Boswachter: Kans op wolvengezin reëel

Boswachter Mirte Kruit bij het berkje waar een drol werd gevonden.  beeld Theo Haerkens

Is er een wolvengezinnetje? Dat is de grote vraag nadat duidelijk werd dat een wolvin op de Noord-Veluwe gezelschap heeft gekregen van een mannetje. Het kan wel tot augustus duren voordat er zekerheid is over eventuele jongen, aldus boswachter Mirte Kruit.

De lentezon lokt dagjesmensen naar de bossen en zandverstuivingen in het noordwesten van de Veluwe. Een stel senioren op klapstoeltjes geniet van de omgeving. Twee dames hebben zich met bekers, bordjes en een tafelkleedje geïnstalleerd aan een picknicktafel. Joggers en fietsers passeren, net als een vrouw met een grote hond in een karretje achter de fiets.

Ondanks de aanwezigheid van mensen is dit de omgeving waar het meest besproken roofdier van Nederland zich ophoudt: de wolf, uiterst schuw en voorzichtig. Aanvankelijk ging het om een wolvin alleen, maar sinds Kerst zijn er aanwijzingen dat zich een mannetje bij haar heeft gevoegd.

Boswachter Mirte Kruit van Natuurmonumenten herinnert zich nog levendig hoe ze samen met haar man, –ook boswachter en goed in sporen– op 24 december pootafdrukken vond van een onbekende wolf. „Hij heeft een teen met een nagel die een beetje scheef staat. De afstand tussen de prenten was groter dan die van de wolvin, een duidelijk teken dat het om een mannetje ging.”

Op een open stuk van een zandverstuiving werden later in de sneeuw sporen gevonden van twee wolven. „Dat was hier ongeveer”, zegt Kruit, als haar aandacht wordt getrokken door bijna onzichtbare pootafdrukken, de afdruk van de achterpoten half in die van de voorpoten: „Nee, deze is toch van een hond.”

Geïntrigeerd

Aan de vondsten werd geen ruchtbaarheid gegeven. „Wij gaan voor wetenschappelijke zekerheid”, aldus de boswachter, die al sinds haar jeugd geïntrigeerd is door de wolf. Ze liep tijdens haar opleiding bos- en natuurbeheer stage in het Bialowiezabos in Polen, waar dit sociale roofdier intensief wordt bestudeerd, en voorspelde anderhalf jaar geleden al dat de wolf zich thuis zou voelen in het gevarieerde bosgebied tussen Ermelo, Nunspeet en Apeldoorn.

Het terrein van ruim 600 vierkante kilometer is afwisselend en onoverzichtelijk. „Ideaal voor de wolf.” Kruit manoeuvreert de vierwielaangedreven Fiat Panda soepel door het mulle zand van het pad, dat vlakke stukken stuifzand met struikheide, korstmos, zandzegge en pijpenstrootje verbindt met heuvelachtig bos. Hier aangeplante dennen afgewisseld met wat bosbessen, daar dichtbegroeid bos met beuken, eiken, lijsterbessen, grove dennen, fijnsparren en struiken.

De boswachter, die al zo’n zeven jaar in het gebied werkt, stopt bij een onooglijk berkje aan de rand van de zandverstuiving. „Hier heeft een vrijwilliger een keutel van de wolf gevonden”, wijst ze. „Die herken je onmiddellijk: 25 centimeter lang, vol haar en botsplinters, met in dit geval de hoefjes van een jong zwijn.” Naast de uitwerpselen verse krabsporen, zoals honden die ook maken als ze hebben gepoept. „Je kijkt toch even om je heen”, lacht ze vrolijk. „Houdt iemand me nu in de gaten?”

Omgelierde stammen

We rijden verder. Links en rechts liggen omgelierde naaldbomen, de vlakke kluiten verticaal. „Het omlieren kost meer moeite dan omzagen, maar het is goed voor de biodiversiteit. De kale plek op de bodem biedt planten en kleine dieren kansen en tussen de wortels nestelen zich weer allerlei organismen. Bovendien ziet het er natuurlijker uit dan een afgezaagde stam.”

