Verlichten kassen scheelt veel gas

Week van de schepping
Gert van der Pligt: „Je zult, met 17 miljoen mensen op een postzegel, met elkaar naar oplossingen moeten zoeken.” beeld RD, Anton Dommerholt

Kunstlicht vertroebelt ons zicht op sterren. Lichtvervuiling tast het natuurlijke ritme van dag en nacht aan. Dit licht komt van openbare verlichting, maar ook van kassen. Deel 1 van de serie in de Week van de Schepping: lichtvervuiling.

De verlichting in kassen wordt steeds verder afgeschermd. De lampen zijn nodig voor de plantengroei, maar hebben door productieverhoging tegelijk een enorme energiebesparing meegebracht, zegt tuinder Gert van der Pligt. „De industrie is verder dan de consument.”

Bouwvakkers lopen af en aan, want naast de bestaande kassen in ’s-Gravenzande heeft nieuwbouw plaats. Een derde vestiging. Nog hoger en moderner dan de vorige kassen.

Van der Pligt (42) heeft nu twee bedrijven. In Heinenoord teelt hij voornamelijk bloeiende planten voor de detailhandel; vanuit de vestiging in het Westland worden Europese supermarktketens voorzien van de kleurrijke producten. De nieuwbouw is bestemd voor de teelt van potrozen. Een plant die net als tal van andere soorten extra groeilicht nodig heeft. Dat kan door in donkere perioden het kunstlicht aan te zetten. Familiebedrijf Van der Pligt werkt al meer dan dertig jaar met assimilatiebelichting. „Behalve groeilicht geven de lampen warmte, die uitstekend benut kan worden voor de productie. In combinatie met steeds beter geïsoleerde kassen is het verbruik per vierkante meter in de loop der tijd afgenomen van circa 50 naar ongeveer 20 kuub aardgas per jaar.”

De uitstraling van het licht is gedurende de nachtelijke uren van ver te zien. Voor omwonenden vaak een bron van ergernis en verstorend voor de natuur. Om dat te beperken of uit te bannen, heeft de tuinbouwsector samen met de overheid landelijke regels ontwikkeld. Met verduisteringsdoeken wordt het licht op exact omschreven tijden afgeschermd.

Lokaal zijn er verschillen. „Hier in het Westland dien je aan alle voorschriften te voldoen, anders ligt er vrijwel direct een foto met een bekeuring op de mat.” Van der Pligt kent gebieden waar minder nauw wordt gekeken. „Dat levert soms weer klachten op.”

Vochtig

Toepassing van verduisteringsdoeken heeft een keerzijde. „Het kan te warm en vooral te vochtig worden. Dat losten we voorheen op door in het doek een kier te trekken.” Kieren laten echter licht door. In nieuwe situaties is dit niet meer toegestaan. „Dat betekent dat we in de nieuwste kassen ventilatiesystemen inbouwen die droge en koude lucht van buiten naar binnen trekken. Dat kost weer extra elektriciteit.”

Bestaande bedrijven krijgen vrijstelling voor de kieren. „Maar iedereen weet dat dat een keer over zal zijn. Ondernemers die al die vernieuwingen niet kunnen bijbenen, zijn in de ogen van de omgeving vaak de boosdoeners.” Ledmodules, die meer groeilicht in verhouding tot warmte geven, kunnen een oplossing bieden. „Ik wil ze graag toepassen, in combinatie met de bestaande verlichting. Maar op dit moment zijn de investeringen helaas niet rendabel.” Volgens Van der Pligt loopt de tuinbouwsector wereldwijd voorop in verduurzaming en het minimaliseren van overlast. „Telen in warme landen en producten naar Nederland vervoeren is vaak nog schadelijker voor het milieu. Iedereen wil een vliegveld en een snelweg, maar niet in zijn achtertuin. Maar je zult, met 17 miljoen mensen op een postzegel, met elkaar oplossingen moeten zoeken.” De industrie loopt eigenlijk ver vooruit op de consument, vindt de bij de christelijke gereformeerde kerk van Barendrecht aangesloten tuinder. „Als het gaat om rentmeesterschap zetten we met ons bedrijf enorme stappen. Verder dan de burger. Ik doe nog tal van dingen die lang niet altijd duurzaam zijn. Ik vrees dat dat voor heel onze gezindte geldt.”

De maatschappij laat zich door emoties opjagen, vindt hij. „Het moet in Groningen zeker anders. Maar nu worden zelfs onze duurzame warmte-krachtinstallaties, die elektriciteit opwekken, in de ban gedaan omdat ze een beetje aardgas gebruiken.”

Melkweg meestal niet meer te zien

Een derde van alle mensen kan ’s nachts sterrenstelsel zoals de Melkweg aan de hemel niet meer zien door lichtvervuiling. Ook in Nederland is dit sterrenstelsel op de meeste plaatsen niet meer te zien.

De laatste jaren neemt de lichtvervuiling steeds meer toe. Door lampen wordt de nachtelijke hemel steeds helderder en daaraan komt waarschijnlijk ook de komende tijd geen einde.

Een internationale groep wetenschappers, die vorig jaar de satellietbeelden over een periode van vijf jaar naast elkaar legde, concludeert dat de hoeveelheid licht elk jaar met 2 procent stijgt. De sterkste toename is in gebieden die tot nu toe vrij donker waren. Verlichting wordt wel zuiniger, maar dat wil niet zeggen dat het totale stroomverbruik afneemt. De omschakeling naar bijvoorbeeld led heeft tot gevolg dat er juist meer lampen worden geplaatst.

Kassen belangrijke bron van lichthinder

Nederland is volgens het Platform Lichthinder een van de meest lichtvervuilde gebieden ter wereld. Het platform, dat zich tegen tal van vormen van lichthinder verzet, heeft berekend dat meer dan de helft daarvan afkomstig is van kasverlichting.

Het platform omschrijft verlichting als „een van de meest dramatische veranderingen in ons milieu.” Niet alleen de tuinbouwsector is verantwoordelijk. De verlichting bij nacht is verder afkomstig van openbare verlichting, beveiligingsschijnwerpers in tuinen, het verlichte wegennet, met felle lampen die schijnen op gevels van monumenten, witverlichte tennisbanen en reclameborden langs de snelwegen.

Te veel licht kan gevolgen hebben voor de nachtrust. Niet alleen mensen hebben last van te veel licht. Veel diersoorten zijn ’s nachts actief. Ze kunnen gedesoriënteerd raken. Enkele soorten worden uit hun winterslaap gehouden.