Allemaal beestjes in huis

beeld iStock
5

Beestjes in huis: vooral in de herfst zijn ze opeens overal. Pissebedden en regenwormen op de tegels in de gang, zilvervisjes in de kast, een verdwaalde mug in de slaapkamer. En spinnen, in alle soorten en maten. Wat doe je eraan? Beter gezegd: moet je er wat aan doen?

Van sommige beestjes snap je wel dat ze zich naar binnen wagen. Neem motten. Die zoeken natuurlijk een goed plekje voor hun nageslacht. Die larfjes hebben dierlijke eiwitten nodig. Een wollen sjaal in een donkere kast, bijvoorbeeld. Ze zouden ook voor een dood dier dat ergens buiten ligt kunnen kiezen, las ik op een mottenwebsite. Wellicht zijn die in een dichtbevolkt land als het onze dunner gezaaid dan wollen kledingstukken in huis.

Maar wat die regenwormen binnen te zoeken hebben?

IJsberg

Een fris idee is het niet, al dat leven in huis. En dan te bedenken dat de zichtbare diertjes slechts het topje van een ijsberg zijn. Volgens Rob Dunn, een Amerikaanse hoogleraar toegepaste ecologie, zijn er in woonhuizen wel zo’n 200.000 verschillende soorten leven te vinden. Duidelijk herkenbare en hinderlijke, zoals de bromvlieg die eindeloos tegen het raam op blijft botsen. Maar ook minder in het oog springende, zoals de schimmel die op de kitrand in de badkamer groeit. Of de huisstofmijt. En verder talloos veel bacteriën.

Dat is geen reden tot paniek, meent Dunn, die samen met zijn collega’s op allerlei plaatsen in de wereld onderzoek deed naar wat er zoal in woningen huist. „De meeste vormen van leven in huis zijn ofwel goedaardig ofwel nuttig”, schrijft hij in ”Nooit alleen thuis” (Amsterdam, 2019), een voor een breed publiek bedoeld boek over zijn wetenschappelijke bevindingen. Alhoewel de uiteenzettingen voor een leek soms wel erg ver gaan – lees: ingewikkeld zijn. Verder moet je als lezer voor lief nemen dat Dunn zo ongeveer alles wat hij waarneemt duidt als (micro-)evolutie. Aardig is wel dat hij je als lezer met andere ogen naar het leven in het eigen huis laat kijken.

Neem bijvoorbeeld spinnen, in dit seizoen zowel binnen als buiten heel actief. Het kan zomaar gebeuren dat er, terwijl je aan tafel zit, opeens een aan een onzichtbaar draadje vanaf het plafond naar beneden komt roetsjen. Hinderlijk: misschien. Maar eigenlijk zijn spinnen heel nuttige huisdieren. Wie last heeft van vliegen of muggen in huis zou eens kunnen proberen hun kunstige webben ongemoeid te laten. Tenminste: zolang ze niet in een looppad hangen. Grote kans dat die insecten er op een gegeven moment tijdens hun vlucht in verstrikt raken. En verzwolgen worden.

In Zuid-Afrika is geëxperimenteerd met het doelbewust ophangen van spinnennesten in onder andere woonhuizen en ziekenhuizen om zo het aantal vliegen onder controle te houden. Met succes. Daarvoor werden kolonies zogenaamde sociale spinnen gebruikt. Zoiets heeft wel wat meer om het lijf dan een spinnenweb aan het plafond. Zo’n kolonie kan wel zo groot zijn als een voetbal. Volgens Dunn kun je zo’n kolonie gewoon van het ene huis naar het andere brengen. Vliegen vangen met spinnen is trouwens niet nieuw. Zoeloes doen dat al heel lang. In hun huizen hadden ze speciale latten bevestigd om spinnennesten op te hangen.

Een invasie van keldermotten: daar weten spinnen trouwens ook wel raad mee.

Diarree

Alhoewel er mensen zijn die griezelen van spinnen kunnen de soorten die in woonhuizen voorkomen volgens Dunn doorgaans geen kwaad. Huisvliegen zijn een voorbeeld van een minder onschuldige diersoort. Ze zitten vol bacteriën die onder andere diarree kunnen veroorzaken. Alle reden om deze insecten zo veel mogelijk uit huis te weren.

Gebruik daarvoor bij voorkeur geen chemische middelen, is Dunns advies. Die hebben in eerste instantie snel resultaat, maar er kleven ook allerlei nadelen aan. Bijvoorbeeld dat de te bestrijden soort er binnen de kortste keren resistent voor wordt. Dat geldt bijvoorbeeld voor vliegen, maar ook voor kakkerlakken en bedwantsen, eveneens diersoorten die je liever niet in huis hebt.

