Blikjes en tissues rapen langs de dijk

beeld Cees van der Wal
10

Blikjes, flesjes, peuken, koffiebekers, tissues en etensresten. Jaarlijks dumpen we met elkaar in Nederland 50 kiloton afval. Niet alleen in de binnenstad, maar ook in de landelijke gebieden. Veel ervan wordt opgeraapt. Zonder vrijwilligers zou de openbare ruimte verslonzen. „We vinden soms complete zakken of volle tassen.”

„Red Bull is echt kampioen”, lacht Bas Hensen (83) uit Piershil, als hij langs de Steegjesdijk met zijn grijper het zoveelste lege blikje van de leverancier van energiedrankjes uit het gras vist. Een opvallend stuk zwerfafval ligt iets verderop: een groot en enigszins vierkant blik. Gelukkig wel leeg. Visolie staat er op het etiket. „Je moet behoorlijk wat moeite doen om dit uit het raam van een auto of busje te gooien.”

Samen met zijn 84-jarige echtgenote Ingie zorgt hij ervoor dat de omgeving toonbaar blijft. Regelmatig trekken ze er gezamenlijk op uit om een stuk van de dijk van zwerfvuil te ontdoen. Aansluitend nemen ze een deel mee van de Sluisjesdijk, waar ze zelf wonen.

Na krap een halfuur is de eerste afvalzak helemaal vol. Vooral aan het einde van de week is het raak, weet het echtpaar. „Kennelijk wordt er van alles in de auto opgespaard en dan gedumpt. Soms vinden we tassen vol. Ook wielrenners gooien nogal eens wat weg. Dit is een favoriete route voor hen”, zegt Hensen.

Behalve blikjes komen de Hensens plastic en glazen flesjes, koffiebekers, tissues, lege sigarettenpakjes en etensresten tegen. „We hebben zelfs een keer auto-onderdelen opgeraapt. Die waren blijven liggen na een botsing. Alleen de allergrootste stukken waren meegenomen. Rondom het huis moesten we in het verleden nogal eens mondstukken van peuken opruimen. Afkomstig van voorbijgangers, want bij ons rookte toen al niemand meer.”

Het oudere echtpaar begon op eigen initiatief een jaar of vijf geleden de omgeving schoon te houden. „Dat was toen ik in de dorpsvereniging kwam”, vertelt de inwoner van Piershil. Daar kwam het probleem zwerfvuil ter sprake. „Wij ergerden ons er behoorlijk aan en zijn begonnen met opruimen. We gaan altijd samen op pad.”

Windmolens

Er staat een straffe westelijke bries op de Steegjesdijk in Piershil. Af en toe passeert een auto, soms met een aanzienlijk hogere snelheid dan de toegestane 60 kilometer per uur. Als twee vierwielers elkaar passeren, is het voor de voetgangers in de berm oppassen geblazen. In de spits kan het behoorlijk druk zijn, want de weg vormt een belangrijke route richting de A29.

Het uitzicht vanaf de dijk in het vlakke land van de Hoeksche Waard is prachtig. In het noorden zijn de contouren van de Rotterdamse Waalhaven zichtbaar, in het zuiden steekt bij helder weer de toren van Goedereede af tegen de lucht. De weidse blik wordt buiten het dorp echter ruw onderbroken door vijf windmolens in aanbouw. Met 196 meter de hoogste van Nederland.

De bewoners van Piershil en Goudswaard zijn niet blij met de horizonvervuiling. „Het wordt hier steeds mooier”, zegt een cynische Hensen. Hij maakt deel uit van het bestuur van de dorpsraad. „Toen we in de dorpsraad lucht kregen van de bouwplannen, was alles al in kannen en kruiken.”

Afvalkarretje

Via de dorpsvereniging kregen ze grijpers, afvalzakken, handschoenen en een geel veiligheidshesje. In het begin trokken ze er zeker twee keer per week op uit. „We houden twee tot tweeënhalf kilometer dijk afvalvrij. De laatste tijd gaan we iets minder vaak op pad. Of het aan onze aanpak ligt of niet, weten we niet. Feit is dat er niet zoveel rommel ligt als voorheen. Kennelijk maakt het toch enige indruk dat een paar oudere mensen aan het opruimen zijn geslagen.”

