Naar de super met Carla Dik-Faber

beeld Roel Dijkstra
10

Gezond eten dat tegelijk goed is voor het milieu. Vast een prijzige boel, denken veel mensen. „Nee hoor”, zegt Carla Dik-Faber, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie. „Ga maar eens met mij mee boodschappen doen.”

Daar staan we dan, op een zomerse vrijdag in een frisse Jumbo-supermarkt in Alphen aan den Rijn. Mag ik de naam van de winkel noemen? vraag ik aan Carla Dik-Faber. Van mij wel, zegt ze. Er is een reden dat we juist hier staan. „Deze winkel doet mee aan een initiatief van lokale ondernemers tegen voedselverspilling. Daar ben ik erg enthousiast over.”

Dik-Faber vindt het belangrijk dat we met z’n allen gezonder en verantwoorder gaan eten. „Nederlanders hebben hiervoor gelukkig ook steeds meer interesse. Ik hoor bijvoorbeeld van restauranthouders dat mensen niet meer zomaar iets bestellen. Waar komt de vis vandaan, willen ze weten. Die vraag werd tien jaar geleden niet gesteld. De belangstelling voor goede voeding neemt toe en dat biedt veel kansen.”

Zelf eet ze alles vers. „Groenten en fruit zijn mijn favorieten.” Ze wijst naar een grote pallet met Nederlandse kersen. „Heel goed, want die groeien hier nu volop en zijn dus niet duur.” Logisch toch dat ze dan nu te koop zijn? „Nou, ik was pas in een winkel in mijn woonplaats Veenendaal en daar stonden Griekse kersen. Sorry hoor, maar daar snap ik echt helemaal niets van.”

Haar ogen dwalen naar het schap met de verse groenten. „Potjes en blikjes zijn aan mij niet besteed. Vers is veel gezonder en echt veel lekkerder. Ja, ik weet dat het als het om vitaminen gaat niet veel uitmaakt. Maar toch. In een conservenfabriek had ik ooit een flinke discussie met de man die me rondleidde. Hij vroeg of ik wist hoe bieten écht smaken, verse dus. Veel mensen weten dat niet, omdat ze die nooit geproefd hebben. Bieten smaken naar grond.” Niet lekker, maar bieten in een potje zijn het andere uiterste, vindt ze. „Daar zit veel te veel suiker in. Terwijl je de verse variant goed op smaak kunt brengen met laurier, een beetje azijn en ja, ook suiker, maar dan heel weinig.”

Appels of peren

Zelf probeert ze met de seizoenen mee te eten. Dan koop je producten uit Nederland of Europa die goed betaalbaar zijn, legt ze uit. Want: er komt nauwelijks tot geen vervuilend en duur vervoer bij kijken én er is volop aanbod. Ze blijft even staan. „Deze snijbonen komen uit Spanje, zie ik op het etiket.” In principe niets mis mee zou je denken, maar toch aarzelt ze. „Ze groeien nu ook in Nederland.” Websites zoals die van het Voedingscentrum en Milieu Centraal laten zien welke Nederlandse groente en wat voor fruit er in welke maand goed verkrijgbaar zijn.

Niet alle groenten en fruit zijn trouwens in de buurt te krijgen. „Nederland is geen land voor citrusvruchten, zoals sinaasappels en grapefruits. Als je verantwoord fruit wilt eten, kun je het beste appels of peren kiezen, die groeien hier gewoon aan de bomen. En nu zijn er ook volop aardbeien uit eigen land.”

Het helpt verder om op keurmerken te letten, vervolgt de politica. De producten die ze hebben, voldoen aan eisen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en mens en werk. En nee, zegt Dik-Faber, ze zijn niet per se duurder.

In de vleesvitrine liggen producten van veehouder Henk Broeders uit het Brabantse Berkel-Enschot. Prijsverschil met het ‘gewone’ vlees dat ernaast ligt, zien we niet.

Op elke verpakking staat een fotootje van de man zelf. „Dit vind ik zo goed. Er zijn tegenwoordig heel veel schakels tussen de productie en verkoop, waardoor voedsel iets anoniems wordt. Daardoor ben je als klant niet betrokken bij het ontstaan ervan en verlies je gemakkelijk de waarde uit het oog. Hier zie je dus dat vlees uit de buurt kan komen. En wat ik opvallend vind, is dat deze boer een goede prijs krijgt en toch concurrerend kan zijn. Anders liggen zijn producten immers niet in de supermarkt.”

