Registratie bij de overheid blijft gevoelig punt voor Russische baptisten

Tussen vervolging en vrijheid
Pavel Shestakov (links) en Andrej Radchenko zijn twee voorgangers in de geregistreerde baptistengemeente in Chabarovsk.  beeld RD
3

De registratie van baptistengemeenten bij de overheid is een gevoelige zaak in Rusland. Voor de een is zij principieel onmogelijk, voor de ander een blijk van respect voor de bestaande wetten en gehoorzaamheid aan de overheid. „Er is een diepe wond die geheeld moet worden, maar een nieuwe generatie staat er anders in.”

Chabarovsk, een stad in het Verre Oosten bij Vladivostok, telt maar liefst acht baptistengemeenten. Dat is uniek voor Rusland, waar de Russisch-Orthodoxe Kerk vaak het alleenrecht heeft.

Andrej Radchenko, een van de drie voorgangers van de geregistreerde baptistengemeente, vertelt dat zijn gemeente driehonderd leden telt. Ze is een van de oudste baptistengemeenten in Chabarovsk; drie keer verbouwd en 120 jaar oud. De kerk oogt modern door een drumstel voor in de kerk, wat ondenkbaar is in een niet-geregistreerde gemeente, hoewel ook onder geregistreerden de mening daarover verdeeld is, zegt Radchenko.

De groei van de gemeente is niet sterk, zegt Radchenko. Toch zijn er in juli nog tien mensen gedoopt. Hoogste prioriteit voor de gemeente is evangelisatie, zegt hij. Radchenko vertelt welke mogelijkheden er allemaal zijn om daaraan gestalte te geven, ondanks de verplichte registratie. „We staan bij de overheid bekend als de ”evangelisch-christelijke baptisten”. Het voordeel is dat we toegang hebben tot scholen en gevangenissen”, voegt voorganger Pavel Schestakov eraan toe.

De tijd is volgens Schestakov voorbij dat baptisten als een sekte worden gezien. „We hebben in Chabarovsk een overlegorgaan waarin orthodoxen, baptisten en overheidsfunctionarissen elkaar ontmoeten.”

Controle

Het verschil met de niet-geregistreerde baptisten betreft vooral „meningen”, zegt Schestakov. „We zijn het eens over leerstukken als de Drie-eenheid, het Woord van God, het werk van de Heilige Geest en de genade van Christus. Maar we verschillen bijvoorbeeld in onze visie op het dragen van broeken door vrouwen en het gebruik van sieraden, zoals ringen en oorbellen. In de leer zijn we het echter eens.”

De registratie blijft wel een gevoelig punt. Er is controle door de overheid, erkent Schestakov, maar „we hebben als kerk de vrijheid om onze zaken intern te regelen, bijvoorbeeld ten aanzien van de tucht. We moeten toestemming vragen voor activiteiten in de stad, maar dat hoeft voor de dorpen weer niet.”

De gemeente houdt zich gewoon aan de wet, aldus Radchenko. „We geloven dat we de overheid gehoorzaam moeten zijn, zoals de apostel Paulus in de Romeinenbrief zegt. We zijn geen slaaf van de overheid, maar hebben wel toestemming nodig voor alles wat we doen.”

De twee voorgangers vertellen openlijk hoe zij zich ondanks de registratie toch beperkt voelen, maar „binnen een bepaald kader” zijn ze wel vrij om activiteiten te ontplooien. „Natuurlijk hebben wij ook juridische deskundigen”, zegt Schestakov veelzeggend.

De niet-geregistreerde baptistenvoorganger Viktor Tkachenko uit Chabarovsk, ook aanwezig bij het gesprek, zegt in een reactie dat hij hun verhaal „doorziet.” „Zij mogen geen buitenlandse zendelingen ontvangen, want daartegen richten de wetten zich.”

Toch ziet hij de geregistreerde baptisten als „broeders en zusters.” Hij maakt onderscheid tussen voorgangers die gemeenten bewust in een verkeerde richting sturen en gemeenteleden die zelf niet beter weten.

Registratie is voor de niet-geregistreerde baptist Benjamin Naprienko uit Moskou onmogelijk. De kerk wordt dan een religieuze organisatie, vindt hij. „Wanneer we ons laten registreren, moeten we alles melden, tot en met de financiële boekhouding toe, en daar heeft de staat niets mee te maken. Waarom zouden we ons registreren als we gewoon samen kunnen komen, onze kinderen naar de dienst kunnen meenemen en godsdienstonderwijs kunnen geven? Alleen Jezus Christus is Koning van de kerk. Dat impliceert niet dat we geen gehoorzame staatsburgers zijn en niet het goede voor de samenleving zoeken.”

Nicolai Antonjuk, voorzitter van de (niet-geregistreerde) broederschap van de Evangelie-Christen Baptisten, gevestigd in Moskou, zegt dat de kwestie van de registratie geen punt van discussie is in zijn gemeenschap. „We hebben het er niet over en zoeken ook het contact met de geregistreerden hierover niet. We zien dat de recente godsdienstwetten het evangeliseren feitelijk verboden maakt. Maar we doen het toch, meestal in persoonlijke gesprekken. Het bezoeken van scholen en gevangenissen mag echter niet meer. Het gevolg is dat mensen bang zijn om zich aan te sluiten bij de gemeente.”

Volgens Schestakov zal de huidige generatie geregistreerde en niet-geregistreerde baptisten elkaar niet vinden. „Er leven gevoelens van verraad bij niet-geregistreerde baptisten; die zeer diepe wond moet geheeld worden. Maar ik denk dat een nieuwe generatie daarin meer onbevangen is en nieuwe wegen kan inslaan.”

Serie Vervolging en vrijheid

Dit is de zesde aflevering in een negendelige serie over christenen in Oezbekistan en Rusland, dertig jaar na de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Volgende week vrijdag deel 7.