Dobberen en dwalen in vestingstad Naarden

Uit-in-NL 2019
De vestingstad Naarden is een ingenieus bouwwerk van wallen, ravelijnen en bastions. beeld RD, Henk Visscher
4

„Welkom aan boord van de Opwaarts.” Schipper en gids Niels Udo duwt de praam weg van de Naardense kade. Hij zet koers naar de vestinggracht voor een rondvaart rond de noordelijke kant van Naarden. „Trossen los.”

In de voormalige groenteschuit passen twintig passagiers. Vandaag zijn we met z’n vijven, inclusief de schipper. De rand van de praam is laag. „Pas op dat je niet valt, hoor. Ik red je niet, je moet zelf zwemmen”, waarschuwt Udo de kinderen met een knipoog.

Udo weet alles over de geschiedenis van de vestingstad. In het jaar 968 wordt de naam Naarden voor het eerst gebruikt. Maar toen bestond de vesting nog lang niet, legt Udo uit. Na het rampjaar 1672, toen de stad werd bezet door de Fransen, heeft de vesting langzamerhand de huidige vorm gekregen. Daarna maakte Naarden deel uit van de Oude, en later van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog wordt Naarden nog in staat van verdediging gebracht. Gevochten is er toen niet: Nederland blijft neutraal. In 1926 wordt de vesting opgeheven als militair project. „Hebben jullie een idee waarom Naarden vanaf dat jaar niet meer is gebruikt als verdedigingswerk?” vraagt de schipper aan de kinderen. „Inderdaad, de uitvinding van het vliegtuig zorgde ervoor dat de vesting overbodig werd.”

De stad blijkt een ingenieus bouwwerk van bastions, wallen en ravelijnen, van grachten, beren en kazematten. „De bouwers berekenden hoe de vijand het best op afstand gehouden kon worden”, vertelt Udo, terwijl we langs de metershoge vestingmuren varen.

Ford Ronduit is het meest noordelijke deel van Naarden, een verdedigingswerk buiten de vesting zelf. Udo stuurt de praam rond het eiland dat tegenwoordig pal aan de A1 ligt. „Hier zitten ijsvogels”, vertelt Udo. „Weet je waar die hun nesten maken? In holletjes in de oever. Kijk, daar.”

Een van de kinderen mag het laatste deel van de tocht het roer hanteren. Udo wijst naar een gebouw aan de Kooltjesbuurt. „Wat een mooi pand, hè. Kijk nog eens goed als we erlangs gevaren zijn. Zie je dat de gebouw heel ondiep is? Maar 1,20 meter. Achter dat voorgebouw staan hallen en een magazijn.”

De aanlegplaats komt in zicht. „Pas op voor je vingers, als we weer aanmeren.”

Stervorm

Het Vestingmuseum –gevestigd in bastion Turfpoort, een van de zes bastions van de stervormige vesting– laat de geschiedenis van de Nederlandse vestingbouw zien. Daar blijkt hoe kundig de bouwers van Naarden waren, zeker gezien de technische middelen die destijds voorhanden waren.

Alle ondergrondse gangen, die gemiddeld 50 meter lang zijn, liggen bedekt onder een laag van minimaal 3 meter aarde. In het bastion is het veilig, zeker nu de kanonnen zwijgen.

Kazemat Z, waar nu een video draait, deed vroeger dienst als kruitkamer. In totaal kon de kelder 136 ton kruit bergen, opgeslagen in houten tonnetjes met koperen hoepels eromheen.

De luistergang is een technisch hoogstandje. De 61 meter lange, doodlopende gang loopt evenwijdig aan de buitenmuur van de vesting. ’s Nachts werd hierin wacht gelopen. Door de openingen boven in het gewelf konden de wachtlopers horen of er buiten geplons klonk van vijanden die de gracht probeerden over te steken. Nog steeds is goed te verstaan wat buiten op de wallen wordt gezegd.

Vandaag is er bij kazemat IJ de workshop ”Tinnen soldaatjes gieten”. De van Texel afkomstige tingieter Jan Veenendaal verwarmt tin in een steelpannetje. Zodra het brouwsel vloeibaar is, giet hij het in een mal. Het moet even afkoelen en, ziedaar: uit de mal komt een prachtig, tinnen soldaatje tevoorschijn. Veenendaal giet ook schepen en dieren. De kinderen mogen een tinnen figuurtje uitzoeken en dat beschilderen. Echt een klusje voor de fijne motoriek, zeker als de sjerp op het soldatenuniform een andere kleur moet krijgen dan het pak zelf.

Bereid oorlog voor

Wie meer van de vesting wil zien, kan het beste de stadswandeling maken. Een routebeschrijving is te koop bij de VVV, die is gehuisvest in de mooie Utrechtse Poort. De wandeling voert vandaar naar de Pomerskazerne, die vrij toegankelijk is. Het gebouw, vernoemd naar de architect, had slaapzalen voor 350 soldaten, een hospitaal en onderkomens voor officieren. De spreuk boven de entree zet aan het denken: ”Si Vis Pacem Para Bellum”, ”Wilt u vrede, bereid dan oorlog voor”.

Via het Spaanse Huis komt de route uit bij de Grote of St. Visiuskerk, onder meer bekend van de jaarlijkse uitvoering van de Matthäus Passion van Bach door de Nederlandse Bachvereniging. De kerk is meer dan een kijkje waard.

Vooral de schilderingen in het gewelf zijn indrukwekkend. In de kerk liggen ronde spiegels die het makkelijk maken om de dakschilderingen zonder nekkramp te bekijken. Aan de noordzijde tonen de voorstellingen tien belangrijke nieuwtestamentische heilsfeiten. Daartegenover een bijpassende schildering van een geschiedenis uit het Oude Testament. Dat levert mooie en leerzame combinaties op. Neem de kruisdraging van Jezus en Izak die offerhout draagt op weg naar een van de bergen in het land Moria. Of: de graflegging van Jezus tegenover Jona die overboord wordt gegooid, Jezus’ opstanding versus Simson die wegloopt met de stadsdeuren van Gaza. En: de hemelvaart van Jezus met die van Elia. De laatste schildering gaat over het laatste oordeel.

Om een deel van de kerk staan steigers: het leien dak moet worden vervangen. In het najaar van 2020 moet de klus geklaard zijn. Medio 2019 wordt de steiger gedeeltelijk opengesteld voor publiek, zodat geïnteresseerden de renovatie kunnen bekijken.

Buiten de kerk staat het standbeeld van de Tsjechische filosoof en humanist Jan Amos Comenius (1592–1670). Hij heeft als opvoedkundige een belangrijke bijdrage geleverd aan de inrichting van het onderwijs in Europa. Zijn verdeling in moederschool (0 tot 4 jaar), kleuterschool (4 tot 6 jaar) en lagere school (6 tot 12 jaar) gebruiken we nog steeds in het basisonderwijs. Comenius vluchtte vanwege godsdienstoorlogen in zijn geboorteland naar Amsterdam.

De stadwandeling leidt naar het Comeniusmuseum. Daar ligt Comenius begraven, in een deel van de oude kloosterkapel die deel uitmaakt van het museum. De wandeling eindigt op bastion Oranje, een van de zes bastions die de Naardense vesting zijn karakteristieke vorm geeft.

Naarden ademt geschiedenis. Een dobber- en dwaaltocht door de stad is een heus feest, voor oud en jong.