Column: Lagere versnelling

beeld iStock

Het is vier uur in de ochtend. Geen tijdstip waarop ik normaal gesproken erg helder ben, maar vandaag is het anders. Na een paar enerverende dagen in de Franse Alpen, waarin ik samen met mijn reisgenoot een berg beklim voor het goede doel, gaan we op weg naar huis. Meteen als de wekker klinkt, spring ik mijn bed uit. Dat is trouwens best uniek.

De adrenaline drijft ons voort. Vroeg weg betekent ook: vroeg thuiskomen. En daar kijken we na deze mooie, maar vermoeiende dagen naar uit.

Terwijl we in het donker de laatste spullen de auto in tillen en de sleutel van het huisje afleveren, zit ons hoofd al vol met alle agendapunten voor de komende dagen. Afspraken die móeten.

Het gaat lekker. Er zijn nog weinig mensen op de weg, dus het rijdt goed door. We rekenen uit dat we voor het avondeten thuis kunnen zijn, als het zo doorgaat.

Dan opeens gaat het mis. Er ligt een grote kei op de weg. Er klinkt een harde klap vanonder de auto en er springt een rood olielampje aan.

En daar staan we dan, in het donker, langs de kant van de weg.

„Nee!” roepen we tegelijkertijd. Dit kan niet. We zouden vanavond thuis zijn. We zijn niet voor niets zo vroeg vertrokken.

De gevarenlichten gaan aan. En we bellen met het alarmnummer. De medewerkster belooft dat er een sleepwagen aankomt, binnen een uur.

De moed zakt ons in de schoenen. Een uur? Ja, zegt de telefoniste. En de garages openen pas om 8 uur.

Dat moeten we even verwerken.

Daar hebben we ruimschoots de tijd voor, zo blijkt. Ruim drie uur later komt er een takelwagen aanrijden. En precies om 8 uur schuiven we het garageterrein op. Nog vol adrenaline. Maar inmiddels ook wat berustend. Dit gaat een lang verhaal worden. Daar zijn we inmiddels wel over uit.

Er brandt een strijd los tussen de verzekering en de garage, met een huurauto als inzet. Wij nemen koffie. En peuzelen de reep chocolade op, die we van een lieve voorbijganger hadden gekregen.

We blijken zelfs tijd voor een wandeling tussen de lavendelvelden te hebben. En voor een uitgebreide Franse dagschotel met ”perdreau”. Volgens Google Translate ”patrijs”.

En als we na ruim dertien uur wachten bij onze leenauto staan, zijn we helemaal onthaast. We kunnen eindelijk op weg naar huis. In een lagere versnelling.