekt me, maar ik weet niet of ik hier de rest van m’n leven blijf. Ik weet dat het leven soms anders loopt dan onze plannen. Toen ik hier ging wonen, had ik ook niet gedacht dat ik nu met gehandicapten zou werken. Doordat ik kinderen met het downsyndroom en andere beperkingen in de klas had, kwam ik erachter hoe goed ik met hen overweg kan.

Marina Moree. beeld RD, Henk Visscher

Daarnaast geef ik parttime muziekles op school. De liefde voor muziek komt bij de Driestar vandaan. De docent van koorzang maakte iets in mij wakker. Ik weet nog dat ze een Frans stuk over Psalm 121 liet horen. Wij vonden het maar niks. Maar zij bracht het zo dat we bleven oefenen en uiteindelijk vond iedereen het een mooi stuk. Ze vertelde ons waarom het ene vers door de dames gezongen werd en het andere door de heren. Waarom we sommige stukken zachter zongen en waarom de melodie zo goed paste bij de tekst.

Niet alle leerlingen zijn muzikaal, merk ik. Als ze maar enthousiast zijn over muziek. Dat vind ik belangrijker dan de vaardigheden. Misschien wil ik nog eens iets met muziektherapie gaan doen.

Twee jaar geleden mocht ik op een conferentie in Norwich een lezing geven over het vertellen van Bijbelverhalen. Mijn Canadese collega’s hebben dat nooit geleerd. Sommigen gebruiken bij de Bijbelles een powerpoint. Dat lijkt meer op een lezing. In de opleiding hebben wij juist geleerd om het verhaal te schilderen voor de ogen van de kinderen. En ook dat je de toepassing door het hele verhaal moet verwerken. Dezelfde lezing hield ik ook op mijn eigen school in Chilliwack. Ik heb zelfs een Bijbelverhaal verteld aan mijn collega’s. Best eng, maar ik kreeg veel positieve reacties. Mooi om deze lessen van de Driestar door te geven aan onderwijzers hier.”

Marlies Schimmel (21)

Woont in Leusden.

Studeerde aan Driestar van 2015-2019.

„In groep 8 kreeg ik zo’n leuke juf, dat ik dacht: zo wil ik later ook worden. Zij was vrij jong, stond dicht bij ons, was spontaan en enthousiast. Na schooltijd was ze altijd wel in voor een kletspraatje. Ik denk dat ik mezelf een beetje in haar karakter terugvond. Heerlijk vind ik het om met kinderen om te gaan. Vooral om een band met hen op te bouwen. Als je een klik met de kinderen hebt, durven zij zich ook naar jou toe open te stellen.

Afgelopen schooljaar kreeg ik van een leerling een cactus met een kaartje eraan: „Bedankt dat u mij dit jaar geprikkeld heeft!” Dat past helemaal bij mij: kinderen prikkelen om nieuwe dingen te leren.

Marlies Schimmel. beeld RD, Henk Visscher

Op de Driestar hebben we geleerd hoe belangrijk het is om kinderen zelf te laten ontdekken en onderzoeken. Dat maakt hen nieuwsgierig, zag ik ook tijdens een stageles. De leerlingen kregen een papier met verschillende soorten slootdiertjes. Ik had van tevoren niets uitgelegd. Ze mochten de diertjes zelf opzoeken. Het resultaat: verwondering alom. Die had dit gevonden, die dat. We deden de diertjes in een potje en gingen ze bekijken. De kinderen gingen vanzelf vragen stellen: Wat voor diertje is het? Waarom zit het aan een plantje vast?

Dat is iets wat ik er graag in wil houden op de Wittenbergschool in Scherpenzeel, waar ik sinds deze week voor groep 2 sta. Zo’n les kost natuurlijk veel voorbereiding, dus je kunt zoiets niet altijd doen. Tijdens een stage zit je nog niet met vergaderingen, commissies, volgsystemen en gesprekken over gedragsproblemen. Wel jammer dat er voor leerkrachten zo veel meer bij komt kijken dan alleen onderwijs. Dat kan ten koste gaan van de lessen.

De werkweek rond het thema internationalisering zal ik niet snel vergeten. We bezochten een moskee, gingen langs bij islamitische scholen, waar de kinderen zich van jongs af aan verdiepten in de Koran. Om twaalf uur liep iedereen met z’n matje naar boven voor het middaggebed. Indrukwekkend dat zulke jonge kinderen zo serieus bezig waren met de godsdienst. Vooral met de wetjes en regeltjes, dat wel.

Toch zette het me aan het nadenken: hoe vaak komt het geloof bij ons terug op een schooldag? Natuurlijk in het Bijbelverhaal, maar in de andere lessen? Ik denk dat dat wel vaker mag. Bijvoorbeeld door je samen te verwonderen. Op mijn stage had een jongen een vogelnestje meegenomen, met eitjes erin. Dan kun je erop wijzen: „Kijk eens hoe mooi de Heere God dat heeft geschapen.””