Dunn pleit voor een omslag in het denken. Huizen zo steriel mogelijk maken, daar moeten we vanaf. „Het gebruik van pesticiden en antibacteriële schoonmaakmiddelen, in combinatie met verregaande stappen om ons huis hermetisch af te sluiten van de rest van de wereld, leidt doorgaans tot het afsterven en uitsluiten van de nuttige soorten die eveneens gevoelig zijn voor zulke aanvallen.” Met als gevolg dat de resistente soorten het rijk alleen hebben. We zouden volgens hem het omgekeerde moeten proberen te bereiken: „huizen vol met (in plaats van ontdaan van) de vijanden van onze plagen.” Hij vertelt bijvoorbeeld over een specifieke wespensoort die zich voedt met kakkerlakken. Hoe je die wetenschap in en om eigen huis praktisch zou moeten toepassen, dat is dan vers twee. Want waar zou je zo’n parasitaire niet-stekende wesp vandaan moeten halen?

Douchekop

Wat Dunn doet om de hoeveelheid leven in zijn huis binnen de perken te houden? Hij zet zijn ramen vaker open dan voorheen en probeert zijn centrale verwarming zo lang mogelijk uit te laten. Ventilatie en een lage binnentemperatuur: dat vinden diertjes als zilvervisjes en kakkerlakken niet prettig. En hij vertelt dat hij bij voorkeur met de hand afwast. „Om te voorkomen dat de schimmels die in vaatwasmachines wonen zich door het hele huis verspreiden.” Hij heeft ook twijfels over zijn douchekop. Volgens onderzoek leven er in zo’n ding al snel honderden bacteriën, sommige zouden schadelijk kunnen zijn, andere zijn misschien juist wel goed voor ons. Het laatste woord daarover is nog niet gezegd, maar Dunn weet inmiddels wel dat plastic douchekoppen doorgaans minder bacteriën bevatten dan metalen. „Ik heb mijn douchekop niet vervangen, maar kijk wel altijd een beetje bedenkelijk naar het water dat eruitkomt.”

Voedsel

Wat bij alle diertjes die je liever niet in huis hebt helpt is om te bedenken wat ze er zoeken (voedsel) en om dat voedsel vervolgens zo onbereikbaar mogelijk te maken. Rijp fruit op een schaal, restjes voedsel op het aanrecht: dat vinden vliegen fantastisch. Aangebroken kartonnen pakken bloem en rijst in de voorraadkast? Dat is een soort uitnodiging aan zilvervisjes om eens langs te komen.

Blijft de vraag wat die pissebedden in de gang en zelfs in de woonkamer denken te vinden. Ze voeden zich met rottend afval en hout, las ik op een pissebeddenwebsite. Misschien is het tijd om eens onder de vloer te kijken.

Tips en trucs

Van sommige diertjes in huis kun je ziek worden. Andere vreten overal gaten in, kruipen in je voedsel of worden door hun snelle voortplanting al snel een plaag. Hoe kom je ervan af als je niet met chemische middelen in de weer wilt?

Als er een mier je huis binnentrekt, volgt er al snel een leger. Hoe raak je ze weer kwijt? Bijvoorbeeld door op de plek waar ze naarbinnen komen met krijt een streep te trekken dwars op hun looproute. Het idee is dat ze zich zo niet meer kunnen oriënteren. Of probeer hetzelfde eens met diatomeeënaarde.

Zilvervisjes en papiervisjes lijken uiterlijk erg op elkaar. De eerste vind je bijvoorbeeld in keukenkastjes, de tweede achter het behang of in boekenkasten, waar ze schade kunnen veroorzaken door aan papier te knagen. Je maakt ze het leven zuur door flink te ventileren, adviseert Milieu Centraal. Papiervisjes houden niet van kou. Kamers die niet gebruikt worden maar waar mogelijk wel boeken staan kun je om die reden het best niet verwarmen. Of stop de boeken in afsluitbare plastic kratten.

Schimmel in huis kan schadelijk zijn voor de gezondheid, vooral voor de luchtwegen. Als er grote zwarte of bruine plakkaten op een muur of plafond verschijnen, is dat een indicatie dat het in die ruimte erg vochtig is. Beter ventileren is het devies. De plekken kun je verwijderen met een schimmelbestrijder op basis van chloorbleek of zuurstofbleek. Zo’n middel doodt de schimmel en ontkleurt de vlek. Maar als er niets aan de oorzaak (een te hoge luchtvochtigheid) wordt gedaan, komt zo’n schimmelplek meestal snel weer terug.

Voorkomen is beter dan genezen: voorzie ramen van horren om te voorkomen dat ongewenste insecten als vliegen of muggen naar binnen komen. Maak kieren zo veel mogelijk dicht. Een muis heeft maar een piepklein spleetje nodig om naar binnen te komen.

Lekker naar binnen

De dalende buitentemperatuur is voor veel dieren een reden om te proberen in de herfst of de winter huizen binnen te komen. Dat geldt bijvoorbeeld voor vrouwtjesspinnen. Omdat zij naar binnen trekken, komen de mannetjes erachteraan. Ook vlooien vinden het op een gegeven moment buiten te koud. Bedwantsen worden vaak meegenomen van vakantie en steken daarom vaak na de zomer binnenshuis opeens de kop op.

Ook kakkerlakken en knaagdieren proberen als de nachten kouder worden binnen een warm plekje te vinden. Denk bijvoorbeeld aan muizen en ratten.