Reformatorische kunstdocenten laden zich in Museum Dordrecht op voor het nieuwe schooljaar

Docenten Beeldende Vorming uit het christelijk-reformatorisch onderwijs maken bij Teekengenootschap Pictura een ets met droge naald tijdens de eerste scholingsdag van Wartburg Academie. beeld Dirk Hol
6

„Een cursusdag is normaalgesproken geen feest. Maar vandaag voelt dat echt anders.” Louise van der Vlies gaf woensdagmiddag in het Dordrechts Museum het startsein voor de eerste landelijke studiedag voor docenten Beeldende Vorming in het christelijk-reformatorisch onderwijs.

Zo’n vijfenveertig docenten uit het hele land hebben gehoor gegeven aan de oproep van de Wartburg Academie om mee te doen aan een pittig programma rond de tentoonstelling ”Koninklijk paradijs” in het Dordrechts Museum.

De Wartburg Academie is het centrum voor scholing en ontwikkeling van medewerkers van het Wartburg College, dat scholen in Rotterdam en Dordrecht heeft. Onder de paraplu van de Wartburg Academie worden opleidingen, trainingen en cursussen, workshops en masterclasses aangeboden. De docenten Aleida van Veen en Louise van der Vlies van het Wartburg College tekenden voor de organisatie van de studiemiddag. „Het uitgangspunt is dat we kennis opdoen, maar ook onderlinge ontmoeting, praktisch bezigzijn en gezelligheid zijn ingrediënten.”

Voordat de docenten de tentoonstelling met werk van de achttiende-eeuwse kunstenaar Aert Schouman (1710-1792) kunnen gaan bekijken, worden ze bijgepraat door Cees Verheij, ouddocent van het Wartburg College. In een paar ferme halen plaatst hij de kustenaar (die vooral bekend is van zijn behangschilderingen met vogels en andere dieren) in een breder perspectief. Met als centrale vraag of de achttiende eeuw ook op kunstgebied een periode van verval en achteruitgang is geweest.

Het Dordrechts Museum probeert dat beeld in positieve zin bij te stellen met tentoonstellingen over ‘vergeten’ kunstenaars zoals Schouman er een is. Verheij citeert oudconservator Laurens J. Bol van het museum, die Schouman typeerde als de „meest verwaarloosde en meest onderschatte schilder van de achttiende eeuw.”

Door hem in kunsthistorisch perspectief te plaatsen maakt Verheij duidelijk dat Schouman weliswaar goed werk leverde, maar dat hij niet kon wedijveren met de generaties vóór hem. „Zijn topgrafische werk is onder de maat, zijn Bijbelse voorstellingen zijn kleurloos en enigszins sentimenteel en zijn familieportretten matig en stijfjes.” De achttiende eeuw een eeuw van achteruitgang? „Ten volle ja!”

Met die informatie kunnen de docenten het werk van Schouman vervolgens met eigen ogen bekijken. Volgens gids Bertken Mensink was de kunstenaar in zijn tijd mateloos populair – hij kon prima leven van zijn penseelstreken. Het zelfportret dat in de tentoonstelling hangt laat zien dat Schouman zelf ook best tevreden was over zijn prestaties.

Als extraatje krijgen de docenten een lesje ”Visible Thinking”, een methode om groepen –een klas bijvoorbeeld– beter en langer naar een schilderij te leren kijken. Het Dordrechts Museum biedt masterclasses aan voor docenten om samen met leerlingen op een nieuwe, frisse manier naar kunst te leren kijken. Het begint, volgens gids Mensink, allemaal met onbevooroordeeld de ogen de kost geven.

De docenten krijgen de opdracht om beurtelings iets te noemen wat ze op het schilderij ”Gezicht op Dordrecht” van Jan van Goyen uit 1651 zien. „Het gaat puur om wat je ziet, niet om de interpretatie. Er is veel meer te zien dan je denkt te zien.” Dat blijkt nog best lastig. Als iedereen twee keer aan de beurt is geweest zijn alle karakterstieken van het kunstwerk wel zo ongeveer benoemd.

Bij het tweede schilderij, ”Hemelse en aardse liefde” van Ary Scheffer uit 1850, wordt het truckje herhaald, maar wordt ook een tweede stap gezet: „Wat zijn je associaties bij dit werk? Hoe valt het te interpreteren?” De les: niet te snel zaken invullen, kies voor een open benadering. Of het werkt met een schoolklas? Voor kinderen moet het allemaal niet te lang duren, vreest een docent.

De middag wordt afgesloten met een workshop droge naald etsen bij Teekengenootschap Pictura, een paar straten verderop. Het werk van Aert Schouman dient hier als inspiratiebron, maar de keuze van de onderwerpen is uiteraard vrij. Na een uurtje hangen de eerste kunstwerken te drogen aan de waslijn.

Van der Vlies en Van Veen kijken terug op een geslaagde middag, die wat hen betreft voor herhaling vatbaar is. „Er bestaat nog geen scholing voor docenten Beeldende Vorming in het christelijk-reformatorisch onderijs. We hebben daarom gekeken wat we vanuit de Wartburg Academie op dit gebied konden betekenen. Gezien de belangstelling voorziet zo’n middag in een behoefte en de sfeer was uitstekend. Het is een mooi begin van het nieuwe schooljaar, de docenten kunnen hun ervaringen van deze dag in de lessen meenemen. Het is ook een stimulans om weer met plezier aan het werk te gaan. Hoe een eventueel vervolg eruit komt te zien, hangt af van de resultaten van de enquête onder de deelnemers die we nog gaan houden.”

Deelname aan de studiemiddag telt mee voor het zogenoemde Lerarenregister van de docenten. Met dat register kunnen leraren laten zien dat ze bevoegd en bekwaam zijn en hun professionele ontwikkeling bijhouden.