„Zwijg niet over seksueel misbruik in kerk”

Ds. J. Sytsma (l.). beeld RD
4

„God heeft het verhaal van de verkrachting van Thamar niet in de doofpot gestopt. De Bijbel is openhartig over de zonden van mensen”, aldus ds. J. Sytsma.

De vrijgemaakt gereformeerde predikant uit Zwolle sprak zaterdag in Barneveld op de toerustingsdag voor vertrouwenspersonen. De bijeenkomst werd georganiseerd door het Meldpunt seksueel misbruik in de kerken. Hierbij zijn de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, de Nederlands Gereformeerde Kerken, de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Hersteld Hervormde Kerk en de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland aangesloten. De bijeenkomst trok veel bezoekers: driehonderd mensen.

Ds. Sytsma zei dat hij diverse keren heeft gepreekt over de geschiedenis van Thamar, die in 2 Samuel 13 beschreven staat. Hij vindt het nodig dat er aandacht komt voor „het leed dat door misbruik wordt aangericht.”

Ds. J. Sytsma. beeld RD

Het verhaal is, aldus ds. Sytsma, „beschamend eerlijk over het verlangen van mannen naar seks.” Amnon was niet verliefd. „Hij was een roofdier op zoek naar prooi.”

De predikant wees erop dat naar schatting de helft van de Nederlandse vrouwen weleens een vorm van aanranding of verkrachting heeft meegemaakt. „Raak me niet aan”, is volgens hem een zin die ieder meisje en iedere vrouw paraat moet hebben. „Niemand mag je tegen je zin aanraken, ook niet eventjes, ook niet voor de grap.”

Met zwijgen over seksueel misbruik wordt veel kwaad gedaan, zei ds. Sytsma. Hij raadde slachtoffers aan om het niet in de doofpot te stoppen, maar het erover te hebben. „Doorbreek de stilte. Klop aan bij de kerkenraad en de jeugdleiding. Spreek mensen erop aan als ze over je grenzen zijn gegaan.”

Waar die grens precies ligt in het kerkenwerk, is overigens niet altijd gemakkelijk aan te geven, zo bleek tijdens een workshop van Ryan Reinders, systeemtherapeut bij de christelijke ggz In de Bres te Drachten. Hij gaf aan dat de grens altijd duidelijk is: geen seksueel contact met jongeren en kinderen. Maar in de praktijk blijkt die niet altijd helder te zijn, ook omdat velen die grens zelf niet aangeven en het voor bijvoorbeeld jongeren moeilijk is om te zeggen dat ze iets niet prettig vinden. Hij wees ook op „grijze gebieden”, zoals een kindernevendienst met één kind of een gebedsuur met één deelnemer.

beeld RD

Reinders liet de deelnemers een werkblad invullen. Hij vroeg aan te kruisen wat wel of wat niet kan als je bijvoorbeeld in de jeugdleiding van de kerk zit. Zoals: voor de grap meegaan in verliefdheidsgevoelens die een jongere voor je heeft; een vriendschapsrelatie met een jongere aangaan; een jongere stelt vragen over seks; een jongere bij je thuis uitnodigen; een kind op schoot nemen. De antwoorden waren niet eensluidend.

Ineke van Dongen, die als communicatieadviseur en preventiemedewerker met het meldpunt werkt, drukte de deelnemers van haar workshop op het hart om in hun gemeente bekendheid te geven aan de functie van vertrouwenspersoon. Dat kan bijvoorbeeld in de kerkbode, maar ook tijdens een gemeenteavond of door middel van een flyer.