Column: Afvalbakkenmonument

Zoeken naar lichaam Hitler in Berlijn.

Als het maar even mogelijk was, gingen we vroeger op de avond van 4 mei naar de Grebbeberg in Rhenen. Voor de jaarlijkse dodenherdenking. Dat laatste woord werd bij ons thuis altijd met enige schroom uitgesproken. Het klonk niet protestants genoeg, denk ik. Dodenherdenking en dodenverering liggen voor een gereformeerd mens taalkundig net iets te dicht bij elkaar, wellicht. Maar we gingen wel. Zo tegen zessen reden we richting Rhenen om ons te voegen in een lange stoet zwijgende mensen.

Nu, enkele dagen voor 4 mei, sta ik hier in het hart van Berlijn op de plaats waar ooit de bunker van Adolf Hitler lag. Ik had er al veel over gelezen. Over die bunker en over hoe Hitler hier z’n laatste dagen doorbracht. Maar de plek had ik nooit kunnen vinden. Tot ik bijna per ongeluk op Google het woordje Führerbunker intikte. Onbeschroomd leidde de zoekgigant me naar deze plaats: een parkeerterrein in het centrum van Berlijn.

Een bord vertelt heel sober over de geschiedenis van deze plek. Op internet is nog wat meer informatie te vinden. Hitler liet hier een bunker bouwen die de leider van het Derde Rijk moest beschermen tegen zo ongeveer alles. Bommen konden de bunker, met een dak van meters dik beton, niet vernielen. Hier had de paranoïde leider z’n woedeaanvallen als generaals kwamen vertellen dat de situatie niet meer te redden was. Uiteindelijk maakten Hitler en Eva Braun hier op 30 april 1945 een einde aan hun leven. Hun lijken werden in de tuin verbrand. De bunker beschermde Hitler tegen veel, maar niet tegen zichzelf.

Ik zie een bewoner van de flat, net achter het parkeerterrein, afval deponeren in de bakken die er staan. Lag daar het ontzielde lichaam van de man die tientallen miljoenen mensen de dood injoeg? Een jogger zweet zich een weg door de wijk. Hij kijkt niet op of om. Misschien ben ik wel de enige die hier, 74 jaar na zijn dood, nog aan Hitler denkt.

Letterlijk één straat verderop, tussen deze plaats en de beroemde Brandenburger Tor, ligt het immense monument voor de Holocaust. Zes miljoen Joden joeg de dictator de dood in. Hij wilde zelfs de laatste herinnering aan de Joden uitgummen. De ironie van de geschiedenis is nergens beter zichtbaar dan hier. Voor de Joden is er in de hoofdstad van Adolfs gedroomde rijk een indrukwekkend monument met een ondergronds museum dat jaarlijks door honderdduizenden mensen wordt bezocht. Voor de Führer en z’n doodsregime resten de afvalbakken.