Oranjes vormden Kroondomein Het Loo

Stadhouder Willem III gaf 334 jaar geleden opdracht tot de bouw van Paleis Het Loo. beeld RD, Anton Dommerholt
13

„Van kinds af aan heb ik het geluk gehad van dit prachtige en unieke deel van Nederland te mogen genieten”, schreef Willem-Alexander –toen nog kroonprins– in 2010 in een boek over Kroondomein Het Loo. Generaties Oranjes drukten hun stempel op het grootste aaneengesloten landgoed van Nederland.

De verbintenis met het Huis Oranje-Nassau heeft Kroondomein Het Loo gevormd tot wat het nu is: een bijna 10.500 hectare metend gebied met bossen, heidevelden, een paar meertjes en wat landbouwgrond. Het hart van de Veluwe, 12 bij 16 kilometer groot, globaal begrensd door Apeldoorn, Vaassen, Vierhouten, Elspeet en Uddel. In het gebied liggen enkele gehuchten verscholen: Gortel, Niersen, Hoog Soeren en Assel.

De ontwikkeling van dit natuurgebied begon toen stadhouder Willem III op 27 november 1684 voor 90.000 carolusguldens het 15e-eeuwse kasteeltje Het Oude Loo bij Apeldoorn kocht. Hij kreeg er van alles bij: „getimmeren, hoven, boomgaerden, bouw- ende weylanden, holt-gewas, plantagien, wateren.”

Het park bij Het Oude Loo was ongeveer 200 hectare groot. In 1685 gaf de stadhouder opdracht naast het kasteel een groot jachtslot te bouwen waarin hij zijn gevolg kon huisvesten, het latere Paleis Het Loo. Prinses Mary, zijn vrouw, legde de eerste steen.

Het Oude Loo. beeld Conserve

Last van gebrek aan ambitie had de prins niet: hij wilde dat er een Franse tuin bij het nieuwe slot werd aangelegd die moest kunnen wedijveren met de tuinen van Versailles. Water speelde een belangrijke rol. Zo werd vanuit de hooggelegen bronnen bij Hoog Soeren een leiding aangelegd waardoor de fontein in de paleistuin maar liefst meer dan 13 meter hoog kon spuiten. Het was de hoogste fontein van Europa, hoger zelfs dan die van Versailles. Het Loo-water was ook vers en helder; dat van Versailles stonk.

De Koningsfontein, werd het spuitende water bij het Apeldoornse paleis genoemd. Willem hechtte er grote waarde aan: „Het is steeds in beweging en men hoeft zich nooit eenzaam te voelen.”

Verlangen naar de Veluwe

De Veluwe, met zijn uitgestrekte heidevelden, oude eiken- en beukenbossen en verlaten zandverstuivingen, was voor Willem III het favoriete jachtterrein. „Ik kan U Ed. niet genoegh seggen hoe seer ick naer de Veluwe verlang, meer als het betaamt”, schreef hij aan zijn vriend Jan van Arnhem, heer van Rosendael.

Inmiddels was Willem toen ook koning van Engeland, en daar moest hij de jacht uitvoeren volgens een uitgebreide etiquette en met verplichte gasten. Op de Veluwe had hij daar geen last van. De jacht was voor hem een manier om te ontsnappen aan de hectiek van het hofleven. Het was overigens een jachtpartij –in Engeland– die hem het leven kostte, door een val van zijn paard.

Visvangst

Ook de opvolgers van de stadhouder-koning hadden belangstelling voor het onherbergzame gebied in Gelderland. Ten tijde van Willem IV werd het jachtterrein voorzien van grenspalen waarop het wapen van de prins stond.

Voor Willem V was Het Loo zijn favoriete zomerverblijf. Hij kocht in 1766 de Hoog Soerense Bossen aan. Jagen deed hij niet veel. Hij wandelde liever, of hij viste op het Uddelermeer. Tot de dieren die hij op Het Loo onderbracht, behoorden de Indische olifanten Hans en Parkie.

In verval

Tijdens de Franse overheersing raakten het paleis en de tuinen in verval. Kostbaarheden werden verkocht, voor zover het personeel ze niet wist te redden door ze te verstoppen. Het Loo werd onder meer gebruikt als ziekenhuis voor Franse soldaten. Koning Lodewijk Napoleon stortte de verdiepte tuin vol aarde en richtte hem opnieuw in, zodat een romantisch landschapspark ontstond in de Engelse stijl die in de mode was. Zijn broer, keizer Napoleon, verbleef één keer op Het Loo en liet er vervolgens al het meubilair weghalen.

