Gevecht tussen zoet en zout water

Een bord bij het Amsterdam-Rijnkanaal om het langskomende vaarverkeer te attenderen op een door Rijkswaterstaat aangelegd bellenscherm waarmee de verzilting van het water wordt bestreden. beeld ANP, Alexander Schippers

Zoet tegen zout. Dat is de wedstrijd van de week. Sluizen en stuwen staan open om zoet water uit het oosten vrij baan te geven om het oprukkende zoute water vanuit zee een halt toe te roepen. Een beetje neerslag helpt wel, maar de verzilting blijft een probleem.

Verzilting was al een thema voordat de droogte Nederland in zijn greep kreeg. Twee jaar geleden luidde landbouworganisatie LTO Nederland de noodklok. De Nederlandse binnenwateren worden steeds zouter. Oorzaken zijn onder andere het op een kier zetten van de Haringvlietsluizen, het verdiepen van de Nieuwe Waterweg en het vergroten van de sluizen bij IJmuiden. Allemaal mogelijkheden voor het zoute water om het zoete Nederland binnen te dringen.

Gevolg: schade bij de landbouw en in de natuur. De LTO somde een rijtje gewassen op dat niet goed tegen zout kan: zaadgoed, pootaardappelen, bollen, groenten en sierbloemen. Juist deze teelten brengen veel geld in het laatje door export: jaarlijks 84 miljard euro. Kwetsbare planten en vissen in natuurgebieden kunnen voorgoed verdwijnen als ze met zout water worden geconfronteerd.

Verergering

De huidige droogte verergert het probleem. Normaal gesproken komt er volop zoet water uit landen zoals Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk ons land binnen. Het zoekt een uitweg naar zee en dringt het zoute water terug.

Nu is het echter in heel Europa droog en is er veel minder aanvoer van zoet water vanuit het achterland. Gevolg: het zoute water kan doordringen tot bijvoorbeeld de Hollandsche IJssel bij Krimpen aan den IJssel en de Lek bij Kinderdijk.

Vissen dood

De zoetwatervissen en -planten zijn daar niet op berekend en gaan dood. Agrariërs die hun land willen besproeien, denken dat ze zoet water oppompen, maar daar blijkt zout in te zitten. Dat zorgt voor nog meer schade aan hun verdorrende gewassen.

Rijkswaterstaat heeft maatregelen getroffen om het zoute water te stoppen. Zo zijn bij de zeesluizen in IJmuiden en bij het gemaal Zeeburg in Amsterdam bellenschermen geplaatst. Zout water is zwaarder dan zoet water. Door de luchtbellen gaat het zoute water omhoog. Daar is de stroming sterker en wordt het zoute water sneller afgevoerd richting zee.

Vrije doorgang

Een maatregel met meer impact is het verlenen van vrije doorgang van zoet water vanuit het achterland. Rijkswaterstaat heeft de stuw bij Hagestein 20 centimeter verder opengezet, waardoor er 30 kubieke meter water per seconde passeert in plaats van de gebruikelijke 8 kubieke meter per seconde. Bij de Irenesluis in Wijk bij Duurstede is een van de twee sluiskolken opengezet, de andere is nog beschikbaar voor scheepvaart. De twee sluizen bij Tiel gingen zondagavond alle twee open, Rijkswaterstaat verbood scheepvaart.

Dat laatste vonden binnenvaartschippers niet leuk. Brancheorganisatie Koninklijke BLN-Schuttevaer was volgens woordvoerder Marleen Buitendijk niet geïnformeerd over de stremming, terwijl dat wel de afspraak was met Rijkswaterstaat. „Dan hadden wij alternatieven kunnen overleggen.”

Woordvoerder Marah Michel van Rijkswaterstaat legt uit dat momenteel de zogeheten verdringingsreeks in werking is gezet. Dat gaat uit van het principe ”wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen”. Verzilting valt in de eerste en zwaarste categorie: veiligheid en voorkomen van onomkeerbare schade aan de natuur.

Scheepvaart valt in de laatste en vierde categorie en is daarmee ondergeschikt aan de andere categorieën. Michel: „Onze experts hebben vastgesteld dat het nodig is om allebei de sluizen in Tiel open te zetten om voldoende zoet water aan te voeren.”

Oplossing

Inmiddels is er een oplossing gevonden. Maandag bleek uit metingen dat de stroming bij de Prins Bernhardsluizen niet gevaarlijk is voor scheepvaart. Met enige beperkingen kunnen er nu wel schepen door de sluizen. Tekstkarren waarschuwen schippers voor de extra stroming. Buitendijk: „Dat is geen enkel probleem voor hen. In het buitenland hebben zij ervaring met veel sterkere stromingen.”