Synode GG spreekt over procedures kerkrecht

Synode GG 2019
beeld RD, Sjaak Verboom
3

Hoe voorkomt de kerk dat appelzaken zó juridisch worden dat het geestelijke aspect verdwijnt? Die vraag kwam woensdagmiddag in Gouda aan de orde op de generale synode van de Gereformeerde Gemeenten.

Als een gemeentelid uit de Gereformeerde Gemeenten het oneens is met een besluit dat de kerkenraad genomen heeft, kan hij beroep aantekenen. Dat kan via de classis en de particuliere synode uiteindelijk als ”appelzaak” op de tafel van de generale synode komen te liggen. Hoe dat procedureel werkt, staat uitgewerkt in het boekje ”In goede orde”. Het deputaatschap kerkrecht stelt echter dat een bezinning daarop en aanpassing daarvan noodzakelijk zijn, vanwege verschillende leerpunten die in de afgelopen jaren zijn opgedaan.

In de bespreking van het rapport van het deputaatschap werd ook aandacht gevraagd voor het geestelijke karakter van het kerkrecht. Ds. P. Mulder onderstreepte het wezenlijke belang daarvan, hoewel dit in de praktijk ook wel weer de nodige vragen met zich meebrengt. Een appel afwijzen, kan niet. Terugwijzen wel. „Dan moet je de vraag stellen: Heeft dit nu de vorm en de strekking zoals je binnen een kerk met elkaar dient om te gaan?”

Ds. F. Mulder (Rhenen) bepleitte goede voorlichting en vorming op kerkrechtelijk terrein voor ambtsdragers en dan vooral voor scriba’s van de classes.

Het deputaatschap neemt de uitkomsten van de bespreking mee in de voorstellen die worden gedaan en in de nieuwe uitgave die van het boekje zal verschijnen, na verdere bespreking op de synode.

Het aantal werkzaamheden van het deputaatschap is in de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Daarom is besloten om zaken rondom huwelijk en huwelijksproblematiek door een subgroep onder de verantwoordelijkheid van het deputaatschap te laten behandelen. „Daarin geeft het deputaatschap advies, maar is het de kerkenraad die beslist.” Ook benadrukte ds. P. Mulder dat het deputaatschap ingesteld is om advies te geven aan kerkenraden en andere kerkelijke organen en niet aan gemeenteleden, al gebeurt het wel dat individuele gemeenteleden contact zoeken. „Om aan de vragen van gemeenteleden tegemoet te komen, willen we algemene informatie over kerkordelijke zaken op een website plaatsen.”

Kerkorde

Een ander punt van aandacht vormde de actualisering van de Dordtse Kerkorde (DKO). Ds. Mulder: „Natuurlijk moeten de principiële lijnen van de DKO blijven zoals die zijn, bijvoorbeeld als het gaat over de drie ambten en de structuur van kerkelijke vergaderingen. Maar met andere punten moeten we wel wat. Neem bijvoorbeeld de Theologische School: daarover staat niets in de DKO. Terwijl de DKO wel zegt dat als er in een gemeente meerdere studenten theologie zijn, zij propositiën mogen houden. Binnen onze gemeenten werkt dat anders. We willen de DKO niet principieel veranderen, maar moeten wel zaken onder ogen zien om te voorkomen dat we op enig moment in de mist raken. Ook is het van belang dat de tekst wordt aangepast aan het hedendaags Nederlands. Aan deze zaken wordt gewerkt in goed overleg met de betreffende commissie van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland.”

Andere rapporten

De generale synode besprak woensdagmiddag ook de rapporten van de deputaatschappen kerk en overheid en buitenlandse kerken. In laatstgenoemd rapport ging het onder meer over de Netherlands Reformed Congregations in de Verenigde Staten en Canada (op de synode vertegenwoordigd door ds. P. van Ruitenburg uit het Canadese Chilliwack), de ”Nederlandse Gereformeerde Gemeente” te Randburg (Zuid-Afrika) en de Reformed Congregation of Carterton (Nieuw-Zeeland). De gemeenten in Randburg en Carterton vallen beide onder de classis Utrecht. Ds. A. T. Vergunst (Waupun, VS) heeft in juli het op hem uitgebrachte beroep naar de gemeente van Carterton aangenomen. De Zeister emeritus predikant ds. J. J. van Eckeveld is consulent van de gemeente in Randburg.