Hartige taart

Uit onderzoek blijkt dat Nederlanders 13 procent van hun inkomen aan voeding uitgeven. Ter vergelijking: in de jaren vijftig van de vorige eeuw was dat nog 30 procent. Die verschuiving is best vreemd en feitelijk ook heel scheef, zegt Dik-Faber: we zijn het normaal gaan vinden om weinig geld uit te geven aan voeding, maar juist veel meer aan gezondheidszorg, vaak een gevolg van onze ongezonde levensstijl. Toch hoeft gezond niet duur te zijn, betoogt Dik-Faber: „Omgerekend geven we per persoon 6,50 euro per dag uit aan ons eten. Als je eet volgens de schijf van vijf kost dat 6 euro per dag.”

De afgelopen decennia zijn we steeds meer vlees gaan eten, een direct gevolg van de toegenomen welvaart. „In de jaren vijftig was de verhouding tussen dierlijke en plantaardige eiwitten in ons eten fiftyfifty. Nu is die 70/30. Maar te veel vlees eten, belast het milieu.”

Vlees is ook gezond én lekker, zullen sommigen tegenwerpen. „Ik kan het goed begrijpen als mensen het niet willen schrappen. Maar eet je het elke dag, of kies je ook af en toe voor iets anders? En neem je altijd 150 gram per persoon, of misschien soms wat minder? Vaker kiezen voor vis of vegetarisch is beter voor het milieu en voor je gezondheid.”

We lopen langs het schap met vleesvervangers. Prima alternatief, zegt Dik-Faber; ze eet ze zelf ook weleens, hoewel ze wel veel zout bevatten. Bij haar thuis –ze heeft een man en een dochter– staat er één, maximaal twee keer per week vlees op tafel. „We eten vooral veel noten, peulvruchten en kaas. Een favoriet gerecht is hartige taart. Prei-, wortel- en broccolitaarten, ik bak van alles een taart. En dan doe ik er noten in, voor de eiwitten. Als je hieraan niet genoeg hebt, doe je er een salade bij, of gebakken aardappeltjes. Zo’n taart is in een kwartiertje gemaakt. De oven doet de rest.”

Bij Dik-Faber thuis is het ook geregeld kliekjesdag. „Goed tegen de voedselverspilling.”

Boeren

Het Kamerlid is blij dat de gemiddelde Nederlander steeds meer nadenkt over voedselkeuzes. Geldt dat ook voor christenen? Ze denkt even na. „Vergeleken met een aantal jaren geleden is er zeker iets veranderd. Eerder werd verantwoord consumeren nog vaak weggezet als linkse hobby, als iets alternatiefs. Dat is nu anders, voor veel mensen is het belangrijk om goed met de aarde om te gaan. Ik vind dat juist christenen zich moeten afvragen wat God van hen wil in de dagelijkse zorg voor de schepping. Het is een Bijbelse opdracht om de aarde niet uit te putten, zodat we die kunnen doorgeven aan volgende generaties.”

Het zuivelschap herinnert het Kamerlid aan een bezoek dat ze pas aan melkveehouders bracht. „Ik ben enorm trots op deze beroepsgroep. En ik ben ervan overtuigd dat als een koe zou kunnen kiezen waar in Europa hij zou willen staan, hij zou kiezen voor een Nederlandse stal.” Des te treuriger vindt ze het dat boeren, „nota bene de leveranciers van gezonde voeding”, het moeilijk hebben. „Burgers hebben steeds meer oog voor milieu en dierenwelzijn, maar in de supermarkt zijn zij consument en kiezen ze toch vaak voor de laagste prijs. Winkels strijden om de gunst van de klant, maar het verlagen van de prijzen komt uiteindelijk terecht op het bordje van de boeren.”

Koekjes, soepjes en sauzen

Op naar de ‘houdbare’ hoek van de winkel. „Wat me opvalt bij koekjes, soepen en sauzen is dat de etiketten zo onduidelijk zijn. Veel termen zijn vaag, bijvoorbeeld als het om suiker gaat. Fabrikanten verdoezelen zo hoeveel suiker er écht in hun producten zit.” ‘Sluipsuikers’ noemt het Kamerlid die. „Bij koekjes weet je dat er suiker in zit, maar bij sauzen verwacht je dat niet.”

