Cranberryteelt, veelbelovende akkerbouw in de natuur

3

De bodemdaling van het veenweidegebied in het Groene Hart van Holland en de noodzaak om de natuur beter te beschermen brachten Bart Crouwers op het idee dat de teelt van cranberry’s weleens een goed alternatief kon zijn voor veehouderij in de Krimpenerwaard.

Met compagnon Gerard Harleman runt Crouwers The Cranberry Company, een bedrijf dat cranberry’s teelt op 9 hectare poldergrond. De eerste bessen liggen over enkele weken in de winkels in de Krimpenerwaard, maar de echte oogst begint pas volgend jaar.

„Het is wel een rommeltje”, erkent Bart Crouwers genereus als hij over zijn akker in de buurt van Gouda loopt. Grassen, akkerdistels, kruipende boterbloem, pitrus, ontkiemende wilgen en berkenspruiten bepalen het beeld en ergens daartussen groeien 400.000 iele plantjes met kleine blaadjes, de cranberry’s die hij en zijn compagnon Gerard Harleman er in 2016 hebben geplant.

Op zijn knieën liggend harkt hij met zijn vingers door het groen om de cranberry’s tevoorschijn te halen. „Als je ze eenmaal kent, zie je ze beter.”

Uitlopers

Draderige uitlopers met kleine blaadjes schieten alle kanten op. Net als bij aardbeienplanten groeien daar wortels aan, waarna er nieuwe planten uit groeien. Sommige uitlopers zijn wel een meter lang en met elkaar vormen ze op de bodem een stevig netwerk. De planten zelf worden niet hoger dan 20 centimeter. Een deel draagt al vruchten, die als rode knikkers op de grond liggen. Ontdek je er één in het groen, dan blijken er soms wel acht of tien op een kluitje te liggen.

Enthousiast laat Crouwers de eerste emmers met bessen zien, die over enkele weken in winkels in Stolwijk en Schoonhoven worden verkocht. De vruchtjes zijn knapperig en smaken als zoetzure appels. „We hebben één strook met de hand geplukt omdat het zo leuk is. Dit jaar gaat het er nog om de planten in een goede conditie te krijgen. Volgend jaar gaan we pas echt oogsten, machinaal.”

Duurzaam

Dit deel van de Krimpenerwaard, polder Middelblok even ten zuiden van Gouda, was tot enkele jaren geleden boerenland. Die weilanden verdwijnen omdat de provincie Zuid-Holland het gebied de bestemming ”natuur” heeft gegeven.

Crouwers –van huis uit filosoof en in het verleden wethouder in de gemeente Vlist– bedacht dat natuurbeheer pas echt duurzaam is als het ook iets oplevert. „De teelt van cranberry’s kan heel goed in de natuur. Het is geen monocultuur en we gebruiken geen mest of bestrijdingsmiddelen.”

Bovendien houden cranberry’s van een zure bodem en van nattigheid. „Een zuurgraad van 4 tot 5,5 is ideaal. Veel andere planten verdragen dat niet en verdwijnen. Voor regenwormen is het net niet te zuur en die trekken weidevogels aan. De afgelopen jaren bleek dat de scholeksters, kieviten, tureluurs en ook de grutto de voorkeur gaven aan de afgeplagde vochtige akkers met cranberry’s boven het grasland hiernaast.”

Lange adem

The Cranberry Company kreeg de grond voor dertig jaar in erfpacht van de provincie. „Dit is een project van de lange adem, erfpacht geeft wat extra zekerheid.” Eerst werd de bodem afgeplagd om de voedselrijke bovenlaag met gras en al te verwijderen. Daarna zijn de 400.000 cranberrystekken geplant.

De akkers worden jaarlijks een keer of vijf gemaaid op een hoogte van 20 centimeter, zodat de messen van de maaimachine de cranberryplanten niet beschadigen. Net als het andere opschietende groen krijgt de pitrus daar een flinke tik van: de afgesneden stelen ogen verdord. Pitrus komt in nieuwe natuurgebieden altijd snel op en verdwijnt na enkele jaren weer omdat de grond steeds schraler wordt. Die wordt immers niet meer bemest. „Voor de teelt van cranberry’s maakt dat niet uit. Die kunnen nog wel honderd jaar voort hier”, lacht Crouwers tevreden.

