Hoogveen in Bargerveen weer levend

Het Bargerveen is een restant van het ooit 300.000 hectare grote Boertangermoeras dat zich ook uitstrekte in Duitsland.  beeld Wikimedia
8

In 1968 was het laatste hoogveengebied in Zuidoost-Drenthe bijna verdwenen. Staatsbosbeheer ontfermde zich over het stukje hoogveen van een halve hectare en viert nu met een boek vijftig jaar bescherming van het Bargerveen.

Een doorlopend succesverhaal is de bescherming van Bargerveen allerminst, zo blijkt uit het boek ”Bargerveen. Grenzeloos groeiend”. Vooral de eerste twintig jaar zijn de economische ofwel landbouwbelangen rondom het Bargerveen te groot om het hoogveen weer te laten floreren.

Absoluut dieptepunt is 1998. In de maand oktober valt er 288 millimeter regen, tegen normaal ruim 80 millimeter. De dammen die het water in het kwetsbare natuurgebied moeten houden om het hoogveen weer te laten groeien, breken door en het Bargerveen loopt leeg. De schade loopt in de miljoenen euro’s.

Hoeveel miljoen meldt het door Kleine Uil uitgegeven boek, dat overigens talloze aardige detailkaartjes bevat, niet. Jammer, want zo’n overzicht zou interessant zijn geweest. En zeker als later in het boek nog verscheidene keren wordt herhaald dat het herstel van het hoogveen zo’n kostbare aangelegenheid was en is. Bovendien moet een voormalig staatsbedrijf als Staatsbosbeheer dergelijke gegevens gemakkelijk boven water kunnen halen.

Over die hoge kosten om het hoogveen in Nederland van de ondergang te redden, schrijft Matthijs Schouten al in het voorwoord. Hij is ecoloog en filosoof in dienst van Staatsbosbeheer en hoogleraar aan Wageningen University en aan de universiteit van Cork in Ierland. „We waren het eerste land in West-Europa dat zijn hoogvenen zo goed als geheel had vergraven. Daarna kwam het besef dat daarmee een wezenlijk en karakteristiek element van ons groene erfgoed verloren was gegaan.

We werden vervolgens het eerste land in de wereld dat probeerde vergraven veenresten te restaureren. En dat tegen een zeer hoge prijs. Toen in 1987 een grote groep Ierse politici, wetenschappers en natuurbeschermers het Bargerveen bezocht om kennis te nemen van wat voor herstelmaatregelen nodig zijn wanneer een hoogveensysteem niet tijdig beschermd wordt, hield een van de Ierse gasten een takje veenmos omhoog voor de camera’s van de Ierse televisieploeg en zei: Dit moet wel de meest kostbare veenbes in de hele wereld zijn.”

Laatste stukje wildernis

Het behoud van het hoogveen in Nederland kost wat, net als de zorg om het Waddengebied. Beide landschappen worden wel het laatste stukje wildernis in West-Europa genoemd. Voorlopig is het Bargerveen nog geen echte wildernis, aldus Schouten, maar het gaat langzaamaan wel die kant op. Een degelijke bescherming van het hoogveen is niet alleen voor de biodiversiteit van belang, maar ook voor het vastleggen van CO2.

Om het hoogveen te behouden, heeft Staatsbosbeheer in de loop der jaren veel geïnvesteerd in de bufferzones. Dit is gedaan om het water vast te houden in het kerngebied, om tegendruk te geven tegen het weglekken van grondwater onder het veen en om wateroverlast in de omgeving te voorkomen.

Het Bargerveen is te vergelijken met het Fochteloërveen op de grens van Friesland en Drenthe. Het zijn beide hoogveengebieden en met ruim 2000 hectare ongeveer even groot. Het Bargerveen ligt ten zuidoosten van Emmen bij Schoonebeek en Zwartemeer. Het is een restant van het ooit 300.000 hectare grote Boertangermoeras, dat zich tot in Duitsland uitstrekte.

