Altijd de snoeischaar bij de hand

Werken in de groenvoorziening van Madurodam is woekeren op de vierkante meter, de vierkante decimeter en soms nog minder. „Alles moet klein blijven en toch wil je graag dat de bomen hun complete cyclus doorlopen: inclusief bloemetjes en soms zelfs vruchten.” Foto's RD, Henk Visscher
7

Soms zit het mee, soms zit het tegen. De oudste meidoorns gingen net voor de opening van Madurodam in 1952 de grond in en staan 55 jaar later nog volop te pronken. De sedummatten bij miniatuur-Schiphol bleken een enkel jaar na plaatsing in 2003 een misgreep en gaan op de schop. Een tuinman of -vrouw in de kleinste stad van Nederland is groenkunstenaar op de vierkante decimeter. Met de snoeischaar altijd onder handbereik.

Ze is zo weggelopen uit een gevecht met een Metasequoia glyptostoboides -een goed te snoeien bladverliezende conifeer- die muurvast verankerd stond aan „een penwortel van meer dan een meter.” Tuinvrouw Mery Vogelaar wist zich het zweet van het voorhoofd. „We hadden er zelfs een kleine kraan bij, maar die ging wankelen. Het is een heel gedoe en we willen die boom graag sparen en herplanten, want ’t is een prima soort voor in Madurodam.”

De bodem waarin de 335 verschillende soorten en cultuurvariëteiten van het Haagse park wortelen, bestaat uit duinzand -„nauwelijks voeding dus”- met daarop een mengsel van zand en bemeste tuinaarde, en is afgewerkt met een dikke laag tuinaarde of compost. „Bemesten doen we doorgaans met gedroogde koemestkorrels. Da’s wel grappig, als we die net hebben gestrooid, zeggen bezoekers: Ze maken hier zelfs de typische Hollandse geuren na.”

Binnen de grenzen van de miniatuurstad werkt het feitelijk net als buiten die scheidslijnen. „Voor de aanleg van de Hogesnelheidslijn-Zuid moet een flink deel van het park op de schop. Als tuinlieden ga je daarvoor in overleg met de afdeling maquettes en met de technische dienst. Alles hangt met alles samen. Planten wij ergens bepaalde bomen, dan kan de bladval zorgen voor problemen op de rails. Of de auto’s op de weg staan stil.”

Vergroeid
Mery Vogelaar (31) is zeven jaar in dienst bij Madurodam, na een hoveniersopleiding aan de Middelbare Tuinbouwschool in Rijswijk en wat werkervaring in kassen en op een begraafplaats. „Ik wil hier niet zomaar meer weg, ben vergroeid met deze plek. ’t Staat hier nooit stil, het werk is geen moment saai.”

Sinds twee jaar voert Vogelaar de tuindivisie aan. Die bestaat ’s winters uit vier vaste krachten, in de zomer worden er vier extra ingehuurd. Bij piekdrukte in de tuin -„borderwisseling bijvoorbeeld”- komen daar nog vier mensen van een sociale werkplaats bij. Twee van hen wieden op dit moment secuur de bodem onder de ligusterhaag langs de hoge omloop van het park. „Dat kan niet met een schoffel, omdat de kwetsbare beregeningsslang erdoorheen loopt.”

Werken in de groenvoorziening van de miniatuurstad is woekeren op de vierkante meter, de vierkante decimeter en soms nog minder. „Alles moet klein blijven en toch wil je graag dat de bomen hun complete cyclus doorlopen: inclusief bloemetjes en soms zelfs vruchten. Natuurlijk zoeken we de langzame groeiers op, maar dan nog moet je er normaal gesproken acht keer per jaar langs met de snoeischaar. We zoeken op dit moment wel naar mogelijkheden om dat ritme terug te schroeven.”

Snoeien, grasmaaien, tienduizenden losse bollen poten of verwijderen, perkgoed poten of weghalen, beregenen, wieden, het moet allemaal in één doorgaande stroom gebeuren, terwijl in Madurodam de voorstelling ”Heel Holland in slechts één stad” 365 dagen per jaar doorgaat. En er in dat tijdsbestek 700.000 tot 800.000 bezoekers rondscharrelen tussen de miniaturen van de Nederlandse cultuur.

Zorgenkindje
Grasmaaien gebeurt met gewone handmaaiers met een snijbreedte van 40 centimeter. Zijn de perkjes smaller -in de gebouwencomplexen bijvoorbeeld- dan komt de handknipper er aan te pas. „De strimmer kan ook, maar dan wordt het werk minder gaaf.” Het gras is sowieso een zorgenkindje. „We maaien zo kort mogelijk, maar dan gaat het sneller dood. Dan moet je de oude of nieuwe zoden bijmesten en groeit het weer te snel, waardoor je er twee keer per week langs moet. Want lang gras geeft al heel snel een raar beeld.”

In oktober/november gaan er 30.000 verse bloembollen in grasperken en borders, na de bloeitijd worden ze verwijderd en weggegooid. „Die in de bodem laten zitten, geeft op veel plaatsen problemen met de opvolgende beplanting en je krijgt sneller ziekten. Door gewaswisseling proberen we het gebruik van gif zo veel mogelijk tegen te gaan.”

