Lang geleden was roken stoer

Roken
beeld Sjaak Verboom
15

Dietrich Bonhoeffer zat in 1943 in de gevangenis ineens zonder sigaretten. De afkickverschijnselen bleven echter uit, en dat schreef hij verwonderd naar huis. Maar juist deze opmerking bracht de aanvoer van rookwaar op gang. De theoloog Karl Barth stuurde vanuit Zwitserland zelfs een sigaar.

De Duitse verzets­theoloog hield van een rokertje. Foto’s laten hem al rokend zien in gesprek met studenten en catechisanten. Zijn laatste jaren in de gevangenis van de nazi’s bleef hij roken. Daar zorgde zijn familie wel voor.

Allerlei mensen die vandaag worden gewaardeerd als christelijke denkers, lieten zich vroeger onbekommerd rokend fotograferen. Vandaag zou Bonhoeffer de vraag krijgen hoe hij nog met een goed geweten kon werken aan boeken over ethiek en navolging. Hetzelfde geldt voor zijn tijdgenoten als C. S. Lewis en ds. G. H. Kersten.

Vandaag zou je je peuk even wegleggen zodra er een camera opdoemt. Roken is nu meer zoiets als wat je op de wc doet: het moet, oké, maar houd het een beetje voor jezelf asjeblieft.

Vroeger was roken leuk, voor jong en oud. Als kind vroeg je het sigarenbandje aan je vader. Merken als Ritmeester en Schimmelpenninck hadden fraaie bandjes. Die kon je verzamelen. De kunst was om de series compleet te krijgen. En dat was natuurlijk de bedoeling. De kinderen stimuleerden zo de omzet van de sigaren­fabrikant.

De opgroeiende jeugd keek op naar de grote billboards van Marlboro Man. Wil je stoer worden, zo sprak die poster, steek dan maar gauw een sigaret van Marlboro op. Drie van de mannen die in deze reclame figureerden, zijn trouwens overleden aan longziektes die met roken te maken hebben.

Marlboro Man heeft vandaag geen opvolger meer nodig. Reclame voor tabak is bijvoorbeeld in Europa en Amerika al min of meer verboden. De gezondheidsschade van roken was inmiddels algemeen doorgedrongen. Ook in etalages mogen nog nauwelijks rookartikelen staan. Sigaren­magazijn Hans van Werven in Apeldoorn biedt daarom naar buiten toe alleen pijpen en aanstekers aan. Maar wie zijn zaak binnentreedt, treft een van de grootste assortimenten sigaren in Nederland.

Rien Poortvliet

Roken was vroeger vooral een volkszaak. Op het hoogtepunt van het jaar (de verjaardag van vader of moeder) zag de kamer blauw. Bij een trouwerij stonden de rookartikelen op tafel. Dat hoorde er helemaal bij.

Wie terugbladert in boeken van tekenaar Rien Poortvliet verbaast zich erover hoeveel mensen hij rokend afbeeldt. Roken was deel van het eenvoudige volksleven dat Poortvliet wilde vastleggen.

Zichzelf tekende hij steevast met een pijp, Ome Dirk met een stompje Ritmeester, en menig knecht met een sjekkie. Roken was niet iets om je voor te schamen. Integendeel, het hoorde er helemaal bij. En misschien zat er bij Poortvliet wel iets in van wat Marlboro Man uitstraalde: roken maakt de man tot wat hij is: jager, kunstenaar en knutselaar. Dat beeld verklaart wellicht waarom vrouwen bij Poortvliets niet roken. Dat paste niet in zijn romantische genre.

In jongensboeken uit de tweede helft van de twintigste eeuw is roken vrij algemeen. Als Arendsoog even wil nadenken, rolt hij een sigaret. Gerben Zonderland laat de jongens van de Kameleon lachen als hij zijn vloeitjes geeft als de veldwachter hem naar zijn papieren vraagt. En bij Piet Prins onderbreken de ooms hun spannende verhalen alleen om hun pijp aan te steken.

Zelfs Pietje Puk houdt van een sigaar, en af en toe een pijp. Tot in de jaren negentig rookten veel helden in kinderboeken. De herdrukken van deze boeken staan ook vandaag nog in de winkelschappen.