De gevulde zakken worden een enkele maal na een belletje met de reinigingsdienst opgehaald. Meestal brengt Hensen ze naar een centraal inleverpunt bij het gemeentehuis. „Hoe dat nu verder moet, weten we nog niet. De gemeente Korendijk waartoe Piershil behoorde, is net opgeheven. Straks kan ik geen zakken meer opslaan, want we gaan deze zomer naar een appartementencomplex.” Hij wijst door het keukenraam van de dijkwoning buiten de bebouwde kom. „Je kunt de bouw ervan hier volgen. Straks zijn we ons fantastische uitzicht wel kwijt. Jammer, maar het is niet anders.”

De activiteiten van het tweetal bleven niet onopgemerkt. De secretaresse van de regionale reinigingsdienst in de Hoeksche Waard RAD zag hen regelmatig scharrelen. Vervolgens zette de dienst het echtpaar afgelopen zomer in het zonnetje door hen een afvalkarretje aan te bieden. Daaraan kunnen twee volle zakken worden opgehangen. „We vonden het prachtig om te worden verrast. Dankzij een list van onze kinderen wisten we van tevoren van niets.” Ze gebruiken het karretje echter niet. Daar zijn de inwoners van Piershil te nuchter voor. „We voelen ons er echt mee lopen. Het staat in de schuur.”

Top vijf

De Hensens behoren tot de vele duizenden vrijwilligers die, samen met de reinigingsdiensten, de openbare ruimte in Nederland een fatsoenlijk aanzicht geven. Het legioen is onmisbaar, want de achteloos neergeworpen troep vormt, samen met de achtergelaten afvalzakken, een probleem van formaat.

Jaarlijks wordt er in Nederland 50 kiloton afval gedumpt. Op straat, op pleinen en in de natuur. Drie kilogram per persoon. Het opruimen ervan kost ieder jaar weer 250 miljoen euro.

Rondzwervend afval staat al vele jaren in de top vijf van de grootste ergernissen van Nederlanders. „Als je er mensen rechtstreeks op aanspreekt, lijkt het mee te vallen. Maar als het bij hen in de buurt komt, reageren ze heel anders. Net als bij hondenpoep en asociaal gedrag”, zegt Vincent Breedveld. Hij is projectleider bij NederlandSchoon. Deze stichting werkt samen met gemeenten, verpakkende bedrijven en maatschappelijke organisaties aan het bestrijden en voorkomen van zwerfafval.

In de discussies over de weggeworpen en achtergelaten blikjes, verpakkingen en etensresten wijst Breedveld ook op het zogenaamde ‘fijne’ zwerfafval. „Peuken en kauwgom zijn de meest onderschatte groep zwerfafval. Elk jaar worden bijvoorbeeld alleen al circa 8 miljard peuken weggegooid. Dat is nauwelijks afgenomen, ondanks het gedaalde aantal rokers. Maar binnen mag op de meeste plekken niet meer worden gerookt, vandaar. Met filters, plastic, nicotine en teerstoffen doen de peuken een belangrijke aanslag op het milieu.”

Snoeproutes

Voor een kwart miljard euro én dankzij de niet aflatende inzet van vrijwilligers wordt de omgeving aardig schoongehouden. Echt alles opruimen is volgens Breedveld een utopie. „Volgens een internationale standaard krijgen we een 7, maar je hebt natuurlijk het liefst een 10. Dat betekent dat alles in de afvalbak terecht komt. Dat was eerder de ambitie: in 2025 een afvalvrij Nederland.”

NederlandSchoon, dat in 1991 van start ging, probeerde jarenlang het tijd te keren door het probleem vooral in bewustwordingscampagnes uit te vergroten. Tien jaar geleden is het roer omgegooid. De veertig medewerkers van Nederland Schoon zetten nu in op gedragsbeïnvloeding.

