Hoeve Biesland, voorbeeldbedrijf in agrarisch natuurbeheer en klantcontact

Boer en natuur
beeld Kees van Reenen
2

Een groene oase in een zwaar verstedelijkt gebied, ingeklemd tussen Den Haag, Delft en Pijnacker-Nootdorp. En midden in die oase een modern boerenbedrijf, Hoeve Biesland. Wel een bedrijf dat een bijzondere richting insloeg.

In de zinderende zomerzon is op een pasgemaaid grasland een trekker met hooischudder aan het werk. Verder naar rechts zijn twee mensen bezig een hek te herstellen, aan de rand van een uitgestrekt weiland waar een grote kudde Fleckvieh graast.

De grote open potstal, waar de gehoornde koeien vrij in en uit kunnen lopen, is leeg, op één zoogkoe met kalf na. Alleen een automatische voerschuif doet zijn werk. Toch is het boerenerf bepaald niet uitgestorven.

„Deze plek is een uitloopgebied van de omringende steden”, begint Jan Duijndam, eigenaar van de hoeve onder Delfgauw. Als boer begonnen in 1987, met dertig koeien, kwam hij in 1993 naar Biesland. Nog niet zo lang daarvoor zaten er in het 250 hectare grote gebied minstens twintig boeren, deels oudere, die er één voor één mee ophielden.

Al snel kreeg het gebied vanwege zijn ligging een recreatiebestemming en begon de gemeente aan te dringen op een verandering van de bedrijfsvoering: „Efficiënt produceren en recreatie staan haaks op elkaar. Een gangbaar agrarisch bedrijf is naar binnen gericht, maar in een gebied als dit moet je naar buiten gericht zijn om aan de bezoekers uit te leggen waar je mee bezig bent. Zo ontstaan tegelijk kansen voor verbreding.”

Veranderen

In 1997 begon Duijndam met de verandering. „Ik besefte: als ik niet ga veranderen is er geen toekomst voor dit bedrijf.” Hij sloot contracten af met natuurorganisaties voor het beheer van bepaalde percelen, kocht de laatste collegaboeren uit, breidde zijn rundveestapel uit tot de huidige 400 stuks inclusief jongvee, zette een landwinkel op, trok mensen aan om verkoopbare producten te maken en voor het vele andere werk. Ook gaf hij mensen met een psychische of verstandelijke beperking –hulpboeren genoemd– een plek op het bedrijf.

Jan, zijn vrouw Mieke en hun dochter Linda –bedrijfsleider verkoop– zijn samen met Tim van Bregt –bedrijfsleider veehouderij– eigenaar van het bedrijf met de koeien, een honderdtal schapen, wat hobbydieren en de exploitaties. Ze worden bijgestaan door achttien man betaald personeel, waaronder bakkers, slagers en begeleiders van de hulpboeren, en er staan nog vacatures open.

Verkoop

„Ha schoonheid”, begroet Duijndam zijn dochter die net terugkomt van een korte vakantie met vrienden. Als ze doorloopt naar de winkel vertelt hij: „Toen ze weg was, dreigde de boel in het honderd te lopen.” De verkoop is dan ook geen kleine taak. De winkel trekt iedere week drie- tot vierhonderd bezoekers, terwijl het leeuwendeel van de zuivel-, vlees- en andere producten verspreid wordt over winkels in de omringende steden, tot Rotterdam en Zoetermeer toe.

Duijndam zelf is verantwoordelijk voor onder meer de communicatie. Dat levert naamsbekendheid op, en de handel loopt goed. „Je kunt er geen Ferrari van rijden, maar iedereen heeft het hier goed. Klanten waarderen ons concept.” Toch zou de begroting niet sluitend te krijgen zijn zonder subsidie.

Boeren voor Natuur

In 2007 kwam Duijndam in contact met Alterra, het onderzoeksinstituut van Wageningen Universiteit, dat een visie had en een praktijkbedrijf zocht. Dit resulteerde in Boeren voor Natuur, een subsidieplatform voor kringlooplandbouw. Na Biesland sloten ook drie boerenbedrijven op het Twentse landgoed Twickel zich aan en inmiddels kunnen volgens Duijndam boeren uit de hele EU erop inschrijven.

