Partner positief, patiënt minder moe

Müller. beeld UMCG

Als partners van kankerpatiënten zich positief en stimulerend opstellen, is dat behulpzaam om de vermoeidheidsklachten van de patiënt na de behandeling te verminderen.

Die conclusie trekt Fabiola Müller uit haar promotieonderzoek. En daarmee wil ze er „vooral een positieve aanbeveling” aan ontlenen. Ondertussen komt die wel voort uit een praktijk die weerbarstiger is: partners zijn niet altijd geduldig en reageren niet altijd zoals ze dat zouden moeten doen. Ze zijn soms overbezorgd, of piekeren over de vermoeidheid van de patiënt.

En dát blijkt eraan bij te dragen dat kankerpatiënten na hun behandeling soms heel lang moe blijven. De ziekte en de behandeling zijn daar in mindere mate debet aan, concludeert Müller uit haar onderzoek. Ze liet 101 patiënten en hun partners twee weken lang elke dag een vragenlijst invullen.

Bij veel patiënten verdwijnt de vermoeidheid na afronding van hun behandeling vrij snel, beklemtoont de communicatiewetenschapper/gezondheidspsychologe van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Degenen die echter lang –soms jarenlang– moe blijven, werden de doelgroep van het onderzoek waarop ze dinsdag aan de Rijksuniversiteit in haar studiestad promoveert.

Stimuleren

Het viel Müller op dat de patiënten en hun partners graag aan het onderzoek meewerkten. „Daardoor hebben we zo’n hoog aantal respondenten.”

Ze ondervroeg darmkankerpatiënten, omdat die ziekte bij zowel mannen als vrouwen veel voorkomt. „Ik verwacht dat mijn conclusie ook voor andere typen kanker geldt.”

Die conclusie is dat een afkeurende of afremmende reactie van de partner de vermoeidheidsklachten van een kankerpatiënt verergert. „Negatieve gedachten van de partner leidden tot meer negatieve gesprekken over vermoeidheid, die vervolgens leiden tot een toename van de vermoeidheidsklachten van de patiënt. Ook de manier waarop partners reageren op het gedrag van de patiënten blijkt van invloed te zijn.”

Partnerbegeleiding

Met de beste bedoelingen kan een partner de patiënt aanraden meer rust te nemen, maar daardoor nemen de vermoeidheidsklachten alleen maar toe, zegt de onderzoekster uit Assen. Als de partner zich overbezorgd opstelt, werkt dat averechts. Een positieve houding richting de patiënt en het stimuleren van activiteiten blijken veel beter te werken, concludeert de promovenda.

Daarom zou er bij de afronding van een kankerbehandeling meer aandacht voor psychologische en sociale processen moeten zijn, stelt de onderzoekster uit het Groningse ziekenhuis. En als een patiënt moe blijft en daarvoor wordt behandeld, moet de partner meer bij de aanpak van de klachten betrokken worden, stelt Müller.

Volgens haar is het van belang daarbij ook aandacht te besteden aan de kwaliteit van de relatie van het paar. Ze moeten in het dagelijks leven samen met de vermoeidheidsklachten omgaan. Dan moeten ze ook samen bij de behandeling ervan betrokken zijn. Dat kan paren ertoe aanzetten op een positieve manier te denken en te praten. Dat komt de patiënt ten goede en ook de onderlinge relatie.