In de afgelopen maanden zijn de wilgen- en berkenspruiten en akkerdistels zo veel mogelijk uitgetrokken. Hoewel het waterschap het grondwaterpeil op den duur wil verhogen, heeft de Cranberry Company zelf een systeem aangelegd om de akkers van oktober tot februari onder water te zetten en zo gras, muur, de kruipende boterbloem en andere woekeraars te bestrijden. Crouwers verwacht dat de cranberry’s veel van de ‘verstorende onkruiden’ op den duur vanzelf verdringen.

Het raaigras waar koeien en dus de boeren zo dol op zijn, is in de afgelopen winters al afgestorven. Een poging om schapen het gras te laten eten was geen succes want die bleken ook de cranberryplantjes niet te versmaden. „Misschien werkt het beter als de plantjes wat groter en taaier zijn”, lacht Crouwers vrolijk.

Nicheproduct

Aanvankelijk probeerde Crouwers boeren uit de omgeving te interesseren voor de teelt, maar die voelden er niet veel voor. „Je hebt er een lange adem voor nodig”, erkent hij. „Pas na een jaar of tien is de opbrengst optimaal, al gaat het daarna nog wel honderd jaar door.”

Dat niet elke boer het zich kan veroorloven om jarenlang zonder inkomsten te werken, begrijpt hij wel. „Maar je kunt ook klein beginnen.”

Omdat hij ervan overtuigd is dat de cranberry toekomst heeft, besloot hij uiteindelijk samen met dorpsgenoot en landbouwkundige Gerard Harleman zelf cranberry’s te gaan telen. „We zijn naar Letland geweest om te bekijken hoe zij het doen. De opbrengsten op het hoogveen daar liggen tussen de 20 en de 35 ton per hectare, afhankelijk van de manier waarop de boeren het aanpakken. Wij rekenen op 10 ton per hectare, en dan verdienen we meer dan een boer met melkvee.”

Markt

Dat er een markt bestaat voor cranberry’s is geen vraag. „Ik heb al drie inkopers van grote bedrijven aan de deur gehad die straks zaken willen doen.” Omdat het om een nicheproduct gaat, verwacht Crouwels geen grote fluctuaties in prijs, het aanbod is daarvoor te klein.

Bij de bank kregen de ondernemers, die zelf flink wat geld in hun bedrijf hebben gestoken, de handen niet op elkaar voor aanvullende financiering. Maar het Nationaal Groenfonds vond het net als de provincie –die het ondernemingsplan eerst liet doorrekenen– een mooi plan. Crouwels: „Het kan een goed voorbeeld worden van een commercieel aantrekkelijke natte teelt.”

Gezond

De cranberry wordt ook wel grote veenbes of moerasbes genoemd. De bes bevat veel vitamine C en daarnaast veel antioxidanten, die een ontstekingsremmende werking hebben.

Cranberrysap werd in het verleden in de scheepvaart gebruikt tegen scheurbuik. Tegenwoordig wordt het aanbevolen om blaasontsteking te voorkomen en tegen te gaan.

Vooral in de Verenigde Staten en Canada wordt de bes commercieel geteeld. Ook op de Waddeneilanden wordt hij verbouwd. Er zou halverwege de negentiende eeuw op Terschelling een vat met bessen zijn aangespoeld. Een jutter dacht een vat wijn te hebben buitgemaakt. Toen hij het opende en slechts bessen aantrof, liet hij die teleurgesteld achter in de duinen. De zaden ontkiemden en in de vochtige zure duinvallei ontwikkelden zich cranberry’s, die aanvankelijk in het wild werden geplukt. Pas na 1900 werden ze gekweekt.

Op Terschelling worden allerlei van cranberry’s gemaakte producten aan toeristen verkocht. Cranberrysaus valt in de smaak in combinatie met wildschotels.

>>thecranberrycompany.nl