Voorwaarde voor Boeren voor Natuur, evenals voor het biologisch-dynamische keurmerk dat de hoeve bezit, is een gesloten kringloop. Biesland, met zijn veenweidegronden, bereikt dit door een overeenkomst met een eveneens biodynamisch akkerbouwbedrijf in de Hoekse Waard en één in Flevoland, die mest krijgen van Biesland en graan voor de koeien en de bakkerij terugleveren. De rest van het veevoer is gras van eigen grond. Verder gaat een deel van de mest naar enkele glastuinbouwbedrijven die groenten leveren voor de winkel van Biesland.

De overige mest –vaste potstalmest en dunne drijfmest– wordt vermengd met slootmaaisel en ander compost en rijkelijk uitgereden over honderd hectare grasland. De andere 150 hectare wordt niet bemest; op de helft grazen ossen, de rest wordt alleen gemaaid voor hooi of strooisel. Deze percelen verschralen, waar de natuur wel bij vaart.

Ooievaars

Een koppel meeuwen vliegt over en strijkt neer op een pasgemaaid weiland, waar drie ooievaars al druk aan het foerageren zijn. Een grote stern voegt zich bij de meeuwen. Op een hoge berg kuilgras zit een luid roepende torenvalk, een tweede cirkelt erboven.

Langs de erfverharding fladdert een distelvlinder, op zoek naar bloemen. Die bloeien hier weinig, het is op deze voedselrijke plek vooral kort gras en brandnetels, maar aan de overkant van de sloot groeien vergeet-mij-nietjes, waterereprijs en mattenbiezen. In de sloot zelf lijkt niet veel leven te zitten.

De ontwikkelingen op het gebied van biodiversiteit worden nauwgezet gevolgd, vertelt Duijndam, onder meer door Vogelwacht Delft en de KNNV. „Mensen vinden het geweldig als ik kan laten zien dat hier vierentwintig lepelaarkuikens groot worden. Ook de torenvalken doen het goed, evenals kerkuilen, ooievaars, zwaluwen en nog veel meer. Er is hier volop voedsel. Pas zag ik hoe een specht een jonge zwaluw achtervolgde.”

Die spechten komen hier dankzij het ouder wordende bos rondom de landerijen. Ook kraaien en vossen gedijen er. Samen met de ooievaars vreten ze heel wat weidevogelkuikens op. Tel hier verstoring door recreatie bij op, en de netto-uitkomst is dat de steltlopers, zoals grutto en kievit, achteruitgaan, ondanks waterpeilverhoging en andere maatregelen.

Sloten

Duijndam: „Gelukkig komen er veel andere soorten voor terug. Af en toe komt een jager een paar ganzen schieten voor een bestelling en vossen worden enigszins bestreden, maar verder mag de natuur zijn gang gaan. Het echte probleem zit in de sloten.”

Hoewel volgens Wageningen de waterkwaliteit vooruitgaat, is het water overal troebel, met als gevolg geen doorzicht voor waterplanten en vissen als de snoek. De boosdoener is de karper. Duijndam: „Er zitten er wel duizend. Het waterschap wil er echter niets aan doen. Als ik dergelijk beheer op het land zou voeren zou het het grootste schandaal ooit worden. Nu moet het eerst afglijden tot een ecologische kaalslag voordat men wakker wordt.”

Hij blijft echter strijden voor verandering, zoals die ook kwam op andere gebieden. „Al langer werd gezegd dat het geen goed idee was natuur en landbouw te scheiden. Iedereen knikte ja, maar niemand zette stappen. Als ik hier nu rondkijk zie ik hoeveel mooie dingen er gebeuren, met de natuur, met de hulpboeren, met alle bezoekers. Je kunt van een bedreiging een kans maken.”

Boer en natuur

Boeren zijn vaak negatief in het nieuws als het om natuur gaat. Toch zijn er tal van positieve initiatieven. Deel 3.