Kweker Laban: Buxusmot is prima te bestrijden

Boomkweker Rian Laban levert nog steeds buxussen. beeld RD

Een aangetaste buxushaag is voor velen reden om de planten weg te gooien. „Niet nodig”, zegt boomkweker Rian Laban. „De buxusmot is prima te bestrijden.”

Het kan zo maar gebeuren. Op vakantie gaan met een prachtige, groene buxushaag in de tuin en bij terugkomst een kaalgevreten hegje aantreffen. Dan heeft de buxusmot toegeslagen.

Buxus

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

Deze nachtmot komt oorspronkelijk uit Azië en is in 2007 op geïmporteerde buxusplanten Europa binnengekomen. Sindsdien verovert de exoot Nederland. De motvlinder leeft slechts acht dagen en legt dan zo’n 800 eitjes aan de onderkant van buxusbladeren. De rupsen die er uit komen, vreten binnen zeer korte tijd een hele buxusstruik kaal.

Het gevolg is dat de ooit zo populaire buxus juist de tegenovergestelde status heeft gekregen. Veel consumenten willen niets meer van hem weten. En dat merken de buxuskwekers. Van de bijna 850 kwekerijen in Nederland zijn er nu nog maar 300 overgebleven.

Rian Laban (51) is er één van. Wie zijn kwekerij aan de Berkenbroek in Reeuwijk oploopt, ziet vooral veel buxussen staan. Allemaal in potten. Van klein naar groot, in allerlei vormen. Sommigen staan er één seizoen, anderen al tien jaar.

Dertig jaar geleden begon Laban op deze plek. „Toen was de buxus een hype, een plant die iedereen wilde hebben.” Geen wonder dat Laban zijn hele kwekerij volzette met de planten. Ze brachten veel geld in het laatje.

Later kwamen de vormen in trek. Een bol, een piramide of de vorm van een dier; je kunt het zo gek niet bedenken of het werd verkocht. „Een spiraalvorm van 1,25 meter hoog had op het puntje van de markt een handelsprijs van 300 gulden”, vertelt Laban. „In de winkel kostte zo’n plant zomaar 800 gulden.”

Het gevolg van de populariteit van de buxus was dat je hem overal in Europa kon kopen. Elke bouwmarkt had ze staan. Dat deed de prijs dalen. De planten stonden in vrijwel iedere tuin. De diversiteit was ver te zoeken. Deze monocultuur aan buxussen vormde als het ware een geplaveide snelweg voor de buxusmot, die zo heel makkelijk Nederland kon veroveren.

Bestrijden

Toch is er op de hele kwekerij van Laban geen enkel kaalgevreten plantje te ontdekken. Hoe doet hij dat? „Simpel. Wij spuiten bestrijdingsmiddelen. Net zoals we luis, spint en schimmel bestrijden, doen we dat ook met de rupsen van de buxusmot. Het liefst zouden we de vlinder zelf doodspuiten. Dan voorkomen we dat we met eitjes ‘besmette’ buxussen verkopen. Maar onze klanten willen niet dat we de buxusmot bestrijden, omdat we dan ook andere vlinders zouden kunnen doden.”

Dat bestrijden van rupsen kunnen consumenten ook doen, legt Laban uit. „Voordat je op vakantie gaat, even de plantenspuit vullen met een biologisch bestrijdingsmiddel en alle buxussen ermee natspuiten. De rupsen eten van die bespoten blaadjes en gaan dood. Dan weet je tenminste zeker dat de buxushaag nog groen is als je terugkomt van vakantie.”

Saillant detail is dat een biogif zoals Xentari alleen maar via internet te koop is. Bij veel tuincentra heeft de Duitse chemiereus Bayer het alleenrecht op de verkoop van –vooral chemische– bestrijdingsmiddelen.

Anti gif

De Vlinderstichting is niet zo blij met al dat gif, ook al is het biologisch. „Regulier gif doodt ook andere dieren, zoals bijen, lieveheersbeestjes en vlinders. Bij biologische middelen komt het er op neer dat alle rupsen ervan dood gaan, ook rupsen van andere vlindersoorten”, zo staat er op de site te lezen.

De stichting adviseert het gebruik van een feromonenval. Hierin zit een lokstof die de mannetjes van de buxusmot aantrekken. Ze vliegen in de val en kunnen er niet meer uit.

Een wat tijdrovender manier is de rupsen handmatig uit de struiken verwijderen. Ene Marline vertelt op de site van de Vlinderstichting: „Wij maakten regelmatig een plukrondje langs de heg. Daarnaast hielpen onze kippen bij de opruiming en ook spinnen en vogels hielpen mee.” Een wat rigoureuzer manier is met een hogedrukspuit alle rupsen uit de planten ‘blazen’ en ze dan doodtrappen.

Alternatief

Voor veel Nederlanders is dat allemaal teveel werk. Zij verwijderen de aangetaste planten uit de tuin en gaan op zoek naar een alternatief. En die zijn er genoeg vertelt boomkweker Laban. „Heel populair is de Japanse hulst, de ilex crenata. Ook andere heesters zoals taxus, euonymus, prunus en liguster doen het goed.”

Die alternatieven worden door veel tuinders, ook door Laban, gekweekt. „Ooit kweekte ik alleen maar buxus. Nu is dat nog zo’n 20 procent van mijn gewassen. De overige 80 procent zijn andere soorten. Risicospreiding is dat.”

Helemaal stoppen met de buxus doet Laban bewust niet. „Er blijft altijd een markt voor. De echte tuinliefhebber wil hem niet kwijt. Die wil best een beetje moeite doen om hem te behouden. Ook is de buxus meer een weggooiproduct geworden. Mooi voor een zomer in een pot op het terras. Daarna knikker je hem weg.”