Seksueel geweld tegen Duitse vrouwen Tweede Wereldoorlog werkt nog altijd door

uitse vrouwen waren mei 1945 nergens veilig voor de geallieerde soldaten. Seksueel geweld vond ‘s nachts plaats, maar ook overdag, in kelders en midden op straat.​ beeld bpk, Willy van Heekern
4

Bijna 1 miljoen Duitse vrouwen werden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog verkracht. Hun kinderen lijden nog altijd onder de gevolgen. „Zij werden met een erfschuld geboren.”

Als het om slachtoffers gaat, haast prof. dr. Miriam Gebhardt zich te zeggen dat het leed van de Joden op de eerste plaats komt. Dat er nu over Duitse vrouwen en hun kinderen als slachtoffer wordt gesproken vindt Gebhardt, als historicus verbonden aan de universiteit van Konstanz, belangrijk omdat „de moeders fysiek maar ook psychisch hebben geleden. En de kinderen werden met een erfschuld geboren. Als ze voortkwamen uit de verkrachting moesten ze leven met deze gruwelijke daad die hun moeder was overkomen en waarover altijd werd gezwegen.”

Gebhardt maakte in 2015 de tongen los met haar boek ”Als die Soldaten kamen” (Toen de soldaten kwamen), waarin ze beschrijft hoe aan het einde van de Tweede Wereldoorlog Duitse vrouwen werden verkracht. Vrouwen waren geen moment van de dag veilig: overdag niet, maar ’s nachts evenmin. Het maakte niet uit waar ze waren: in de kelder of buiten op het veld of gewoon op straat.

Miriam Gebhardt beeld Oliver Rehbinder

Helemaal nieuw was het thema niet dat Gebhardt aansneed. Tien jaar daarvoor was ”Eine Frau in Berlin” (Een vrouw in Berlijn) verschenen waarin wordt beschreven wat Russische soldaten de Duitse vrouwen aandeden. Gebhardt bracht naar voren dat niet alleen Russische militairen Duitse vrouwen onteerden; ook de Franse, Engelse en Amerikaanse soldaten maakten zich daar schuldig aan.

In totaal werden volgens voorzichtige schattingen 860.000 Duitse vrouwen verkracht. Van hen zijn volgens Gebhardt zeker 180.000 vrouwen door Amerikaanse militairen onteerd. De Duitse gaat er bovendien van uit dat er in totaal veel meer vrouwen zijn verkracht. Misschien wel 2 miljoen. „Vrouwen gaven in die tijd niet aan dat ze waren verkracht. Dat verzwegen ze liever.”

Waarom?

„Daar zijn verschillende redenen voor. In de eerste plaats heerste er een zogenaamde afgestompte gevoelscultuur. In de tijd van het nationaalsocialisme was er een mentaliteit van: niet jammeren, iedereen moet zijn offers brengen. Pijn moest je dragen en je gevoelens toonde je niet. Dus vrouwen die verkracht waren, deden hun mond niet open.

Daarbij werden de vrouwen niet gezien als slachtoffer. In bijna alle gevallen werd gezegd dat de vrouwen de mannen hadden verleid, hun moraal deugde niet. Ze hadden het zelf gewild of wilden materieel voordeel. De vrouwen werden in ieder geval niet serieus genomen. Ze werden eerder uitgemaakt voor ”Russen-hoer” of ”Ami-liefje”.

Als een vrouw aangaf dat ze was verkracht stond er nogal wat op het spel: haar geloofwaardigheid, haar reputatie en, als ze getrouwd was, haar huwelijk. Ook de eigen omgeving, haar familie, geloofde haar niet. Dus leek het de vrouwen raadzaam te zwijgen.”

Een vrouw die een aanklacht indiende was bij voorbaat kansloos. Ze moest bijvoorbeeld kunnen bewijzen dat ze was verkracht. Daarvoor had ze getuigen nodig, maar die waren er natuurlijk niet. Als die er al waren, ging het vaak om andere militairen en die verraadden hun maat niet. Gebhardt: „Als de dader een zwarte Amerikaan was maakte ze enige kans. Maar als het een blanke Amerikaanse militair was, kon ze het wel vergeten. Tenzij het de dochter van de burgemeester was, zeg maar iemand van gegoede komaf.”

Het enige verschil met de door de Sovjets bezette gebieden was dat er in het westen van Duitsland formeel de mogelijkheid bestond de Amerikaanse, Britse of Franse militairen aan te klagen. „Maar dat haalde zoals gezegd weinig uit.”

