David Hockney meet zijn krachten met Van Gogh

”Kilham to Langtoft II, 27 July 2005”, David Hockney.  beeld Richard Schmidt
4

Van Gogh heeft bezoek van een bewonderaar. In het Van Gogh Museum in Amsterdam trekt de Britse kunstenaar David Hockney (1937) brutaal alle aandacht naar zich toe.

De Van Goghs vallen nauwelijks op in de tentoonstelling ”Hockney-Van Gogh. The Joy of Nature”. ”De oogst” en ”Veld met irissen bij Arles” van de Hollandse kunstenaar happen naar adem bij het natuurgeweld van de Brit. De kleuren spatten van Hockneys doeken en bescheiden van formaat zijn ze doorgaans ook niet. ”The Arrival of Spring in Woldgate, East Yorkshire in 2011 (twenty eleven)” meet bijvoorbeeld 3,66 bij 9,75 meter.

Hockney is een van de bekendste vertegenwoordigers van de popart. Medio jaren 60 vestigde hij zich in de Verenigde Staten, waar hij –tegen de heersende mode in– een meer realistische schilderswijze ontwikkelde. Het legde hem geen windeieren. Zijn schilderij ”Portrait of an Artist (Pool with Two Figures)” uit 1972 werd vorig jaar op een veiling verkocht voor 90 miljoen dollar, een recordbedrag voor werk van een levende kunstenaar.

In de jaren 90 trok Hockney vanuit Los Angeles naar zijn geboortegrond de Yorkshire Wolds in Groot-Brittannië, waar hij het karakteristieke landschap begon te schilderen. Meer en meer raakte hij geboeid door de veranderingen van de seizoenen, door de manier waarop licht, ruimte en natuur constant in beweging zijn.

Grassprietjes

De Brit heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij een groot bewonderaar is van Vincent van Gogh, al verkocht deze bij leven nauwelijks een schilderij. Het Van Gogh Museum brengt de twee grootmeesters nu voor het eerst in één tentoonstelling samen.

De overeenkomst tussen de kunstenaars is groter dan op het eerste gezicht lijkt. Beiden zijn natuurliefhebbers en uitstekende waarnemers, ze zien scherper dan wie ook. „Als je één grassprietje tekent, zie je er steeds meer”, aldus Hockney. „Dan zie je de andere grassprietjes; je blijft er alsmaar meer zien. Dat fascineert mij, en dat fascineerde Van Gogh ook. Hij had een glasheldere blik.” Uit Hockneys schetsboeken blijkt hoezeer hij aanleunt tegen Van Goghs tekenstijl.

Net als Van Gogh gebruikt Hockney felle, contrastrijke kleuren om ruimte te suggereren, al is de intensiteit ervan bij Van Gogh door de jaren heen wel verzacht.

De belangrijkste overeenkomst is echter dat zowel Van Gogh als Hockney werelden scheppen die –letterlijk– nieuwe perspectieven bieden, waarbij de kunstenaar de wetten bepaalt. Ze gebruiken de zichtbare werkelijkheid (de natuur) als springplank om aan het alledaagse te ontsnappen, voorbij de horizon te komen. Niet voor niets is in beider werk vaak een weg te zien die naar onbestemde verten leidt.

Hockney heeft een uitgesproken hekel aan het lineare perspectief omdat hij vindt dat dit hem als kunstenaar te zeer beperkt. In zijn landschappen past hij vaak verschillende perspectieven tegelijk toe, vergelijkbaar met de manier waarop Van Gogh dat deed.

Die behoefte om de wetten van het perspectief te tarten worden ook zichtbaar in Hockneys monumentale filmvierluik ”The Four Seasons”. De opnames maakte hij met een vrachtwagen waarop negen camera’s in een vaste opstelling waren gemonteerd. Op negen schermen, die elk net een ander standpunt weergeven, krijgt het totaalbeeld –een bosweg in de verschillende seizoenen– iets verrassend levendigs.

Laantje van Middelharnis

Bijzonder is Hockneys variant op ”Het laantje van Middelharnis” van Meindert Hobbema. Ook daarin zet hij onbekommerd het perspectief naar zijn hand door het ‘open te klappen’. Delen van het schilderij geven het beeld van opzij of zelfs van onderen (de wolken) weer.

Het werk van Hockney is mateloos populair. De kunstenaar weet met zijn intense, sprankelende kleuren, grote formaten en ontregelende perspectieven een breed publiek voor zich in te nemen. Hij geeft de kijker de ruimte, een goed gevoel, de belofte van vrijheid. Maar de dramatische diepte van Van Gogh evenaart hij niet.

>>vangoghmuseum.nl