Staatsman eindigt zijn leven op het schavot

Onthoofding op het Binnenhof. beeld Haags Historisch Museum
12

Drie stokken liggen er in een vitrine in het Haags Historisch Museum. Elk van hen kan het „stokske” geweest zijn waarmee Johan van Oldenbarnevelt bijna vier eeuwen geleden het schavot beklom. De religieuze en politieke twisten kostten de 71-jarige landsadvocaat het leven.

Aan de wand hangt ”D’Arminiaensche dreckwaghen”, een ets uit 1618. Op de bok Johannes Uytenbogaert, leider van de remonstranten. Hij houdt de teugels stevig vast, terwijl hij in gesprek is met een jezuïet over de weg die hij moet volgen. Op de mestkar prijken de remonstranten Jacobus Arminius, Petrus Bartius, Jacobus Taurinus en Adolphus Venator, de wederdoper David Joris en de humanist Dirk Volkertsz. Coornhert. Het ene paard wil de weg naar Rome inslaan, terwijl het andere liever de man achterna gaat met „’t Barnende licht.” Die laatste, dat was Oldenbarnevelt.

De spotprent kwam uit de hoek van de contraremonstranten. Hun tegenpartijders konden er ook wat van. Beide partijen maakten elkaar zwart; het nepnieuws was niet van de lucht. Oldenbarnevelt werd weggezet als landverrader. Die beschuldiging kostte hem het leven. Op de prent waarop hij zijn vonnis krijgt aangezegd, zijn grote schrikogen te zien.

Door de museumzaal klinken brieffragmenten waarin de raadpensionaris bezweert dat er geen enkele wettelijke aanleiding tot zijn arrestatie was. De maandenlange gevangenschap greep hem aan; „ik ben oud en op en kan niet meer.” De Weeskamer, waar hij achter geblindeerde ramen opgesloten zat, noemde hij zijn „Camer der Drouffheyt.” Hugo de Groot en Rombout Hogerbeets, die op dezelfde dag gearresteerd waren, verbleven in naastgelegen kamers, in afwachting van hun proces.

Naar hogerop

”Man, macht en moord” is de ondertitel van de expositie –tot 14 april– over de omgebrachte regeringsleider. Met ”moord” is de executie dan gelijk geclassificeerd. Een stellage toont de controverse die met Van Oldenbarnevelts terechtstelling werd bezegeld: zijn portret hangt er tegenover dat van prins Maurits.

Een filmpje brengt de woning in beeld waar Van Oldenbarnevelt opgroeide: Huis Bollenburgh aan de Muurhuizen (nu op nummer 19) in Amersfoort. Een prent in de expositie toont Kasteel Gunterstein in Breukelen, door Van Oldenbarnevelt aangekocht in 1611. Het laat zien hoe hij zich wist op te werken tot een van de toonaangevende figuren in het bestuur van de gewesten, die mede door zijn inspanning werden aaneengesmeed tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Van adel was Van Oldenbarnevelt niet: zijn hele leven was hij bezig zijn afkomst te retoucheren en werkte hij aan zijn status en rijkdom. Bij de inschrijving voor een universitaire studie loog hij dat hij van adellijke komaf was. Hij sloot een voordelig huwelijk: met Maria van Utrecht, erfgename van maar liefst vijf heerlijkheden. Later wist hij zijn kinderen in de hogere standen uit te huwelijken. Uiteindelijk stierf hij als schatrijk ridder.

Met instemming van zijn meesters, de Staten van Holland, slaagde hij er in korte tijd in zijn ambt van juridisch adviseur uit te bouwen tot toonaangevend woordvoerder van het machtigste gewest. Daarmee groeide hij uit tot de centrale politicus van de Republiek.

Oldenbarnevelt gebruikte eerst Willem van Oranje en daarna diens zoon Maurits als ‘kruiwagen’ om hogerop te komen, vertellen twee geschiedenisstudenten in de video. De verhouding met Maurits was volgens hen uitstekend, totdat de raadpensionaris in 1600 te veel waagde, waardoor de prins in de slag bij Nieuwpoort bijna het leven liet.