Gebhardt roept in herinnering dat „het in Duitsland na de oorlog een tijd was waar wij in het vreedzame Westen anno 2020 vaak geen idee meer van hebben. Alles lag in puin, de mensen leden honger, het land werd overspoeld door vluchtelingen uit het oosten, soldaten keerden getraumatiseerd terug en over de verrichte gruweldaden zweeg iedereen.”

Na de publicatie van haar boek ”Als die Soldaten kamen” werd Gebhardt overspoeld door mails. Die waren afkomstig van de kinderen die uit de verkrachtingen waren voortgekomen. De aantallen van deze kinderen lopen uiteen van 80.000 tot 400.000.

Uit alle mails van de kinderen, de meesten zijn inmiddels zo’n 75 jaar oud, die Gebhardt ontving sprak schuldgevoel. „Ze voelden zich verantwoordelijk voor de psychische nood waarin hun moeder verkeerde. Ze wilden hun moeder helpen, maar konden het niet.”

Gebhardt zocht verschillende kinderen op en sprak met hen. De weerslag van vijf gesprekken staat in ”Wir Kinder der Gewalt”, letterlijk ”Wij kinderen van het geweld”. Het trof Gebhardt vooral dat deze kinderen psychisch beschadigd waren. „Vooraf belde ik met hen en probeerde te peilen of ze een gesprek wel aan konden. Sommigen waren onder behandeling van een psychiater en waren het gewend hun verhaal te vertellen. Maar dan nog. Ik ben geen therapeut en wilde niet dat ze nog een keer getraumatiseerd zouden raken.”

Bij elk van de bezoeken viel het Gebhardt op dat de woonkamers volstaan met pluche meubels, foto’s van familieleden, kussens en knuffeldieren, „alsof die de bewoner moesten beschermen.” Gebhardt: „Een vrouw zei mij dat ze het moeilijk vindt alleen te zijn. Ze weet tot op vandaag niet hoe geborgenheid aanvoelt.”

Hoorde u ook zaken waarvan u dacht: dat is te heftig, dat vermeld ik niet in mijn boek?

„Ja, die waren er. Wat sommige mensen hebben meegemaakt was gewoon te schokkend. Een vrouw beschreef bijvoorbeeld hoe haar moeder het slachtoffer van een groepsverkrachting was geworden. Dat was voor mij al onverdraaglijk.”

De verklaringen zijn ook moeilijk te checken, denk ik.

„Ik heb bij iedere verklaring nagedacht: hoe geloofwaardig is dit? Controleren ging natuurlijk niet, maar ik heb ieder verhaal gewogen. Dan kom ik terug op wat ieder relaas kenmerkt: ieder kind groeide op in moeilijke omstandigheden en voelde zich verantwoordelijk voor de psychische gezondheid van zijn moeder. Dat is zo troosteloos. In feite zijn moeder en kind oorlogsslachtoffer.”

Pas de laatste jaren is er aandacht voor het lijden van de Duitse vrouwen. Waarom heeft dat zo lang geduurd?

„Twintig jaar geleden begonnen historici oog te krijgen voor het lijden van kinderen die bij de geallieerde bombardementen in de schuilkelders zaten en die zonder hun vader opgroeiden. Toen organiseerde men bijvoorbeeld congressen en daar was veel belangstelling voor.

De vrouwen komen nu pas, aan het eind, nadat iedereen is geweest. Hun lijden is minder heroïsch en is minder direct met het oorlogsgeweld verbonden. Maar dat er nu over gesproken wordt is goed en is belangrijk, want het heeft nogal wat in de Duitse gezinnen en in de Duitse maatschappij uitgewerkt.”

Kunt u dat concreet maken?

„Dan denk ik aan de angst voor mannelijke migranten tijdens de vluchtelingencrisis, speciaal na de aanrandingen oudejaarsnacht 2015 in Keulen. Toen kwam het tot aanvallen op Duitse vrouwen. Dat kan worden gezien als een uiting van het syndroom dat aan het einde van de Tweede Wereldoorlog is ontstaan.”

Zijn er oorlogsthema’s waarover het laatste woord nog niet is gezegd?

„In mijn boek schrijf ik dat er eveneens mannen zijn verkracht. Daarover zwijgt men liever. Bij een televisie-interview vroeg men mij nadrukkelijk daar niet over te spreken. Dat is naar het lijkt een veel groter taboe. De Wehrmachtsoldaten hebben zich daar schuldig aan gemaakt. Wat gebeurde er met de krijgsgevangenen in de kampen? Het thema seksueel geweld wordt nu pas opgepakt en verwerkt. We staan nog maar aan het begin.”

