Kunst- en antiekbeurs Tefaf is toe aan vernieuwing

Foto Loraine Bodewes

De kunst- en antiekhandel staat tot en met 27 maart in het teken van Tefaf, de chicste beurs van Europa. Ruim 260 tophandelaren uit 16 landen hebben hun beste stukken meegebracht, hun stands mooi aangekleed, hun duurste pak aangetrokken en wachten op klanten. De markt trekt aan; de verwachtingen zijn hooggespannen: er wordt een recordaantal bezoekers verwacht. Toch ontbreekt dit jaar op de Tefaf de verrassing.

De eerste dag is speciaal voor genodigden. Die hebben van ‘hun’ kunsthandelaar een vrijkaart ontvangen. De auto’s, van bijzondere snit, worden naar het pakeerterrein gedirigeerd. Vandaar rijden shuttlebusjes. Gelukkig, want de naaldhakken van velen zijn te hoog om ver te lopen, en de lichamelijke conditie van velen is omgekeerd evenredig aan de financiële. Niemand hoeft lang te wachten. Niemand wil ook wachten, want als het busje voorrijdt, begint het elitair ordinair voor te dringen. Alsof de Tefaf uitverkoop heeft. Een blinde dame raakt in het gedrang haar begeleider kwijt, die luidkeels protesteert en schande roept. Het helpt niet, niemand lijkt het te horen – te willen horen.

De Tefaf draait inmiddels op routine; een koud kunstje. Het draaiboek van vorig jaar (en van de jaren daarvoor) is van de plank genomen. De indeling van de beursvloer in pleinen en straten is al jaren dezelfde. De variatie in de entree zit in de gekozen bloemen aan de wanden, dit jaar rode anjers. De catalogus is even groot en zwaar als eerdere jaren. De beurs verrast niet meer.

Natuurlijk zijn er wel veranderingen. Zo zijn er minder omgevingsbedrijfjes, zoals verkopers van kunstboeken, specialisten in verlichting, kunstvervoerders en kunstconservering. Kennelijk bezuinigen de collectioneurs niet op kunst, maar wel op alles wat daarbij komt kijken.

Verder heeft de website een mooie update ondergaan en is het zelfs mogelijk om thuis een gratis app te downloaden, zodat je op de beursvloer de plattegrond van de beurs in je telefoon hebt.

De grootste verandering zit natuurlijk in het kunstaanbod zelf, want een goede handelaar komt niet graag terug op de Tefaf met ‘oude’ stukken. Topper dit jaar is wel het schilderij van Rembrandt in de stand van de New Yorkse kunsthandelaar Otto Naumann. Het is een portret van een man met de handen in de zij. Rembrandt schilderde het in 1658 en heeft vast niet gedroomd dat het werk ooit 34 miljoen euro zou moeten opbrengen.

Uitzonderlijk is ook het aanbod van vier schilderijen van Frans Hals (circa 1583-1666). Het oeuvre van Hals is klein en de meeste werken bevinden zich in museale collecties. Noortman Master Paintings heeft een portret van een man en een vrouw van deze Hollandse meester te koop voor bijna 9 miljoen euro. Ook Douwes Fine Art uit Amsterdam en Otto Naumann uit New York zoeken kopers voor een portret van Hals.

En als het toch over de grote prijzen gaat: een portret van twee vrouwen van Paul Gauguin moet 18 miljoen euro opbrengen, een over de lengte doorgesneden varken van Damien Hirst kost 8,8 miljoen euro, en voor een werk van Edvard Munch moet de koper 9,5 miljoen euro neertellen. Maar niemand hoeft zich daardoor te laten ontmoedigen, er is ook voor minder geld mooi werk te koop.

Bijzondere objecten zijn ongetwijfeld de laatste juwelen van de Spaanse kunstenaar Salvador Dalí, een Chinees paar keizerlijke luipaarden van porselein, het enig bekende 15e-eeuwse Duitse Stechzeug (ridderlijke toernooiuitrusting) uit privébezit en een hele ruimte met werken van de Spanjaard Joan Miró.

De ”Delaire Sunrise” is ’s werelds grootste gele diamant, te zien bij Graff uit Londen. Het slijpen van de diamant van 118,08 karaat duurde bijna een jaar. Laurence Graff vernoemde de steen naar zijn wijngaard Delaire in Zuid-Afrika. De prijs? Achttien miljoen euro.