Na de Franse bezetting kreeg koning Willem I het paleis in gebruik. Hij zette zich in voor de afronding van het Engelse landschapspark, met romantische paviljoens en bochtige paden. Het werd uitgebreid tot een gebied van meer dan 600 hectare.

Stadhouder Willem III legde de basis voor Kroondomein Het Loo. Zijn standbeeld staat in Den Haag. beeld RD, Anton Dommerholt

Romantiek

Buiten het park was het maar een woeste boel, onherbergzaam, onvruchtbaar en onveilig. „Het was bijna onmogelijk tegen den ruwwaaienden zuidwesten-wind, die het opstuivende zand in het aangezicht geestelde, voort te dringen”, schreef ds. O. G. Heldring, wiens wandelverslag uit 1839 „de ontdekking van de Veluwe” en „de opmaat tot het Veluwse toerisme” is genoemd. De predikant was –volgens het standaardwerk ”Kroondomein Het Loo”– „een van de eersten die zich op een nieuwe –romantische– manier aangetrokken voelden tot de Veluwe.”

Koning Willem III verbleef graag en veel op Het Loo, meer dan het kabinet en het parlement lief was. Hij moderniseerde er de land- en bosbouw, zodat hij ”de herenboer van Het Loo” werd genoemd. Hij zorgde ervoor dat gedeelten van de Veluwe tot militair oefenkamp werden omgevormd. Het Loo was ook de plaats waar hij in 1890 overleed.

Duitse bosbouw

In de jaren 1901-1914 vergrootten koningin Wilhelmina en prins Hendrik het landgoed door forse aankopen. Zo ontstond Het Kroondomein. Samen met het Staatsdomein, dat bestaat uit boswachterij Hoog Soeren en het paleispark, vormt dat Kroondomein Het Loo.

Prins Hendrik kende de Pruisische manier van bosbouw en paste die in dit gebied toe. Hij legde rechte wegen aan en liet perceel na perceel volplanten. Zo veranderde het kale landschap in een uitgestrekt bosgebied, totdat Wilhelmina er een stokje voor stak. Hun verschillen van inzicht zijn nog steeds in het landschap terug te zien: de uitgestrekte bossen, rechttoe, rechtaan, komen bij Hendrik vandaan; aan Wilhelmina is het te danken dat een deel van de open heide behouden bleef, evenals enkele oude bossen en buurtschappen.

Na Staatsbosbeheer werd Het Loo het grootste bosbouwbedrijf van Nederland. Hendrik liet het gebied omrasteren en zorgde ervoor dat er weer wilde zwijnen rondliepen, waarna tegenstanders hem met de bijnaam Zwijnen Heintje bedeelden.

Wilhelmina schonk het gebied aan de Nederlandse staat, met behoud van het volledige vruchtgebruik aan de kroondrager. En gebruiken deed ze het: Het Loo werd de plaats waar ze na haar abdicatie ging wonen en veelvuldig de bossen introk. Haar dochter Juliana droeg in 1971 ook het beheer en het gebruik van het paleispark en het Hoog Soerense bos over aan de staat.

Paleis Het Loo. beeld RD

Variatie

Ten tijde van koningin Beatrix kwam er een breuk met de traditionele Duitse manier van bosbouw die haar opa Hendrik had geïntroduceerd. Natuurvolgend bosbeheer werd in 1984 het nieuwe uitgangspunt in de Koninklijke Houtvesterij. Heidevelden die eerder werden ingezaaid met grove den, lariks of douglasspar zijn nu veranderd in gevarieerde bosgebieden met hier en daar weer kleine stukken hei.

Van de bijna 9700 hectare bestaat 7900 hectare nu uit bossen, 1550 hectare uit heide en 250 hectare uit landbouwgrond. Prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven woonden de afgelopen halve eeuw op en bij Het Loo, terwijl Het Oude Loo voor de koninklijke familie een plaats bleef waar ze zich uit de publieke belangstelling kon terugtrekken. Kroondomein Het Loo bleef een landgoed met vorstelijke allure, in dubbele zin.

serie Kroondomein Het Loo

Serie over het grootste aaneengesloten landgoed van Nederland, gevormd door de koninklijke familie.