Wir Kinder der Gewalt, Miriam Gebhardt; uitg. Deutsche Verlags-Anstalt; 301 blz.; € 24,-

Geen liefde, geen geborgenheid

Een van de vijf vrouwen die prof. dr. Miriam Gebhardt aan het woord laat in ”Wir Kinder der Gewalt” is Eleonore S. „Mijn moeder heeft nooit gezegd: Ik houd van je.”

Eleonore S. wordt geboren in de Palts, dat na de oorlog door de Fransen wordt bezet. Haar moeder raakt zwanger van een Franse soldaat. Eleonore wordt direct na de geboorte naar haar grootmoeder gebracht. Het is ondenkbaar dat Eleonore bij haar ongehuwde moeder opgroeit. Dan zullen de dorpelingen haar moeder met de vinger nawijzen. Bovendien moet haar moeder voor brood op de plank zorgen. Dus gaat ze werken bij de Franse bezettingsmacht. Ze krijgt een relatie met een Fransman. Ze was toch al ”het liefje van een Fransoos”, dus waarom dan ook niet een Fransman huwen? Zo krijgt Eleonore, het kind van een Franse soldaat, een Franse stiefvader.

Eleonore blijft tot haar tiende bij haar oma wonen. „Haar moeder was een vreemde die ze af en toe bezocht. Haar moeder sprak ze aan met mama, haar oma met moeder.”

Als ze bij haar moeder is, voelt ze zich het vijfde wiel aan de wagen. Haar moeder krijgt intussen een tweede kind en dat krijgt alle aandacht.

De stiefvader moet niets van Eleonore weten. Als ze probeert met haar moeder te praten, komt haar stiefvader erbij staan en zegt: „Hier wordt alleen Frans gesproken.” Eleonore heeft geen warme herinneringen aan deze tijd: „Alleen stress.”

Eleonore denkt terugblikkend dat haar moeder in een onmogelijke spagaat zat. „Ze had problemen met haar moederlijke gevoelens voor mij, het kind van een verkrachter. Bovendien moest ze haar nieuwe man dankbaar zijn.” Gebhardt stelt dat het voor haar belangrijker is een loyale echtgenote te zijn dan een goede moeder.

In 1955 wordt ze zonder enige verklaring naar Frankrijk gehaald. Eleonore weet nog altijd niet waarom. Ze spreekt geen Frans. Ze raakt haar schoolvriendinnen kwijt en de aandacht van haar oma. Niets vult dat gat. Haar moeder is zelf ongelukkig en is niet in staat haar dochter liefde of geborgenheid te geven.

Eleonore beseft nu dat haar moeder gezien de toenmalige tijd moeilijk anders kon handelen. Anderzijds kan ze zich erover opwinden dat haar moeder nooit liefde voor haar heeft getoond. „Alles werd met de oorlog verontschuldigd. Maar het ging om mijn leven, om liefde, begrip en geborgenheid. Van een kind houden heeft niets met de oorlog van doen, maar met het tonen van gevoelens. Maar daarvoor was ze te streng opgevoed, zoals misschien alle mensen van haar generatie.”

In 1966 trouwt Eleonore met een Duitser die ze een jaar daarvoor heeft leren kennen tijdens een bezoek aan Duitsland. Ze hoopt dat het huwelijk met de negen jaar oudere man haar zal genezen. Maar dat is een misrekening. Hij toont geen warmte en begrip voor de emotioneel verwaarloosde dochter van een misbruikte vrouw. De twee krijgen samen een kind maar daarna eindigt hun huwelijk in een scheiding.

Eleonore is psychisch en fysiek een wrak. Als kind heeft ze al veel hoofdpijn, maar vanaf haar veertigste wordt ze door migraine geplaagd. Nog altijd heeft ze veel rust nodig. En die krijgt ze niet met haar rusteloze verleden. De vraag wie haar vader was laat haar niet los. Ze heeft slaapproblemen en dan kruipt ze ’s nachts achter de computer. De vraag wat er van haar vader is geworden laat haar niet los. Als ze met klachten naar de dokter gaat is de eerste vraag: wat voor ziektes zijn er in uw familie? Die vraag kan ze maar voor de helft beantwoorden.”

De relatie met haar moeder is nooit goed gekomen. „Ik heb aan haar gehangen als een stuk kauwgom. Ik heb er altijd op gewacht dat mijn moeder zou zeggen: Kind, ik houd van je. Maar dat heeft ze nooit gedaan. Op haar sterfbed waren haar laatste woorden tot mij: Ik onterf je. Het ging om 20.000 euro.”