Column: De lift

Column Mariska Dijkstra
beeld iStock

De ruimte is iets meer dan 1 m2 groot. Er passen net drie volwassen personen in. Twee mannen en ikzelf. We zijn drie mensen die elkaar niet kennen, elkaar zelfs nog nooit gezien hebben. Maar die toevallig op hetzelfde tijdstip op dezelfde plek zijn.

Normaal zouden we er niet over gepiekerd hebben om zo dicht tegen elkaar aan te gaan staan. Maar we hebben alle drie eenzelfde doel: zo snel mogelijk naar boven. Met zo min mogelijk moeite. Daarbij nemen we deze kleine inbreuk op onze persoonlijke ruimte voor lief.

We kijken wat langs elkaar heen, de een naar het plafond, de ander juist naar de grond. Ik staar zelf naar het opgeklapte stoeltje aan de achterwand. Want elkaar in de ogen kijken doe je niet, als je zo dicht op elkaar geklemd staat.

De deur gaat open. En weer dicht. Er stapt niemand in of uit. Mogelijk heeft een kind uit balorigheid op de knop gedrukt of heeft iemand toch maar de trap genomen.

De nummers 1 tot en met 3 lichten om de beurt op. Boven de getallen zit een rode knop. Voor noodgevallen. En bij het lezen van het bordje daarboven met de woorden ”geen paniek” herinner ik me cijfers die ik liever niet had onthouden. En die zeker niet op dit moment in mijn gedachten hadden hoeven komen.

Meer dan 47.000 Nederlanders komen jaarlijks vast te zitten in een lift, stond in een bericht over een groep collega’s die laatst noodgedwongen de nacht had doorgebracht in de Euromast. Na zes uur uit werden ze uit de glazen lift bevrijd. Ik pakte tijdens het lezen van het artikel mijn telefoon en rekende uit dat het om 128 opsluitingen per dag gaat. Veel!

Met deze wetenschap in het acherhoofd kijk ik toch even anders naar mijn liftgenoten. De een is strak in pak zie ik nu. De ander heeft een baard en draagt een halfvolle bidon in zijn hand.

Hoe zou het zijn om uren lang met deze twee onbekenden in een opgesloten lift te staan? Zouden we elkaar op een gegeven moment wél in de ogen kijken? Zou ik te weten komen van wie ze houden en wat ze belangrijk vinden in het leven? Zes uur is lang. Maar biedt ook kansen om een ander te leren kennen die je normaal gesproken voorbij zou lopen.

Het lichtje voor de vijfde verdieping springt aan. De deuren gaan open. Fijn. Toch wel. Voordat ik naar buiten stap, mompel ik een groet. Zolang de techniek goed werkt, loop je een hoop extra kennis mis. Zelfs hun namen zal ik nu nooit weten.