Als voorbeeld noemt de projectleider het aanbrengen van borden langs zogenaamde snoeproutes van en naar scholen. „Daar zetten we op verschillende plekken afvalbakken neer. Tegelijkertijd geven we op meerdere plaatsen op borden aan waar de bakken staan en hoe ver men daar nog van verwijderd is.”

Schone bakken op de juiste plek plaatsen, heeft eveneens invloed. „Groen blijkt de juiste kleur te zijn, grijs op een grijs trottoir valt niet op.” De techniek kan een handje helpen. „Achter het Centraal Station van Amsterdam staan momenteel bakken met een zonnecollector, die zelf het afval persen. Er zijn verder proeven met sensoren, die aangeven of een bak vol is of niet. Handig voor de passant, maar ook voor de reinigingsdienst die de bakken leegt.”

Een andere maatregel is het betrekken van schoolklassen bij het opruimen. Winkeliers krijgen te horen dat zij wettelijk verplicht zijn om de omgeving van hun zaak schoon te houden. „Het wordt pas leuk als ze zien dat een schone omgeving ook een positief effect heeft op het koopgedrag.”

Stranden

NederlandSchoon staat aan de basis van tal van acties. „In winkelgebieden, op stranden en andere hotspots. Dat heeft effect. Aan zee bijvoorbeeld is de schoonscore de laatste jaren verdubbeld.”

Een belangrijke hulp vormen de buurtbewoners die zelf in beweging komen. NederlandSchoon probeert hen enthousiast te maken en stelt via gemeenten en afvaldiensten materialen als handschoenen, hesjes, grijpers en zakken beschikbaar. Het aantal ”supporters van schoon”, zoals de vrijwilligers worden genoemd, is in 5 jaar tijd opgelopen tot ongeveer 230.000. „Er komen er dagelijks bij.”

Boetes uitdelen voor het op straat gooien van afval kan soms nodig zijn, maar de praktijk heeft volgens Breedveld geleerd dat bestraffen niet altijd helpt. „De maatschappelijke ontwikkelingen zijn in ons voordeel. Verduurzaming en het milieu krijgen steeds meer aandacht en dat blijft niet zonder gevolg. Dat zien we bij onze landelijke opschoondag in maart. Daaraan nam de laatste keer een recordaantal van 133.000 mensen deel.”

Realisme

Het draait er volgens Breedveld vooral om de grote groep welwillenden aan te sporen tot bewust gedrag. „De enthousiaste opruimers hoef je niet aan te sporen. Maar er is ook een aantal mensen dat het niets kan schelen hoe de omgeving eruitziet. Dat is heel lastig. Onverschilligheid is onze grootste vijand.”

Voor 2019 heeft de stichting een keuzemenu voor gemeenten samengesteld. De besturen kunnen zelf aangeven welke acties zij het meest geschikt vinden voor hun omgeving. „Tien gemeenten, waaronder Oss en Groningen, gaan nu na welke aanpak het beste werkt. We zijn benieuwd wat dat oplevert. Het zou mooi zijn als we onszelf in de toekomst zouden kunnen opheffen, maar we moeten wel realistisch blijven. Er valt nog steeds een wereld te winnen.”

Zonder vrijwilligers zou het onbegonnen werk zijn. Anderen waarderen hun inzet, merkt afvalraper Bas Hensen uit Piershil. „Pas stopte er nog een auto. Fijn dat jullie dit doen, zei de bestuurder. Vorige week kreeg ik een appje, waarin de afzender zijn duim omhoogstak.”

Troeptrimmers

Bestrijders van zwerfvuil zijn sterk in het bedenken van namen die de Nederlandse woordenschat verrijken. Zo wordt er gesproken over troeptrimmers en ploggers als het gaat over hardlopers en trimmers die tijdens hun tochten in het buitengebied de nodige rommel oprapen.

In Rotterdam had voormalige wethouder Joost Eerdmans het enkele jaren geleden over het instellen van een „hufterboete”, bijvoorbeeld voor mensen die een zak met McDonald’s-resten op straat leeggooien. In 2016 lanceerde hij bij een grootschalige opruimactie, gecombineerd met een lik-op-stuk-beleid, de term ”zwerfvuiloffensief”.