Lepelaar in de lift

Lepelaars met jongen op de Schorren van Texel. beeld Harvey van Diek
3

Lepelaars die broeden in een stadspark in Amsterdam, achter de IKEA in Delft of bij de Zevenhuizerplas in de buurt van Rotterdam. Nog niet zo heel lang geleden was dat ondenkbaar, maar nu kijken experts er niet meer van op. De lepelaar zit in de lift.

„Deze fraaie en boeiende vogel heeft de aandacht van alle natuurbeschermers nodig. Wij zijn internationaal bekend door de grote kolonies broedparen.” Dat schreef Adriaan Schouten van der Velden in 1994 op de natuurpagina van het Reformatorisch Dagblad. Nederland telde toen 550 paartjes broedende lepelaren en trok 1 miljoen gulden uit om „de toekomst voor deze vogel veilig te stellen.”

Meer dan 25 jaar later kan de conclusie worden getrokken dat dit gelukt is. Ons land telt nu bijna zeven keer zo veel broedparen lepelaars: 3800. Albert de Jong van Sovon: „Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is deze vogel met een opmars bezig die niet te stuiten lijkt.”

Opvallend is wel de verschuiving van broedplaatsen. In 1970 broedden er slechts 215 paren lepelaars in het Naardermeer, het Zwanenwater in de Noord-Hollandse duinen en op Texel. Bij het Naardermeer waren de lepelaars in 1994 verdreven: Schouten van der Velden: „Dat is jammer genoeg, door een mijns inziens verkeerd beleid, verleden tijd, want de lepelaars werden door vossen gedood en verjaagd.”

De Oostvaardersplassen waren toentertijd erg in trek bij de lepelaars. Maar ook daar werden ze om dezelfde oorzaak verdreven: de vos wist tot de moerassen van het Flevolandse moerasgebied door te dringen.

Alleen op Texel hielden de lepelaars stand. Van daaruit veroverden ze de Waddeneilanden. Daar konden ze veilig op de grond broeden omdat er geen vossen zijn. De karakteristieke vogel verhuisde dus als het ware van de binnenlanden naar de Wadden. Vijftien jaar geleden broedde twee derde van de landelijke populatie er. In de grootste kolonies, op Texel, Ameland en Schiermonnikoog, zitten honderden vogels bij elkaar.

Verzadigd

Anno 2020 lijken de Wadden verzadigd te raken qua lepelaars. De sterkste groei is er uit. „Waarschijnlijk is er onvoldoende voedsel voor nog meer vogels”, zegt De Jong. De Waddenlepelaars eten kleine visjes. Garnalen en kreeftjes staan ook op het menu.

Na 2012 leek de lepelaar zijn vizier naar het Deltagebied in Zeeland en Zuid-Holland te verleggen. Sinds dat jaar verdubbelde het aantal broedparen in de delta tot meer dan duizend.

De laatste jaren ontdekken de lepelaars de binnenlanden weer. Dicht bij de grote steden broeden is geen probleem meer voor de oorspronkelijk schuwe vogel. Zo zijn er kolonies aan de randen van Rotterdam, Delft, Leiden en Haarlem.

Er is één groot verschil met 1970. Als de lepelaar geen veilig eiland kan vinden om te broeden, doet hij dat in bomen. Daar weet hij zich onbereikbaar voor die grote vijand: de vos. De Jong: „Je ziet dat ook wel gebeuren bij de blauwe reiger en de purperreiger. Die broeden soms ook dicht bij de grond, maar broeden nu vaak hoger in bomen.” De lepelaar gebruikt vaak nesten die eerst door blauwe reigers zijn gebruikt.

Voorzitter Tamar Lok van de Werkgroep Lepelaar vindt het opvallend dat de witte vogel minder schuw lijkt. „Er zit een kolonie in de bomen langs het fietspad bij Haarlemmerliede. Sommige nesten bevinden zich op 10 meter afstand van het fietspad. Je zou denken dat lepelaars verstoringsgevoelig zijn, maar ze trekken zich er niets van aan dat er vlakbij fietsers naar ze staan te kijken. Blijkbaar wanen ze zich in de bomen helemaal veilig.”

Verstoord

De kolonie bij Haarlemmerliede is te volgen via beleefdelente.nl. Helaas zijn er op dit moment geen nesten te zien. Op de site wordt als mogelijke verklaring gegeven dat een buizerd de lepelaars iedere keer verstoort en dat het daardoor niet tot broeden is gekomen. Anders is dat bij de andere kolonie die per webcam kan worden gevolgd: die bij de Nieuwkoopse Plassen. Op nestkastlive.nl/lepelaar is te zien dat de eerste jongen al bijna vliegvlug zijn.

De Werkgroep Lepelaar wil onderzoeken waar de lepelaars zich mee voeden in de binnenland. Lok: „Kennelijk herbergen de polderslootjes in de omgeving van deze broedplaatsen genoeg voedsel om hun jongen mee te voeden. Bekend is dat ze graag kleine visjes eten. Maar er zijn ook ooggetuigen die gezien hebben dat de vogels Amerikaanse rivierkreeften eten.”

De Amerikaanse rivierkreeft is een exoot die zich snel vermenigvuldigt en in sommige plaatsen al een ware plaag vormt omdat de beesten al het andere waterleven uitroeien. Lok weet dat de lepelaar een speciale techniek heeft om de kreeften te verorberen. „Ze halen eerst de scharen van de kreeft eraf en eten daarna het meest voedzame deel op.”

Jongste cijfers

De lepelaar is een van de meest getelde broedvogels van Nederland. Dat bleek uit het rapport met de laatste cijfers over de populatieontwikkelingen van 195 soorten broedvogels dat Sovon Vogelonderzoek Nederland begin deze maand presenteerde.

Daarin was onder andere te zien dat nieuwkomers zoals de middelste bonte specht en de cetti’s zanger snel in aantal toenemen, maar dat boerenlandvogels zoals grutto en kievit achteruit blijven gaan.