Vrouw in ambt zet eenheid CGK onder druk

Ongeveer 75 van de ruim 180 christelijke gereformeerde kerken heeft een bepaalde vorm van samenwerking met een vrijgemaakt gereformeerde kerk of een Nederlands gereformeerde kerk. Foto: interieur van de kerk van de samenwerkingsgemeente in Lisse. beeld Architectenbureau ”The way we build”

Steeds meer samenwerkingsgemeenten in de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) willen vrouwen in het ambt bevestigen. Die wens heeft gevolgen voor de eenheid binnen de CGK én voor de samensprekingen met andere kerkgenootschappen.

Op tientallen plaatsen in Nederland zochten christelijke gereformeerden, vrijgemaakt gereformeerden en Nederlands gereformeerden de afgelopen jaren elkaar op. Inmiddels kennen ongeveer 75 van de ruim 180 christelijke gereformeerde kerken een bepaalde mate van samenwerking. De meest verstrekkende vorm is de samenwerkingsgemeente. Die bestaat uit twee of meer kerken uit verschillende kerkverbanden die plaatselijk functioneren als één gemeente onder leiding van één kerkenraad. De CGK tellen ongeveer 25 van zulke gemeenten.

Dan zijn er nog de zogenoemde samenwerkende gemeenten. Daar is bijvoorbeeld sprake van kanselruil, gezamenlijke diensten en avondmaalsvieringen. Bijna vijftig christelijke gereformeerde kerken kennen een dergelijke samenwerking.

Dilemma

Binnen de verschillende kerkverbanden waartoe deze gemeenten behoren, wordt verschillend over vrouwelijke ambtsdragers gedacht – en dat botst. De Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) gingen in 2004 akkoord met de komst van vrouwelijke predikanten; de generale synode van de Gereformeerde kerken vrijgemaakt (GKV) stelde in 2017 alle ambten open. De CGK spraken echter in 1998 uit dat volgens de Bijbel „het gezaghebbend leidinggeven aan de gemeente aan de man en niet aan de vrouw toekomt.”

Een groeiend aantal samenwerkingsgemeenten in de CGK staat echter open voor vrouwelijke ambtsdragers. Daarmee staan ze voor een dilemma: in de ene kerk waartoe ze behoren zijn vrouwelijke ambtsdragers verboden, in de andere niet.

De classis Apeldoorn van de CGK zorgde in oktober voor een novum. Deze regionale vergadering gaf groen licht aan de samenwerkingsgemeente van de christelijke gereformeerde kerk en de Nederlands gereformeerde kerk in Arnhem om vrouwen in het ambt toe te laten. Later zette de classis het sein echter weer op rood toen bleek dat de afspraken binnen het kerkverband net wat anders lagen dan gedacht.

De kwestie Arnhem staat echter niet op zichzelf. In alle christelijke gereformeerde classes speelt de vraag wat er gedaan moet worden als een samenwerkingsgemeente vrouwen wil toelaten in het ambt. Vragen rond de vrouw in het ambt spelen onder meer in Nijmegen, Rotterdam-Zuid, Nieuwegein, Gouda, Den Haag en Hilversum. De classis Apeldoorn signaleerde onlangs dan ook dat er „een toenemend verlangen in de kerken leeft om ook vrouwen in de ambten te kunnen bevestigen.”

Maar er klinkt ook kritiek. Op aangeven van de Maranathagemeente in Urk stuurde de classis Zwolle dinsdag een zogeheten instructie naar de particuliere synode, die eind deze maand vergadert. Haar boodschap: de besluiten van de NGK en de GKV over vrouwelijke ambtsdragers zetten de binnenkerkelijke en interkerkelijke verhoudingen onder spanning. Het is daarom de vraag hoe de gesprekken over eenheid verder vorm moeten krijgen.

Nu zijn de landelijke samensprekingen met de GKV de laatste jaren al verder teruggeschroefd. De CGK-synode besloot al in 2007 om een streep te zetten door het geleidelijk aan toegroeien naar een federatie met de vrijgemaakten. De kerken konden dat „op dit moment niet dragen.” Wel zouden de CGK samenwerking en „nauwer kerkelijk samenleven” met de GKV op lokaal niveau „voluit stimuleren en faciliteren.” En dat is gebeurd.

De landelijke samenwerking met de NGK stond al langer op een laag pitje, onder meer door de openstelling van de ambten voor vrouwen, de binding aan de belijdenis en verschillende visies op de toe-eigening van het heil en homoseksualiteit. Classes waren vaak terughoudend in het verlenen van toestemming tot „nauwer samenleven” van plaatselijke kerken.

De kwestie vrouw en ambt zet niet alleen de eenheid binnen de kerken onder druk, maar ook de relatie met de GKV en de NGK. Met de groeiende samenwerking op plaatselijk vlak was het te voorzien dat ”de samenwerkingsgemeente” op termijn hoog op de agenda van de generale synode zou komen te staan. Het is nu aan de landelijke vergadering van de CGK, die later dit jaar bijeenkomt, om zich hier opnieuw een mening over te vormen.