Middeleeuwse vrouw stond haar mannetje

Quintin Metsys, de goudweger en zijn vrouw, zestiende eeuw. beeld Wikimedia

Je zou het kunnen proberen: iemand toevoegen dat hij zich „wijfelijk” gedraagt. De kans is groot dat dit als belediging wordt opgevat. In de Middeleeuwen gold het woord daarentegen als compliment. „Wijfelijk” betekende „edel” of „eerbaar”, blijkt uit het boek ”Wijvenwereld”.

De Middeleeuwen zijn duidelijk een andere wereld dan de onze. Wie een boek leest over vrouwen in die tijd heeft de voorbeelden daarvan voor het oprapen. Drie historici publiceerden onlangs ”Wijvenwereld”, over het leven van Middeleeuwse vrouwen in Brabantse steden. Zo waren ouders aansprakelijk voor het gedrag van hun kinderen tot aan hun huwelijk, of tot aan de meerderjarigheid, die pas rond het dertigste levensjaar begon. Voor die tijd was het jongeren tussen de 22 en de 30 jaar niet toegestaan zelf meer te (ver)kopen dan brood, bier en andere noodzakelijke levensmiddelen. Bij misdaden, schulden en ongevallen van het kroost droegen de ouders de verantwoordelijkheid.

Dat gold ook voor kinderen met een beperking, zoals het gezin van Jan Bollaert ondervond. Op 7 februari 1516 trok moeder Bollaert naar de rechtbank. Jan was namelijk „van zijnder sinnen berooft” rondgegaan in de stad. Volgens zijn moeder had hij daarbij „veel quaets” gedaan. Wat precies wordt uit het verslag van de rechtbank niet duidelijk. Ten einde raad laten Jans ouders hem opsluiten in een huis voor zwakzinnigen. Daarnaast moeten ze veel schulden maken om alle schade te betalen. De ouders roepen daarom het stadsbestuur te hulp omdat ze niet langer de verantwoordelijkheid willen en kunnen dragen.

Het stadsbestuur vindt echter dat de ouders voor hun kind Jan aansprakelijk blijven. Wel raden ze hen aan hem voortaan uit voorzorg vast te zetten. Uit juridisch oogpunt blijft iemand met een verstandelijke beperking dus altijd een kind. Dat feit werpt een heel ander licht op de praktijk van het vastzetten van deze personen in zogenaamde dolhuizen. Het laat ook zien hoe anders onze tijd nu is. Alleen al voor het afsluiten van een deur in een instelling voor gehandicapten moet worden aangetoond dat deze vrijheidsbeperkende maatregel echt nodig is voor de veiligheid van de bewoner.

Onfatsoenlijk

”Wijvenwereld” staat vol met anekdotes over gewone vrouwen die voor de rechtbank of de schepenen verschijnen om hun zaakjes te regelen. Waarom is er voor gekozen zoveel aandacht te geven aan het leven van Middeleeuwse stadsvrouwen? De Leuvense historicus Jelle Haemers, één van de auteurs, licht toe: „Als je alleen maar naar veldslagen en grote gebeurtenissen kijkt, dan zie je een totaal andere samenleving. In het vuistdikke handboek over de middeleeuwen, ”Eeuwen des onderscheids” –een prima boek trouwens– komen maar één keer kinderen en gewone vrouwen te sprake. Die lacune hebben we willen opvullen. Daartoe hebben we bronnen gebruikt waar historici vroeger amper interesse voor hadden: verkoopakten, testamenten, getuigenisverslagen. Het betekent wel dat we ons noodgedwongen focussen op stedelijke vrouwen, omdat de archieven van de steden veel beter bewaard zijn gebleven.”

Sommige ”Middeleeuwse toestanden” zijn nog niet zo lang geleden veranderd. Het woord „wijf” stond tot een paar decennia geleden in iedere Bijbel. Een vrouw had in de Middeleeuwen na haar huwelijk weinig juridische rechten: er gold dat „den man es heere ende meester van sijnen huyse, t huwelijk gedurdende”. Tot 1956 was het ook in Nederland zo dat een getrouwde vrouw handelingsonbekwaam was.