Eigentijds design ontbreekt niet. Een opvallend werk is ”All the King’s Men” uit 2010 van de Amerikaanse kunstenaar Johnny Swing. Het is een gestroomlijnde sofa, gemaakt van munten van een halve dollar en roestvrij staal. Het komt rechtstreeks van de kunstenaar.

Niet te koop, maar wel opvallend te zien op de beurs zijn bekenden uit de zakenwereld, de wereld van musea, de politiek en dergelijke. Hoewel, veel politici moesten dit jaar verstek laten gaan op de eerste beursdag voor genodigden; de Tweede Kamer sprak op dat moment over plashokjes in sprintertreinen.

Volgens jaar beter. Misschien, want het is niet zeker dat de Tefaf dan opnieuw in Nederland wordt gehouden. Voorzitter Ben Janssen heeft gedreigd uit te wijken naar het buitenland als de fiscale waarborg voor kunstwerken uit het buitenland even hoog blijft als het nieuwe BTW-tarief. Musea en kunstbeurzen halen namelijk veel kunst voor korte tijd uit het buitenland en hoeven daarover geen BTW te betalen omdat het verblijf tijdelijk is. Maar de expediteurs die het vervoer en de papieren regelen, moeten met een borgsom ter hoogte van het BTW-tarief de belangen van de fiscus veiligstellen. En dat kunnen zij niet opbrengen. Voor 2011 heeft staatssecretaris Weekers van Financiën in allerijl een plannetje bedacht. Maar de dreiging voor volgend jaar is niet weg. Er zijn kennelijk zaken die het vermogen van Tefaf te boven gaan.


Wereldwijd herstel kunstmarkt vooral te danken aan China

De wereldwijde markt voor kunst en antiek heeft zich in 2010 fors hersteld. Dit is met name te danken aan de sterke positie van de Verenigde Staten en aan een enorme groei in China. Voor het eerst streeft China Groot-Brittannië voorbij in marktaandeel en neemt het land de tweede plaats in.

In het Tefaf-onderzoek naar de marktsituatie in 2010 wordt geconcludeerd dat de markt ten opzichte van het dieptepunt in 2009 met 52 procent is gegroeid en dat er een ingrijpende verandering in de geografische verspreiding heeft plaatsgehad.

Daarnaast laat het rapport zien dat de op handen zijnde uitbreiding van het volgrecht in Groot-Brittannië, Ierland, Nederland, Oostenrijk en Malta het risico met zich meebrengt dat de toch al verzwakte Europese kunst- en antiekmarkt nog verder wordt geschaad. Het volgrecht is een uitbreiding van het auteursrecht, dat aan de maker van een kunstwerk een recht op vergoeding geeft bij doorverkoop van het kunstwerk.

De jaren 2008 tot en met 2010 zijn „een periode geweest van crisis en herstel voor de kunst- en antiekmarkt”, stelt het rapport. „Na een sterker dan verwachte neergang in de tweede helft van het jaar, kromp de wereldwijde kunst- en antiekmarkt in 2009 met 33 procent ten opzichte van 2008 naar een totale waarde van 28,3 miljard euro. Dat is een terugval van 41 procent vergeleken met het topjaar 2007.”

„2010 toont enkele opmerkelijke tekenen van herstel. De wereldmarkt als geheel steeg met 52 procent tot 43 miljard euro. De gestegen totaalomzet in de kunstmarkt was vooral te danken aan een stijging van verkopen in het duurdere segment.”

De belangrijkste conclusies zijn:

• De meest opmerkelijke ontwikkeling in de laatste jaren is de enorme groei van de kunstmarkt in China, die sinds 2009 bijna is verdubbeld in waarde. De veilingen in China zetten in 2010 in totaal bijna 6 miljard euro om.

• Groot-Brittannië blijft Europa’s grootste kunstmarkt met 59 procent van het Europese totaal. Het Britse aandeel op de wereldmarkt was in 2010 22 procent. Tweede in Europa is Frankrijk met een aandeel van 16 procent. Het Franse marktaandeel wereldwijd is 6 procent.

• Amerika blijft de internationale kunst- en antiekmarkt domineren met een aandeel van 34 procent.

• De wereldwijde markt voor eigentijdse kunst heeft zich hersteld van de malaise in 2009. Toen nam de verkoop met 66 procent af. In de Verenigde Staten en China was het herstel beduidend hoger dan in Europa.

• De handelaren zijn goed voor 51 procent van de omzet in kunst en antiek wereldwijd, de veilinghuizen voor 49 procent. Kunsthandelaren doen gemiddeld 30 procent van hun verkopen op kunstbeurzen. De traditionele winkel en galerie zijn op hun retour.