Het kerngebied van het Bargerveen is nog altijd het stuk rondom de halve hectare hoogveen die uit vroegere tijden stamt. Dit gebied torent een paar meter boven het omringende gebied uit. Hier ligt het echte hoogveen, dat vreemd genoeg door geologen een gesteente wordt genoemd. Een gesteente dat veert als je erop loopt en dat bestaat uit de resten van dode planten, vooral veenmos.

Hoogveen ontstond in Nederland in het natte klimaat van na de laatste ijstijd. Hele dekens van veenmos bedekten toen grote delen van ons land. Dit veenmospakket groeit boven de grondwaterspiegel. Veenmos heeft de eigenschap dat het regenwater vasthoudt en dat het de dode plantenresten niet verteert. In de loop van duizenden jaren werden de veenmosdekens enkele meters dik. Het wordt ”levend hoogveen” genoemd als het nog steeds aangroeit. Met vallen en opstaan heeft Staatsbosbeheer ervoor gezorgd dat er in het Bargerveen weer levend hoogveen is ontstaan.

Een ander woord voor hoogveen is turf. Al in de prehistorie werd turf als brandstof gebruikt. De echt grootschalige turfwinning ontstond in de zeventiende eeuw. Hele veengebieden werden afgegraven. Wat overbleef was dalgrond, zand vermengd met een beetje veen. Dit werd vervolgens gebruikt als landbouwgrond en zo ontstonden de veenkoloniën. De eerste hoogveengebieden verdwenen in de Randstad, waar de meeste mensen woonden. In Zuidoost-Drenthe verdwenen de laatste, omdat ze op grote afstand van de afzetmarkten lagen. Toen turf in de negentiende eeuw als brandstof uit de gratie raakte, werd het materiaal gebruikt als turfstrooisel en tuinturf en als actieve koolstof, bekend van de Norittabletjes.

Boekweit

Over de hele (cultuur)geschiedenis die met het hoogveen verweven is, gaat het boek ”Bargerveen. Grenzeloos groeiend” ook. Heel aardig is een hoofdstukje over de boekweitteelt. Toen de graanprijzen vanaf 1760 enorm stegen, kwam er meer belangstelling voor de teelt van boekweit. Dit eenjarige gewas komt uit Midden-Azië. Voordeel is dat het in twaalf weken tijd geoogst kan worden en dat de plant veel bijen aantrekt, wat voor imkers weer aantrekkelijk is. Het meel is bovendien erg voedzaam en gezond. Nadeel van de teelt van boekweit is dat de veenbodem daarna een paar jaar niet meer geschikt is voor andere gewassen.

In de zeventiende eeuw, toen de grootschalige teelt van boekweit op gang kwam, brandden boeren vele hectares veen af, zodat ze in die as boekweit konden verbouwen. De Italiaan Edmondo de Amicis schrijft in zijn reisverslag ”Nederland en zijn bewoners” uit 1876: „De eindeloze rookwolken die uit de turfstreken van Drenthe oprijzen, worden door de noordenwind over Midden-Europa gedreven, tot naar Parijs, Zwitserland en de Donau.”

Flora en fauna

Natuurlijk is er in het boek ook veel aandacht voor de flora en fauna in het Bargerveen. Vrijwilligers, natuurgidsen, vogelaars en boswachters die in het gebied actief zijn, doen uitgebreid hun verhaal. Op een overzichtkaart staan alle fiets- en wandelpaden in het gebied.

Het hoogveenreservaat wemelt van de zeldzame planten en dieren. Zeer zeldzame vogels zoals de grauwe klauwier broeden er, er vliegen nog heidehommels tussen de lavendelheide, veenbes, beenbreek en lange zonnedauw. Laatstgenoemde is het pareltje van het Bargerveen, omdat deze plant verder nergens meer in Nederland voorkomt.

Verder groeien er acht veenmossoorten die op de Rode Lijst staan. Het bijzonderste daarvan is vijfrijig veenmos, dat alleen is waargenomen in het Fochteloërveen, voor het laatst in 1967. Deze soort is kenmerkend voor de overgangen tussen bulten en slenken.

Bargerveen. Grenzeloos boeiend, Henk van den Brink e.a.; uitg. Kleine Uil, Groningen, 2018 ; ISBN ;160 blz.; € 25,-.