De tekenaar van Lucky Luke was daarentegen bijzonder vooruitstrevend. Tot 1983 had de stripheld altijd een peukje op zijn lip. Maar daarna werd dat een strootje. De tekenaar heeft nooit onthuld wat de reden hiervoor was. Duidelijk is dat hij in 1988 een prijs van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) kreeg. Sindsdien zijn veel oude albums bij herdrukken aangepast. Er zullen vast verzamelaars zijn die beide versies sparen: de oude en de herziene.

Churchill

In de politiek is de omslag compleet. Voor de Britse oorlogs­premier Churchill werd de sigaar zijn handelsmerk, en de VVD-leider uit de jaren 70 Wiegel deed hem na. Op het Binnenhof was roken tot eind jaren tachtig normaal. Achter de gordijnen van de vergaderzaal kon je bij de asbakken nog eens iemand tegenkomen.

Nu passen politici er wel voor op om rokend te worden gezien. Enkele jaren geleden volgde een fotograaf VVD-leider Rutte op campagne. Zodra tijdens de lunch de sigaren in beeld kwamen, rees de vraag of de fotograaf dat níét wilde vastleggen.

Roken komt vandaag de dag slecht over, zegt imagodeskundige Zabeth van Veen, die veel advies geeft in het bedrijfsleven. „Politici zijn zich bewust van hun voorbeeld­functie. Zodra je prominent in beeld bent, moet je enkele dingen niet doen, zoals in bont lopen, te veel alcohol drinken en roken. Op Twitter word je daarom afgemaakt.”

Buiten Europa en Amerika ligt dit allemaal nog anders. In Afrika, Azië en het Midden-Oosten is roken altijd nog iets om mee te showen. Door een sigaret op te steken bewijs je dat je tot de middenklasse behoort en een rokertje kunt betalen. Het roken stijgt daar even snel als de armoede daalt. Volgens de WHO rookt in Afrika 9 procent van de jongeren, tegenover 8 procent in het Midden-Oosten en 6 procent in het Westen, zo berichtte IPS afgelopen zomer.

Kenia bijvoorbeeld kent twee sigarettenmerken die op hun pakjes appelleren aan sport. Op de pakjes van Super­match staat een voetballer. Het merk Sportsman draagt een paardenkop. Natuurlijk staat er ook een gezondheidswaarschuwing op, in het Engels en het Swahili.

Terug naar eigen land: ondanks alle verzet verleent roken nog altijd status. Tabaksspecialist Hans van Werven uit Apeldoorn laat zich tegenwoordig met een sigarenmaker zien op evenementen waar je de „juiste mensen” treft, zoals bij Jaguardealers. „Die mensen weten vaak nog van een sigaar te genieten. Roken is iets wat past bij een bepaalde levensstijl”, aldus Van Werven. „Het is trouwens niet heel anders dan vroeger. Toen liep de notaris ook met een sigaar door het dorp, waarmee iedereen zag dat hij die kon betalen.”

Hij zit zijn hele leven al in de sigaren, net als zijn vader en grootvader. „Ik zeg altijd maar: geld stinkt, tabak ruikt. Gezondheidsschade ontstaat door sigaretten en shag. De industrie mengt daar stoffen door die je verslaafd maken. Door de hetze is alle tabak nu taboe. Maar ondanks de betutteling zijn er altijd mensen die het prettig vinden om een sigaar op te steken. Wij roken ook niet, wij genieten.”

Sollicitatie

Wie op een sollicitatiegesprek een goede beurt wil maken, kan toch maar beter rookvrij zijn, adviseert Zabeth van Veen. „Vroeger hadden we allemaal rook in onze kleren. Ook niet-rokers pakten dat vanzelf ergens op. Vandaag is dat niet meer zo. Als je dus met berookte kleren op een sollicitatiegesprek komt, wekt dat onmiddellijk afkeer op. Dat geeft een achterstand. Je moet dan wel een heel goed gesprek hebben om die in te halen.”

Ook het aangaan van een relatie wordt moeilijker. „Velen vinden het niet fijn om een zoen te krijgen van een roker.”

Van Veen acht het uitgesloten dat het slechte imago van roken ooit weer verbetert. „Ik vermoed dat volgende generaties nog veel meer met gezondheid bezig zullen zijn. Vooral met voeding en suiker. Cola is puur vergif, als je kijkt naar wat erin zit. Datzelfde geldt voor zonnebrandoliën en shampoos. Dus roken kan alleen terugkomen als volstrekt helder is dat het onschadelijk is.”