En toch, wie ”Wijvenwereld” leest ziet ook dat de Middeleeuwen minder anders, minder donker zijn dan gedacht. Vrouwen konden zich beroepen op het recht. Mannen, zelfs mannen met bestuurlijke macht, konden niet ongebreideld hun gang gaan. De Leuvense Jan Hovelman misdroeg zich bijvoorbeeld tegen zijn vrouw Marie „in woirden ende in werken.” Jan had geld geleend van verschillende personen en daarvoor het huis van Marie als onderpand gebruikt. Hij betaalde die leningen niet terug en dus konden de schuldeisers Maries bezittingen in beslagnemen. Dat was precies Jans plan, want hij wilde haar „te doen setten op der straten.” Volgens de schepenen was dit onfatsoenlijk en onredelijk. Jan werd verplicht voortaan alleen nog transacties af te sluiten waar zijn vrouw expliciet mee instemde.

Economisch actief

Economisch blijken middeleeuwse vrouwen heel actief. Haemers: „We zijn te lang er van uitgegaan dat vrouwen vooral huismoeder waren. Vrouwen werkten inderdaad wel thuis, maar ook mannen deden dat, in hun gezinsbedrijf. Vrouwen én mannen waren actief in de opvoeding. In gegoede milieus waren er voedsters en huismeiden, zodat de vrouw zich op het werk kon concentreren. Voor lagere milieus is moeilijker te achterhalen, maar vrouwen waren daar vaak kostwinner.”

Er zijn talloze sporen overgebleven van vrouwen die actief waren als handelaar en ondernemer in de meest uiteenlopende branches. Naarmate de Middeleeuwen vorderen, neemt het aandeel van economisch actieve vrouwen sterk af. Haemers: „Het is een cliché dat alles altijd maar beter gaat. Dat klopt echt niet. In perioden waarin het slechter gaat –economisch, politiek, of militair– krijgen groepen met mindere of andere rechten het moeilijker. Dat geldt voor vrouwen, maar ook voor mannen die lager op de ladder staan. Bovendien was de invloed van de kerk in de veertiende en vijftiende eeuw minder dan ten tijde van de contrareformatie. Dan wordt bijvoorbeeld ook de huwelijksmoraal strikter.”

Over het middeleeuwse huwelijk valt heel wat te zeggen aan de hand van de ontsporingen ervan die bij het stadsbestuur werden gemeld. De man mag dan alle juridische rechten hebben, hij mag zijn vrouw niet mishandelen of beroven. Dan heeft zij het recht aan haar zijde. Of dat ook opgaat voor de ongeletterden, blijft een vraag. Opvallend is ook dat prostitutie in de middeleeuwse steden een redelijk getolereerd verschijnsel lijkt te zijn. Prostituees mogen binnen bepaalde zones in de stad hun beroep uitoefenen mits er geen overlast gegeven wordt. Wat natuurlijk nogal eens wél het geval is.

Noordelijke Nederlanden

”Wijvenwereld” handelt over middeleeuwse vrouwen in Brabantse steden als Luik, ’s Hertogenbosch en Brugge. In hoeverre hun levens overeenkomen met die van tijdgenoten in de meer noordelijke steden is de vraag. Het zuiden kende heel wat meer begijnen dan het noorden. Volgens Haemers is er meer onderzoek nodig om uitspraken te kunnen doen over het leven van vrouwen in de noordelijke Nederlanden. Maar, zegt hij, „de Nederlanden waren ook heel welvarend, verstedelijkt, er was veel handel. Dat geeft wel kansen dat ook daar vrouwen actief waren zoals in Brabant. Er is veel verscheidenheid in de Nederlanden. In de gewesten waar minder verstedelijking was zullen vrouwen minder of andere rechten hebben gehad.”

Bij alle aandacht die er tegenwoordig is voor vrouwengeschiedenis zal zo’n onderzoek er vast wel komen. Als dat evenveel inzicht in het dagelijkse leven oplevert als ”Wijvenwereld”, is dat alleen maar positief.

Wijvenwereld. Vrouwen in de middeleeuwse stad, Jelle Haemers, Andrea Bardyn & Chanelle Delameilieure (red.); uitg. Vrijdag; 271 blz.; € 24,95.