Ook de wolf heeft baat bij stammen die zo blijven liggen. Hij kan zich er verschuilen terwijl hij wacht op passerende zwijnen, edelherten of reeën, die hier volop zitten. „Wolven hebben een geweldig uithoudingsvermogen, maar een sprint houden ze niet zo lang vol. Ze zijn slim en wachten in een hinderlaag of jagen herten naar een hek waarvan ze weten dat die er niet overheen kunnen”, vertelt Kruit. „Een volwassen zwijn echter is geen gemakkelijke prooi en kan zich goed verweren.”

Bloed

Eind januari van dit jaar werd de observatie van Kruit en haar man bevestigd door de vondst van wat druppeltjes oestrusbloed van de wolvin, bloed dat ook loopse honden verliezen. Daarbij werden urinesporen gevonden van de wolvin én van de mannelijke wolf, zo bleek uit DNA-onderzoek. Het bewijs werd eind april geleverd: een door een particulier gemaakte foto van de wolvin met achter haar het mannetje.

De vraag of de wolvin drachtig is, of al een jongen heeft, is nog niet beantwoord. „Als het klikt, vormen wolven een paar dat levenslang bij elkaar blijft”, vertelt Kruit. „Als er na een draagtijd van drie maanden jongen zijn, voorziet het mannetje de wolvin van voedsel. Zij blijft de eerste weken bij de drie tot acht blinde en hulpeloze jongen.” Hij jaagt dan alleen, vreet tot wel 10 kilo vlees in één keer, gaat terug naar het hol en braakt dat uit, zodat zijn partner ook te eten heeft. Pas na enige tijd laat de wolvin haar jongen achter bij het hol en gaat mee op jacht.

Zelf huilen

Wanneer de jongen een maand of drie zijn, leren ze ook jagen. Dát is het moment dat de buitenwereld merkt dat er daadwerkelijk jonge wolven zijn. „Als je goed luistert, kun je ze horen blaffen en piepen terwijl de ouders huilen. Dat is echt een ander geluid”, aldus Kruit, die in Polen contact maakte met wolven door zelf te huilen. Omdat jonge wolven vrijwel altijd in mei worden geboren, verwacht ze ergens in augustus zekerheid te krijgen over de vraag of er welpen zijn.

Het kerngebied, het deel van het territorium waar de wolven zich het meest ophouden, moet geheim blijven, een beschermingsmaatregel waar de natuurorganisatie zwaar aan tilt. De boswachter laat in het midden of ze weet waar het wolvenhol is. De terugkeer van de wolf in Nederland na anderhalve eeuw afwezigheid én het eerste geval van voortplanting na al die jaren mag op geen enkele manier worden verstoord.

Verstoppen

„Kijk, hier hebben wilde zwijnen alles omgewoeld.” We rijden door een laan met aan beide kanten dubbele rijen beuken die fungeren als brandgang tussen de dennenbomen erachter. De begroeiing is dicht en het bos donker. Een intelligent roofdier kan zich hier moeiteloos verstoppen.

Even nog stopt Kruit bij een voergang over de Leuvenumse Beek, die het gebied van water voorziet. „Dat doe ik altijd, het is zo mooi hier!” De 28 kilometer lange beek, die bij Uddel ontspringt, mondt uit in het Veluwemeer.

De boswachter kan moeilijk voorzien hoe de wolven zich zullen gedragen als er jongen zijn. „De kans dat iemand ze ziet is minimaal, maar ook wolven laten zich weleens verrassen.” Het is zaak de dieren dan met rust te laten. „Mensen zijn geen prooi voor wolven, je nichtje van vijf heeft meer te vrezen van de hond in de huiskamer dan van de wolf in het bos.”

Beschermd

De wolf was anderhalve eeuw afwezig in Nederland. Waarschijnlijk werd het laatste exemplaar in 1869 bij Schinveld in Zuid-Limburg gedood, al zijn er onbevestigde berichten van twee latere waarnemingen in Noord-Brabant. Sinds 1982 wordt de wolf in heel Europa beschermd.

Na onbevestigde berichten in 2011 werd in maart 2015 met zekerheid vastgesteld dat een wolf door Groningen en Drenthe zwierf. Twee jaar later werd op de A28 tussen Meppel en Hoogeveen een jong mannetje doodgereden. In oktober 2017 werd er op de Veluwe een wolf gesignaleerd.

Aan het eind van dat jaar trok wolvin Naya via Nederland naar België, waar ze zich vestigde en dit voorjaar met August voor nakomelingen zorgde.