Op bodemdierensafari in Woudenberg

IJverig speuren kinderen van De Wartburg naar bodemdieren. beeld Kees van Reenen
2

„Aanvallen!” Gewapend met scheppen, potjes, loepen en een tuinkrabber marcheerde groep 5a dinsdag het schoolplein van De Wartburg in Woudenberg af, op jacht naar bodemdiertjes.

In het klaslokaal laat juf Lemstra een kaart zien over de landelijke Bodemdierendagen. Eén gemeente is donker gekleurd. Op de vraag wat dat betekent, antwoordt de juf: „Ik denk dat daar heel veel geteld wordt, want dat is Wageningen en daar is de universiteit. Sommige gemeenten zijn licht gekleurd, maar Woudenberg helemaal niet. Dat betekent dat er niemand geteld heeft. Als wij niet mee zouden doen, zou er in onze gemeente niemand bodemdiertjes zoeken.”

Mollengang

Daar brengen de kinderen graag verandering in. Ze trekken hun laarzen aan en glippen tussen twee hekken door een braakliggend terrein naast de school op. In groepjes van drie, van wie één de telling bijhoudt, gaan ze aan de slag. IJverig graven ze in de stevige zandgrond en al snel worden de eerste diertjes gevonden.

„Wij hebben een spin!” roept Jonathan. Weldra komen meer spinnen tevoorschijn, en mieren, slakjes, regenwormen. Wie een diertje vangt in een potje, kan deze goed bekijken en misschien zelfs thuis laten zien.

„Wel voorzichtig doen met de diertjes”, waarschuwt de juf. „Ze kunnen zich tegen ons niet verzetten en ze horen bij de schepping van de Heere.”

IJverig speuren kinderen van De Wartburg naar bodemdieren. beeld Kees van Reenen

Twee meisjes weten een glanzende kever te vangen en bekijken hem vol bewondering. Toch blijkt het moeilijk om veel beestjes te vinden in de harde grond. Daarom mogen ze verder zoeken op het speelveldje aan de andere kant van de school.

Basisschool De Wartburg deed mee met de zesde editie van de Bodemdierendagen, georganiseerd door het in Wageningen gevestigde Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek (NIOO). Froukje Rienks van het NIOO schat in dat er dit jaar meer dan duizend mensen meededen, verdeeld over meer dan driehonderd plekken.

De meeste jaren stond de pissebed op één van meest getelde diertjes, maar bij De Wartburg lijkt dat anders te worden. „Juf, wij hebben zes mieren!” roepen Lissa en Febe. Daan: „Zes? Wij al dertien.” „Ik heb een regenworm!” roepen Emma en Gideon bijna tegelijk. Al snel worden er nog veel meer regenwormen gevonden in de zwarte, vochtige grond. Intussen ontdekt Pieter dat een paar paaltjes rond het speelveldje los zitten en al snel vindt hij in het gat de eerste duizendpoot. Andere kinderen snellen toe om het beestje te bewonderen.

De opwinding stijgt tot grote hoogte als Luc bij het graven op een mollengang stuit. Helaas komt het beest zelf niet in beeld, maar de kinderen vinden nog wel veel meer regenwormen. Uiteindelijk wordt Joshua recordhouder met 21 stuks. Het rapportcijfer voor de ‘tuin’? Een 9.