Beul op het Binnenhof

De studenten wijzen op de betekenis van de landsadvocaat, die via wat nu het poldermodel heet de gewesten bijeen wist te brengen en ook de Verenigde Oost-Indische Compagnie tot stand bracht. Ze noemen het een tragedie dat zo’n groot politiek leider zijn leven op het schavot eindigde.

Het Haags Historisch Museum maakte dat niet mee: het gebouw dateert uit 1636 en werd door Maurits’ opvolger, Frederik Hendrik, cadeau gedaan aan de schutterij. Vanaf het bordes is er uitzicht over de Hofvijver en de Gevangenpoort, waar van 16 februari tot 26 mei de volgende tentoonstelling over Van Oldenbarnevelt wordt gehouden: over het strafproces en de executie. Daar zal het beulszwaard te zien zijn dat hem velde. Ook is er aandacht voor zoon Reinier, die de dood van zijn vader op prins Maurits wilde wreken, maar dat zelf niet overleefde.

Het Binnenhof is dichtbij. Daar –in Maurits’ kamer– werd de ‘minister-president’ op 29 augustus 1618 gearresteerd. En daar –buiten op het beroemde plein– werd hij op 13 mei 1619 onthoofd. „Maeck het kort...” zijn de beroemde woorden die Van Oldenbarnevelt sprak. Hij zei het waarschijnlijk niet tegen de beul, maar tegen zijn knecht Jan Francken, die het afscheid kort moest houden.

Afscheidsbrief

„Nog steeds geldt Van Oldenbarnevelt (1547-1619) als een van de grootste staatsmannen uit de Nederlandse geschiedenis, dé bouwer en stichter van de Nederlandse staat”, zegt een tekst in de expositie, de eerste die in de residentie aan hem wordt gewijd. De samenstellers roemen „zijn juridische kennis, zijn doortastendheid en zijn vermogen om gebruik te maken van de omstandigheden”, „een veelzijdig man die door zijn beleid ook de nodige vijanden heeft gecreëerd.”

Er worden bezittingen tentoongesteld: zijn snuifdoos, zijn bril, zijn ring, een doek met ingeweven familiewapen. Brieven ook: die waarin hij Maurits en de Friese stadhouder Willem Lodewijk om vrijlating vroeg. En een kopie van de afscheidsbrief die hij als „Uwe zeer lieve man, vader, schoonvader ende grootvader” aan zijn familie schreef toen hij wist dat hij de volgende dag moest sterven.

Partij gekozen

Een portret toont ds. J. Uytenbogaert, die wel hofprediker van prins Maurits was, maar ook nauwe contacten met Oldenbarnevelt onderhield. Toen Uytenbogaert uitgroeide tot een van de leiders van de remonstranten, bleef Maurits zijn diensten in de Hofkapel bezoeken, maar de prins nam geen deel meer aan het heilig avondmaal.

De samenstellers van de tentoonstelling menen met zekerheid een oordeel te kunnen vellen over de motivatie van de hoofdrolspelers uit de twist van die tijd: „In de godsdienstige kwestie van de predestinatie (de leer wie uitverkoren is voor Gods genade) bekenden Maurits en Van Oldenbarnevelt alleen kleur om uiteindelijk het politieke conflict te kunnen beslechten.” Kerk en staat waren in het conflict nauw verweven, maar in deze expositie worden ze wel erg stevig vervlochten: „Van Oldenbarnevelt werd de voorman van de remonstranten die de Hollandse belangen en de inmenging van de staat in de kerk voorstonden, terwijl Maurits zich aan het hoofd van de contraremonstranten stelde die streefden naar een statenbond van gelijkwaardige gewesten en een kerk met een strenge dogmatiek.”

Zo werd het conflict steeds moeilijker op te lossen. Terwijl in Dordrecht een nationale synode zich over de kerkelijke kwestie boog, bezegelde de strafzaak tegen Van Oldenbarnevelt het politieke duel. Hoogverraad, oordeelden de rechters: de landsadvocaat had de orde ondermijnd door steden eigen soldaten –waardgelders– te laten werven en door zich te verzetten tegen het bijeenroepen van de synode.