Struikelsteen voor Etty Hillesum

De struikelsteen van Etty Hillesum in de handen van Lotte Bergen, directeur van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum. beeld Claudia Willmitzer

De Joodse schrijfster Etty Hillesum, bekend van haar dagboeken, kreeg 77 jaar nadat ze vergast werd in Auschwitz eindelijk haar struikelsteen. Het Amsterdamse huis waar ze haar dagboek schreef, zou gesloopt worden, „maar Godlof blijft het behouden.”

Het huis van Etty Hillesum, aan de Gabriël Metsustraat 6, ligt op een prachtige plek. Haar bureau op de tweede verdieping, met uitzicht op de torentjes van het Rijksmuseum, noemt ze in haar dagboek „de beste plek op deze aarde.” Hillesum keek uit over het IJsclubterrein, tegenwoordig beter bekend als het Museumplein.

Rond dat huis verzamelen vrijdagmiddag ongeveer honderd mensen zich rond rabbijn Menno ten Brink van de Liberaal Joodse Gemeente te Amsterdam. In de stoep legt de rabbijn een zogenaamde ”Stolperstein”, beter bekend als struikelsteen. In 1996 begon de Duitse beeldend kunstenaar Gunter Demnig dit kunstproject om met deze messing stenen de herinnering aan slachtoffers van de naziterreur levend te houden. Struikelstenen worden geplaatst voor de laatste woning van de slachtoffers. Door heel Europa liggen er inmiddels tienduizenden.

Rabbijn Ten Brink bidt of de ziel van Hillesum opgenomen mag zijn „in de bundel van het eeuwige leven.” Van de honderd aanwezigen legt een aanzienlijk deel het moment vast met de smartphone.

Haat bestrijden

Voor Lotte Bergen, directeur van het Middelburgse Etty Hillesum Onderzoekscentrum, is het een „gedenkwaardige” dag. „Deze steen is een bevestiging: de herinnering aan Etty Hillesum is blijvend. De woorden die ze schreef, zijn nog altijd actueel. Zo benadrukt ze hoe belangrijk het is de haat in jezelf te bestrijden.”

De eerste Nederlandse struikelsteen werd in 2007 gelegd. Waarom Hillesum –die na Anne Frank het belangrijkste Nederlandstalige oorlogsdagboek schreef– nog geen steen had, vindt Bergen lastig te zeggen. „Misschien omdat haar werk lange tijd vooral wetenschappelijk op waarde werd geschat. Het bredere publiek had pas relatief recent aandacht voor haar werk en haar huis.” Dat de steen er nu toch is gekomen, is te danken aan de inzet van historicus Rudolf Dekker en de Stichting Joodse Huizen.

Overigens had het niet veel gescheeld of het huis van Hillesum was, samen met de huisnummers 2 en 4, gesloopt. Een vastgoedinvesteerder wilde er bouwen. De grond nabij het Museumplein is veel waard; voor de investeerder blijkbaar meer dan een tastbare herinnering aan een belangrijke stem uit de oorlog.

Het verzet tegen dat voornemen werd echter steeds groter. Medio juni werden de huizen, na een spoedprocedure, tot gemeentelijke monumenten verklaard en nu zijn ze ‘veilig’. „Godlof blijft het behouden”, verzucht een aanwezige.

Understatement

Buurtbewoonster Annemieke Bieringa was een van de leiders in dit verzet. „Ik voel me nederig en dankbaar”, zegt ze geëmotioneerd, terwijl ze met een armgebaar wijst op alle aanwezigen. „Ik ken Etty nu een beetje door haar boeken, maar dat Amsterdam haar werk nog niet goed genoeg kent, is een understatement. Haar huis blijft staan. Ik hoop dat we haar geschreven nalatenschap nog lang zullen eren.”

Want taal doet ertoe, zegt de Amsterdamse locoburgemeester Simone Kukenheim, zelf van Joodse komaf, met ambtsketen om tijdens haar toespraak: „De woorden van Etty behoren tot de meeste indrukwekkende in de Nederlandse taal over de Tweede Wereldoorlog. Geschiedenis kunnen we niet veranderen, maar we kunnen er wel over lezen. En over struikelen.”

Wie was Etty Hillesum?

Op 8 maart 1941 begon de Joodse Etty Hillesum (1914, Middelburg - 1943, Auschwitz) met het schrijven in haar dagboek vanuit haar kamer aan de Gabriël Metsustraat 6 te Amsterdam. In een periode van dictatuur en onderdrukking schreef zij persoonlijke stukken, over haar relaties, maar ook over de oorlog, vervolging, God, het lijden in de wereld, het lot en haar grote wens om kroniekschrijfster van haar tijd te worden. Het dagboek van Hillesum werd zo een zeer belangrijk tijdsdocument. Hillesum weigerde tijdens de oorlog onder te duiken, omdat ze „het lot van haar volk wilde delen.”

In doorgangskamp Westerbork zette ze zich in om kinderen uit het kamp te bevrijden. Voor haar definitieve vertrek naar Westerbork gaf zij haar dagboeken aan haar vriendin Maria Tuinzing met de opdracht om voor publicatie te zorgen, als Hillesum niet zou terugkeren. Uiteindelijk verscheen in 1981 een eerste tekstselectie onder de titel ”Het verstoorde leven”. Hiermee ging Hillesums wens in vervulling om na de oorlog „een klein woordje mee te spreken” en iets te betekenen voor volgende generaties.