Aanstaande week komt het zomerperkgoed binnen: 6000 planten in de categorie margrieten, afrikaantjes, vlijtig liesjes en begonia’s. „Die gaan er altijd meteen na de ijsheiligen in.” Op datzelfde moment komen ook de ”hanging baskets” in beeld die alom in het park hangen en bij zon en flinke wind zo snel uitdrogen dat ze zes keer per dag water behoeven. Dat krijgen ze via een computergestuurd slangensysteem.

Beregenen
Het beregenen van Madurodam is een verhaal apart. „Het park is verdeeld in secties die zijn samengevoegd tot groepen. Het is een race tegen de klok om elke groep voldoende water te geven via het ondergronds leidingennet met sproeiers die uit de bodem omhoog komen en water geven binnen een straal van 12 meter.”

Beregenen kan in principe van 10 of 11 uur ’s avonds tot 5 uur in de ochtend, als de eerste tuinlieden beginnen. „Maar als er feesten en partijen zijn in het park -en die zijn er veel-, kunnen we vaak pas rond middernacht starten. Elke sectie is om de andere dag een uurtje aan de beurt. Beregen je dagelijks, dan ontwikkelen de wortels zich slecht, worden planten lui en vallen ze om als ze een keer worden overgeslagen.”

Het water voor het Madurodamgroen komt van dichtbij: uit de Haringkade die achter het park loopt. „In principe is dat schoon genoeg, al controleren en filteren we natuurlijk wel.” Vogelaar denkt op dit moment na over het verder verfijnen van het gecomputeriseerde sproeiregime. „Feitelijk is de pompcapaciteit te klein om binnen de beschikbare tijd het hele park vochtig te maken.”

Het zoeken naar klein-kleiner-kleinst voor beplanting is een uitdaging die nooit stopt, zegt de tuinvrouw. Langs het Binnenhof staat een rij elzen -Alnus incana, kleiner van blad dan de gewone- die met 50 tot 60 centimeter hoogte perfect in balans is met de regeringsgebouwen. „Deze pakken we acht keer per jaar aan, maar ze blijven mooi. Net als deze minilarix, of de haagbeuken. Andere soorten geven meer problemen. Zo zijn we bezig om alle minibuxushegjes -te zien in Blijdorp- te vervangen door een Lonicera, een kleine niet-bloeiende struikkamperfoelie. Normaal wordt die 3 meter, hier laat hij zich tot een haagje snoeien.”

Japanse esdoorn
In Delft staan twee rode dwergkastanjes (Aesculus pavia ’Humilis’). „Vorig jaar hebben we die heel ver teruggesnoeid, nu alweer zie je dat de verhoudingen wringen. Je móét als Madurodam de echt Nederlandse bomen tonen, vinden we, maar vanzelf gaat dat niet. Wat dat betreft zijn de Japanse esdoornsoorten met hun mooie dikke stammetjes en brede kroontjes eenvoudiger en bovendien verdragen ze de snoei heel goed, mits op het juiste tijdstip uitgevoerd.”

Soms gaat het mis, zoals met de Sedummatten bij Schiphol. „De restanten daarvan verwerken we in de nabijgelegen helling, waar het Sedumzaad spontaan wortelde en uitliep.” Bij het Vredespaleis is de worsteling met het gras te zien. Kingsize paardenbloemen verstoren de verhoudingen tussen een mottig grasperk en de voorbeeldige boompjes van de Taxus baccata ’Fastigiata’, die fier oprijzen voor het gebouw. „En kijk die dwergrododendrons eens prachtig bloeien!”

Helemaal trots is Vogelaar op de vijf stuks van de Crataegus monogyna ’Compacta’ (meidoorns) die bij het gebouw van de Holland Amerika Lijn staan en zo oud zijn als het park. „Inmiddels meer dan 300 keer gesnoeid en desondanks zeer vitaal.”

China groeit, India booming
Het is midden in de meivakantie. „Op een dag als vandaag komen er 4000 tot 5000 mensen door de poort”, zegt Imke Koe, medewerker communicatie van Madurodam. Van de honderdduizenden bezoekers die per jaar het park bezoeken, komt de helft uit Nederland.

Onder de andere helft zijn op dit moment Spanjaarden en Indiërs relatief goed vertegenwoordigd. „Het bezoek uit China groeit gestaag, maar vanuit India is het booming.” Miniatuurparken zijn alom populair: „Bijna elk Europees land heeft er één of meer.”

Madurodam is ruim 6 hectare groot, de miniatuurstad beslaat daarvan bijna een derde deel. In de winter werken er 75 mensen, ’s zomers het dubbele aantal. Er is parkeergelegenheid voor 466 auto’s. „Gelukkig komen veel buitenlanders in groepen per bus. We zijn open van 9 tot 8 en in de hoogzomer tot 11 uur ’s avonds. De topdrukte ligt doorgaans tussen 10 en 2.” Een gemiddeld bezoek duurt twee tot drie uur, zegt Koe.

In de tuin staan rond de 6000 miniatuurbomen, weet ze. Op verzoek is bij de kassa -behalve de bij de entreeprijs inbegrepen routegids- de zogenaamde ”Botanische Route Madurodam” verkrijgbaar. Wie de route via de gele stippen volgt, komt langs dertig opvallende van de 335 verschillende soorten en variëteiten.

Meer informatie: 070-4162400 en www.madurodam.nl.