Scheepvaartmuseum Amsterdam maakt wegwijs in waterwereld van toen

De Koningssloep was voor het laatst op het IJ te zien in 1962. beeld pimhendriksen.com​
4

De weg vinden naar een onbekende plek is tegenwoordig niet zo moeilijk: je pakt je smartphone, opent Google Maps, je kiest locaties en start een route. Hoe ging dat driehonderd jaar geleden? Het Amsterdamse Scheepvaartmuseum wijst de weg in de waterwereld van toen.

Alleen al het prachtige gebouw aan het IJ is een bezoek waard. Het Scheepvaartmuseum is gevestigd in ’s Lands Zeemagazijn dat in de zeventiende eeuw diende als pakhuis van de Admiraliteit van Amsterdam. Honderden schepen doen de dan grootste zeehaven ter wereld aan.

Een voorbeeld van zo’n schip is ”De Amsterdam”, gelegen aan de steiger van het museum. Van veraf is deze reus al te zien. Het gaat om een exacte kopie van het VOC-schip dat in 1749 op z’n eerste reis verging. Vooral voor kinderen is het vaartuig een belevenis. Ze kunnen de stuurhut van de kapitein bekijken, de lading hijsen, door het ruim kruipen of een kanon afschieten. En wie wil uitrusten kan even lekker in een hangmat kruipen.

Onbekende gebieden

Als je in de zeventiende eeuw een verre reis maakte, hoe vond je dan de weg? De tentoonstelling ”Cartografie en Curiosa” legt het uit.

Rond 1600 wagen Nederlandse zeelieden zich steeds verder van huis. Ze verkennen onbekende gebiedsdelen en leggen hun bevindingen vast op kaarten. Met Amsterdam als vertrekpunt reis je in het Scheepvaartmuseum mee naar verre oorden, waar de Nederlanders voet aan wal zetten. Via Brazilië en Zuid-Afrika worden Australië en Indonesië bereikt. Als laatste Japan en het kunstmatige eilandje Deshima.

Terug in Europa leggen de wereldreizigers de nieuwe gegevens vast op prenten en kaarten. Zo wordt het westerse wereldbeeld in hoge mate bepaald door kustaanzichten die door Nederlandse cartografen zijn gemaakt. ”De groote nieuwe vermeerderde zee-atlas ofte water-waereld” bijvoorbeeld, een uitgave van Gerard van Keulen in Amsterdam, 1718. Deze Oost-Indische Paskaart toont het gebied van Kaapstad tot Japan.

De cartografen hebben aandacht voor de kleinste details. De schoonheid van de illustraties maakt elke kaart tot een kunstwerk.

Uit verre landen nemen de zeelieden allerlei mooie spullen mee, ”curiositeiten” genoemd. Het ”curiositeitenkabinet” van het museum is een schatkamer vol oogstrelende objecten. Kokosnoten en nautilusschelpen zijn in die tijd zo zeldzaam dat ze worden voorzien van een zilveren of gouden montuur.

Republiek aan zee

Een reis van Europa naar Azië duurt acht tot negen maanden, de terugweg zeven maanden. De zeelieden worden geteisterd door stormen, kapers, ziekten en ongelukken. Drinkwater en proviand raken snel op of bederven in de tropische temperaturen.

Vanaf 1652 wordt Kaap de Goede Hoop de belangrijkste tussenstop van de reis naar Azië. Op de terugreis wordt bij het Afrikaanse eiland Sint Helena de watervoorraad aangevuld. De schilder Cornelis Verbeeck (1590-1736) legt op het doek zo’n retourvloot bij de rede van Sint Helena vast. Het schilderij is te zien op een tweede expositie, ”Republiek aan Zee”.

Aan de hand van ruim 50 topstukken vertelt deze tentoonstelling het verhaal van de Republiek in de zeventiende en achttiende eeuw.

De wereldwijde handel zorgt voor de opkomst van een maritieme cultuur. Water speelt een grote rol in het leven van veel inwoners van de Republiek. Kooplieden, admiraals en kapiteins geven kunstenaars opdracht schilderijen te maken van hun schepen op verre kusten of tijdens succesvolle zeeslagen.

Er ontstaat een nieuw genre: de zeeschilderkunst. Daarnaast zoeken de rijksten voor hun plezier het water op. Ze zeilen in een jacht naar hun buitenhuis of varen mee in spiegelgevechten – schijngevechten waarbij een zeeslag wordt geoefend. De expositie toont het schilderij ”Spiegelgevecht op het IJ” door Abraham Storck (circa 1700).

Het grootste object uit de tentoonstelling is een Zaans tentjacht uit circa 1760-80 waarmee welgestelde burgers pleziertochtjes maken op de binnenwateren.

Een speciale expositie voor jongeren legt het geheim van de walvis uit: is het een monster? Een lekker stuk vlees? Of een lieve lobbes? Over de walwis bestaan heel verschillende beelden, blijkt.

Koningssloep

Absoluut pronkstuk in het museum is de koningssloep, gelegen in een speciaal ontworpen schiphuis tegenover ”De Amsterdam”. De sloep wordt in 1816-1818 gebouwd in opdracht van koning Willem I. Hoewel Willem I zelf de sloep niet heeft gebruikt, doen zijn opvolgers dat wel.

De laatste vaartocht vindt plaats bij het zilveren huwelijksfeest van koningin Juliana en prins Bernhard in 1962. Op filmfragementen zien we de koninklijke hoogheden van toen voorbijvaren.

Verre landen

”Republiek aan Zee” is een nieuwe expositie in het Amsterdamse scheepvaartmuseum. Meer dan 50 topstukken vertellen het verhaal van een zeevaartmogendheid in de zeventiende en achttiende eeuw. De expositie ”Cartografie & Curiosa” neemt bezoekers aan de hand van oude kaarten mee naar Zuid-Afrika, Indonesië, Japan, Australië en Brazilië.

hetscheepvaartmuseum.nl