Kruidenvrouw Marry Foelkel: De beste medicijnen staan in je achtertuin

Kruidendeskundige Marry Foelkel in haar kruidentuin te Beekbergen. „De beste medicijnen staan in je achtertuin.” beeld Kees van Reenen
5

Kruidendeskundige Marry Foelkel-van Middendorp uit Beekbergen vindt het jammer dat Nederlanders vaak niet-natuurlijke geneesmiddelen slikken. „Half Nederland is chemisch vrolijk. De beste medicijnen staan echter in je achtertuin. Terug naar de paardenbloem en de brandnetel.”

Koffie of thee? Thee maar. Foelkel (69) gaat haar tuin in en komt drie minuten later terug met een handjevol kruiden. Die stopt ze in een pot heet water, om al binnen een minuut een kruidig aftreksel in te schenken.

„Dit is een rondje-door-de-tuinthee”, zegt ze. Daarin gaan zeven kruiden in wisselende samenstelling: „Drie lekkere, drie nuttige en één heilige. Heilig is hetzelfde als helend. Daar komen ook de woorden ”heiland” en ”heelmeester” vandaan.”

Vandaag zijn die zeven bestanddelen venkel, munt en druivenblad als lekkere kruiden, vrouwenmantel, rozemarijn en brandnetel als nuttige, en hartgespan als ‘heilig’ kruid.

De thee smaakt behalve kruidig ook wat bitter. „Dat komt door het hartgespan. Dat is net als de meidoorn een hartversterkend middel”, legt de kruidendeskundige uit. „Bitter in de mond maakt het hart gezond.”

Van sommige geneeskrachtige planten is de werking door de wetenschap bevestigd, van andere door ervaring.

Appelbongerd

Als er één achtertuin is waarin goede geneesmiddelen te vinden zijn, is het wel die van Marry Foelkel uit Beekbergen, bij Apeldoorn. Daar in de buurt groeide ooit Nederlands laatste oerbos, het Beekbergerwoud.

„Na veel te hebben gestudeerd in boeken over natuurgeneeskunde en voedingskunde ben ik hier als het ware weer terug in de appelbongerd van mijn vader. Daar kwam de verwondering bijna vanzelf”, herinnert de eigenares van Marrys Bloemen- en Kruidenhuis zich.

Nu probeert ze die ervaring en de kennis die ze de afgelopen veertig jaar opbouwde over te dragen aan anderen, zowel aan cursisten aan huis als aan studenten van de hogescholen waar ze gastlessen geeft.

Op het ogenblik houdt Foelkel zich veel met voeding bezig. „Laat je voedsel je medicijn zijn. De belangstelling voor voeding is trouwens een verschijnsel met golfbewegingen van tien, elf jaar.”

Slaapmutsje

Ze loopt de volop bloeiende en geurende tuin weer in. Daarin zijn de planten gerangschikt naar hun werking op het menselijk lichaam. „Hier vooraan het slaapmutsje, voor het inslapen, en de passiebloem, voor het doorslapen. De ginkgo is goed voor de concentratie. Dit boompje moest worden verplaatst vanwege een uitbreiding van de cursusruimte en staat nu aan de oostkant van mijn tuin. Daar kwamen de wijzen ook vandaan.”

Meteen ernaast groeien de kruiden voor de longen, onder andere heemst, look en tijm. Vervolgens de bittere hartversterkers. Aan de overkant van het dwarspad staan kruiden tegen maagklachten, waaronder venkel en absint. Kardoen, artisjok en mariadistel zijn goed voor de lever. Van nierproblemen hoeft niemand lang last te hebben als het aantal geneeskruiden daarvoor de maatstaf is: hei, selderij, peterselie, lavas, paardenbloem, kleefkruid, madeliefje...

De lijst is eindeloos. Vrijwel iedere plant bezit geneeskrachtige eigenschappen, met uitzondering van grassen. Spijtig voor koeien in een kruideloos weiland.

Ziekte van Lyme

Tegen vrijwel iedere kwaal is een kruid gewassen. „Deze kaardenbol helpt tegen de ziekte van Lyme”, weet Foelkel. Dat wil niet zeggen dat iemand met een paar keer kaardenbollen eten van zijn problemen af is. Met kruiden moet je de tijd nemen. Bovendien werken niet alle soorten even sterk. „Maar je houdt je lichaam er gezond en in evenwicht mee”, benadrukt ze. „Gebruik niet-doorgekweekte en biologische planten. Die bevatten veel stoffen die het immuunsysteem versterken. Deze helpen zowel plant als mens.”

De brandnetel, „een van de beste geneeskruiden, zuivert de grond én ons lichaam. Het is goed voor de longen, spijsvertering, huid en gewrichten. Het geneesmiddel tegen jeuk door de brandharen van de brandnetel groeit er niet alleen naast, in de vorm van de weegbree, het zit ook in de plant zelf: maak een stengel kapot en smeer het kalkrijke sap op de zere plek.”

Genietend wandelt de kruidenvrouw door haar grotendeels door vrijwilligers onderhouden hof. „Zo’n kruidentuin is een geschenk voor het leven. Je wordt er een blij en gelukkig mens van. Altijd inspirerend, altijd verrassend. Ik ben bijna 70 en leer nog steeds.”

Autobanden van paardenbloemen

De paardenbloem is een van de algemeenste (on)kruiden, maar bijzonder waardevol, aldus kruidendeskundige Marry Foelkel uit Beekbergen.

„Niet alleen komen er vlinders en bijen op de bloemen af, ook mensen kunnen ze eten en er salades mee versieren. Vooral het jonge blad is goed eetbaar; de bloemen zijn drinkbaar als thee. Allerlei spijsverteringsklachten en nierproblemen kunnen ermee worden verlicht of verholpen. Daarnaast bevatten de stengel en wortel latex. En daarvan blijken autobanden te kunnen worden gemaakt, heeft Wageningen University onderzocht. Vooral de Russische paardenbloem, die een dikke wortel heeft, is hiervoor geschikt. Paardenbloemrubber schijnt zelfs sterkere banden op te leveren dan de rubber die nu uit de tropen wordt gehaald.”

Bier van gezonde onderdelen

Bierliefhebbers zullen hem wel kennen, althans van naam. Hop is een klimplant waarvan de vruchtkegels (hopbellen) worden geoogst voor de bierbereiding.

Ook de kruidengeneeskunde maakt dankbaar gebruik van de plant, zowel voor het maag-darmkanaal als tegen menstruatie- en overgangsklachten en slapeloosheid.

Recept van Marry Foelkel: „Stop een paar handenvol hopbellen samen met lavendel in een kleine kussensloop, leg die ’s nachts naast je hoofd en je slaapt als een roos.”

Ook over de andere bieringrediënten, gerstemout en water, is Foelkel erg te spreken. Over het bestanddeel alcohol is ze minder enthousiast, maar daarvoor geldt net als voor geneeskruiden: „De dosis bepaalt of iets geneeskrachtig of giftig is.”