Richting de kassa’s komen we langs een koeling met verse maaltijden zonder suiker, tarwe en melk. Drie euro. Carla Dik-Faber is in elk geval blij met het initiatief. En ze is blij met wat ze verderop bij het broodschap hoort: het vullen van de broodschappen gaat de hele dag door, maar met beleid. „Niet het complete assortiment is tot negen uur ’s avonds verkrijgbaar.” Dat helpt tegen voedselverspilling.

Buiten, in de warme zon, vat ze het ochtendje boodschappen doen nog even samen. „Voor mij is de kern dat we voedsel van dichtbij en van het seizoen weer meer gaan waarderen, dat de boer een eerlijke beloning krijgt en dat we voedsel zien als een geschenk van God. We bidden dagelijks: Geef ons heden ons dagelijks brood, maar hoe dankbaar zijn we echt?”

Duurzaam is ook voordelig

En dan nu de proef op de som. Klopt het wat Carla Dik-Faber zegt, dat gezond en verantwoord eten niet duur hoeft te zijn? Ik ga nog een keer boodschappen doen, nu bij een andere Jumbo-supermarkt, en koop twee keer ongeveer hetzelfde. De ene mand is gevuld met boodschappen die vallen in de categorie goedkoop en makkelijk. De andere bevat producten die gezond en/of verantwoord zijn. Ofwel: gemaakt met respect voor de natuur en voor het welzijn van mens en dier.

Op het eerste gezicht

Eerst maar eens de totaalprijzen. Op het eerste gezicht lijkt de verantwoorde mand iets duurder dan de makkelijke mand. Maar van de verantwoorde 9,52 euro moet de Jumbo-karnemelk van 59 eurocent afgetrokken worden. Op deze bon staan namelijk twee pakken karnemelk, tegenover één pak op het ‘makkelijke’ lijstje. Feitelijk betaalde ik dus 8,93 euro voor de verantwoorde boodschappen en 9,27 euro voor de makkelijke etenswaren.

Fruit

De aardbeien komen uit Nederland en kosten per 400 gram 2,79 euro. De kersen in deze Jumbo zijn Spaans en bedragen per 500 gram 3,19 euro. Omgerekend naar 400 gram zijn ze 14 eurocent goedkoper dan de aardbeien, maar ze hebben wel een flink eind moeten reizen, terwijl ze in Nederland volop te plukken zijn.

Wat fruit betreft heeft Dik- Faber een punt: Nederlandse jonagoldappels en conferencehandperen kosten respectievelijk 42 en 48 eurocent per stuk. Voor de braeburn uit Nieuw-Zeeland en de pink lady uit Australië betaal ik 60 en 72 eurocent.

Groente

Dan de groenten: 400 gram verse snijbonen uit Spanje kosten 1,98 euro. Voor een geconserveerde portie van het huismerk (een potje met een uitlekgewicht van 200 gram) betaal je 1 euro. Dus feitelijk zijn ze even duur.

Bij de verse groente liggen vacuümverpakkingen biologische, gekookte bieten van 500 gram. Ze bevatten volgens het etiket geen toevoegingen en zijn geproduceerd in Europa. Prijs: 0,99 euro. Een potje bieten van Hak (355 gram, inclusief zo’n 20 gram suiker) kost 1,05 euro.

Vlees

Twee biologische runderhamburgers (samen 180 gram) kosten bij Jumbo 1,67 euro. Voor twee ‘gewone’, ook van rundvlees en samen 205 gram, betaal ik 2,09 euro. De biologische burgers hebben een Beter Leven-keurmerk van drie sterren, bij de gewone ontbreekt dit.

Zuivel

Tot slot de karnemelk. Ik heb drie verschillende pakken ingeslagen, om te laten zien dat de prijzen nagenoeg gelijk zijn. Maar al bestaat zowel de karnemelk van Campina als die van Jumbo uit weidemelk (melk van koeien die minimaal 120 dagen per jaar minimaal 6 uur per dag buiten lopen), het derde pak is biologisch en heeft een Beter Levenkeurmerk van drie sterren. Toch is deze bio met 0,60 euro goedkoper dan Campina (0,62 euro). Jumbo is het goedkoopst: 59 eurocent.

Conclusie

Mijn conclusie: het is mogelijk om goedkoper uit te zijn met verantwoorde producten, vergeleken met gemakkelijke en snelle voedingswaren. Je moet er wel tijd voor uittrekken en het leuk vinden om op onderzoek uit te gaan, want over het algemeen is duurzaam nog wel (net) wat duurder. Als je de richtlijn van Carla Dik-Faber als uitgangspunt neemt –kies voor vers en van dichtbij– ben je al een eind op weg.