De mitsen en maren van dons

beeld iStock
3

Dons heeft veel mee: het klinkt aantrekkelijk en het is licht en heerlijk warm. Maar er kleven ook bezwaren aan dit behaaglijke natuurproduct. Want waar komen die vlokken (en veren) eigenlijk vandaan?

Dons is al een paar jaar prominent in het straatbeeld aanwezig. Jong en oud, man en vrouw vallen voor de charmes van een met pluizige veertjes gevulde jas. Zo’n kledingstuk is prettig om te dragen, want licht van gewicht. En ook nog eens lekker warm. Dat je er, door het volume van het dons, een enigszins opgestopt postuur van krijgt, neemt de liefhebber graag op de koop toe.

Maar dons is natuurlijk al veel langer populair als isolerende en veerkrachtige vulling voor dekbedden, kussens en slaapzakken. Dat het heerlijk slaapt onder een laagje veren was al in de middeleeuwen bekend. In die tijd was die luxe vooral voor de elite weggelegd. Toen er van grootschalige veehouderij nog geen sprake was, verzamelde de gewone man soms jaren dons en veren van geplukte dieren voor er genoeg was om een dekbed te vullen. Zo staat dat althans op de website van het ecologische textielmerk Yumeko.

Exclusief is dons inmiddels niet meer. Een jas of dekbed gevuld met veertjes is wel vaak aan de prijzige kant, maar niet per se duurder dan een vergelijkbaar product van wol. En soms is zo’n jack of dekbed zelfs bijzonder goedkoop. Dat kan te maken hebben met de samenstelling, maar het zegt wellicht ook iets over de herkomst. En daarmee over de manier waarop de ganzen en eenden hebben geleefd en van hun dons zijn ontdaan.

Isolatielaag

Watervogels als eenden en ganzen hebben op hun buik en borst niet alleen veren maar ook een onderlaag van dons. Veren hebben een harde, langwerpige pen of schacht. Dons is feitelijk meer een pluizig vlokje met een zachte kern. Bij watervogels dient dit als isolatielaag. Als vogels in de rui raken verliezen ze niet alleen hun veren maar ook hun dons.

Dons is heel licht. En het heeft een groot vormherstellend vermogen. Als je een vlokje platdrukt, blijft er qua volume bijna niets van over. Als je het daarna weer de ruimte geeft, neemt het weer de oorspronkelijke vorm aan. Omdat dons zowel isoleert als ventileert is het prettig om onder te slapen.

De herkomst, de samenstelling en de kwaliteit van dons zijn bepalend voor de prijs. Ganzendons is pluiziger en daarom kwalitatief beter –en duurder– dan eendendons. Grotere donsvlokken zijn duurder dan kleinere. Een groter aandeel veren maakt een donzen dekbed goedkoper.

Als een fabrikant op een etiket vermeldt dat het om een donzen dekbed gaat, moet de vulling voor minstens 60 procent uit dons bestaan. De rest bestaat dan uit veertjes, die relatief zwaarder zijn en een minder isolerende werking hebben.

Daar wordt in de praktijk creatief mee omgegaan. Een winkelketen prijst een dekbed aan als ”half dons” – dat blijkt te betekenen dat slechts 15 procent van de vulling uit (eenden)dons bestaat. Verder aangevuld met (eenden)veren.

Wanneer een dekbed naar verhouding veel veertjes bevat, kun je dat horen. Als je in bed stapt of gaat verliggen, kraken ze.

Slaapzakken

Waar het verwerkte dons vandaan komt: dat is wellicht niet het eerste waar iemand die op zoek is naar een nieuwe jas of een ander dekbed aan denkt. Je bent drukker met hoe het zit en hoe het aanvoelt. Maar er zit een hele wereld achter zo’n donsjas.

Volgens ”Dierenwelzijn in de kleding- en textielsector”, een rapport dat in april van dit jaar is gepubliceerd en dat deel uitmaakt van het Convenant Kleding en Textiel, is China de grootste speler op de markt van dons en veren. Eendendons en -veren komen in 58 procent van de gevallen uit dit Aziatische land, waar traditioneel ook veel eend wordt gegeten. Voor ganzendons en -veren ligt dit percentage nog hoger. China neemt daarvan 73 procent van de wereldproductie voor zijn rekening.

Wat dons en veren van eenden betreft: dat is eigenlijk altijd een restproduct. De eenden worden gehouden voor hun eieren, voor hun vlees en voor hun lever. Als ze geslacht zijn, worden ze ontdaan van hun dons en veren. Een punt waarop het qua dierenwelzijn met eenden nog vaak misgaat is het zogenaamde dwangvoeren, waarbij dieren –soms met een pijp in hun keel– gedwongen worden om zoveel mogelijk te eten. Met als doel een zo groot mogelijke lever, voor paté of foie gras.

Ook bij ganzen komt dwangvoeren voor. Een ander heikel punt qua dierenwelzijn is het zogenaamde levend plukken. Ganzen worden vaak speciaal voor hun dons en veren gehouden. Tijdens hun leven worden ze daarom een paar keer geplukt. Het rapport ”Dierenwelzijn in de kleding- en textielsector” maakt onderscheid tussen levend plukken en ”oogsten”, waarbij als ganzen in de rui zijn alleen de loszittende veren worden verwijderd. „Het uittrekken van veren is pijnlijk en stressvol voor ganzen en kan leiden tot verwondingen en beschadigingen aan de huid. Omdat het moment waarop een veer ‘rijpt’ verschilt per vogel en per veer, bestaat bij het oogsten het risico dat ook niet-loszittende veren toch worden uitgetrokken.”

Binnen de Europese Unie is het levend plukken van ganzen en eenden verboden. Maar in de praktijk is dit toch niet helemaal uitgebannen, omdat het oogsten van dons en veren van dieren die in de rui zijn wel is toegestaan.

Dwangvoeren is, ook binnen de Europese Unie, nog altijd een bestaande praktijk. De deelnemers aan het Convenant Kleding en Textiel moedigen bedrijven die dons en veren verwerken om die reden aan om het aanbod uit Frankrijk, Hongarije, Bulgarije, België, Spanje, Canada, de Verenigde Staten en China te mijden. In deze landen is dwangvoeren nog gebruikelijk.

Geen wreedheden

Maar de consument kan wel wat doen: letten op keurmerken bij de aanschaf van die warme jas. Er zijn inmiddels drie certificeringssystemen ontwikkeld waarbij zowel dwangvoeding als levend plukken verboden zijn. Deze keurmerken zijn samen met onder andere fabrikanten van buitensportkleding –die ook graag dons gebruiken– tot stand gekomen. Het gaat om de Responsible Down Standard, de Traceable Down Standard en de Downpass 2017, te herkennen aan het etiket. Ook modeketens als WE en H&M gebruiken dit soort standaarden.

„Veel merken gebruiken tegenwoordig alleen nog dons dat gecertificeerd niet van levend-geplukte of onder dwang gevoerde dieren afkomstig is”, vertelt Lonneke Bakker van Four Paws, een van de partijen in het Convenant Kleding en Textiel. Die certificeringssystemen garanderen dat het dons, door de hele productieketen heen, niet gemengd wordt met conventioneel dons. „Zo weet je als consument zeker dat er geen extreme wreedheden kleven aan je donsjas.”

Hergebruikte donsjes en veren

Een aantal bedrijven maakt serieus werk van het hergebruik van dons afkomstig uit onder andere afgedankte dekbedden en kussens. Yumeko, een Nederlands bedrijf dat werkt volgens ecologische principes, maakt nieuwe dekbedden en kussens met een vulling die voor 100 procent uit hergebruikte ganzendonsjes en -veren bestaat. Wie dat een onfris idee vindt: op de website staat dat „elk donsje en elk veertje” vooraf zorgvuldig gereinigd wordt. Yumeko garandeert dat er geen verschil is in comfort tussen hun gewone dekbedden en kussens en de ReNew-collectie.

Arket, onderdeel van modeketen H&M, verkoopt onder de naam Re:Down jassen waarvan de buitenkant en de voering gemaakt is van gerecycled nylon. De vulling bestaat voor 100 procent uit dons en veren afkomstig uit ingeleverd textiel. Dat wordt voor gebruik wel goed gewassen en gesteriliseerd. De eigenschappen van de gerecyclede tussenlaag zijn volgens Arket vergelijkbaar met nieuw materiaal.

Buitensportmerk Patagonia gaat met de kledinglijn ReCollection nog een stapje verder. Ook hiervoor wordt afgedankt dons uit onder andere dekbedden en kussens gebruikt; daarnaast werkt dit bedrijf ook met ritsen en knopen van hergebruikt materiaal.

Wol kan ook. Of kapok

Er zijn verschillende alternatieven voor dons op de markt. Met elk zo z’n voor- en nadelen.

Bij dekbedden zou je bijvoorbeeld in plaats van dons voor een vulling van wol kunnen kiezen. Al is dat wel zwaarder. Synthetische dekbedden zijn lichter en kunnen gemakkelijk zelf gewassen worden. Een nadeel van dit materiaal is dat deze dekbedvulling minder ademend is.

Er zijn ook natuurlijke alternatieven voor dons. Bijvoorbeeld kapok. Dit vulsel wordt gemaakt van de rijpe vruchten van de kapokboom, waarin zich een pluk zachte vezels vormt. Kapok wordt al heel lang in kussens gebruikt, maar het wordt ook wel in kleding toegepast.

Tencel is mogelijk ook een alternatief voor dons. Deze vezel wordt gemaakt van hout van de eucalyptusboom.

Voor buitensportkleding zijn er diverse synthetische vulsels van hoge kwaliteit ontwikkeld, vaak bestaand uit polyester. Een voordeel van dit materiaal is dat het, anders dan dons, ook als het vochtig zijn isolerende werking houdt.